Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Jezus Christus heeft ons bevrijd

41Ik geef jullie een voorbeeld. Als jonge kinderen een erfenis gekregen hebben, zijn ze eigenaars van een groot bezit. Toch lijken ze op slaven, 2want ze hebben begeleiders die alles voor ze beslissen. Pas als ze oud genoeg zijn, mogen ze zelf beslissen. Hun vader heeft bepaald wanneer dat zal zijn.

3Voor ons geldt net zoiets. Vroeger werd ons leven beheerst door de wetten en regels die bij deze wereld horen. We leken wel slaven, net zoals die jonge kinderen. 4Maar op de tijd die God bepaald had, stuurde hij zijn Zoon Jezus Christus. Jezus was een mens als wij. Ook hij moest leven volgens de wet. 5Maar hij kwam om ons te bevrijden. Dankzij hem hoeven wij niet meer te leven volgens de wet. Dankzij hem wil God ons als zijn eigen kinderen aannemen.

6-7Wij zijn dus kinderen van God. Daarom heeft God ons de Geest gegeven die bij Jezus Christus hoort. En daarom noemen wij God nu: ‘Abba, Vader.’ De wetten en regels van deze wereld beheersen ons leven dus niet meer. We worden gered omdat we Gods kinderen zijn. Dat heeft God beloofd.

Paulus is niet tevreden

8Vroeger kenden jullie God nog niet. Toen werd jullie leven beheerst door goden die helemaal niet bestaan. 9Nu kennen jullie God wel. En wat veel belangrijker is: God kent jullie.

Waarom zijn jullie je dan weer aan zinloze regels gaan houden? 10Ik heb gehoord dat jullie alle Joodse feesten en alle bijzondere dagen vieren. 11Ik heb zo veel moeite voor jullie gedaan. Maar ik ben bang dat het allemaal voor niets is geweest.

Vroeger ging het juist goed

12Vrienden, leef alsjeblieft net zoals ik. Toen ik bij jullie was, hield ik me toch ook niet aan de Joodse wet?

Jullie hebben me nooit slecht behandeld. 13Herinneren jullie je nog de eerste keer dat ik bij jullie was? Ik kwam bij jullie terecht omdat ik onderweg ziek geworden was. Toen kon ik jullie het goede nieuws vertellen.

14Jullie kregen geen hekel aan me en stuurden me niet weg. Terwijl jullie toch veel last van me hadden omdat ik ziek was. Jullie hebben me juist heel goed ontvangen. Alsof ik een engel van God was, of Jezus Christus zelf! 15Jullie hadden toen echt veel voor mij over. Jullie hadden zelfs je eigen ogen wel aan mij willen geven. En jullie waren heel gelukkig. Dat is nu wel anders.

Paulus maakt zich zorgen

16Tegenwoordig denken jullie dat ik je vijand ben, omdat ik jullie de waarheid vertel! 17Want er zijn andere mensen bij jullie gekomen, die veel voor jullie doen. Maar zij hebben verkeerde bedoelingen. Ze willen dat jullie vergeten wat ik jullie verteld heb. En ze willen dat jullie moeite doen om te leven zoals zij. 18Het is natuurlijk goed als jullie ergens veel moeite voor doen. Maar doe dan moeite voor de goede dingen. Ook als ik niet bij jullie ben.

19-20Vrienden, ik had nu heel graag bij jullie willen zijn. Dan had ik op een andere manier met jullie kunnen praten. Ik maak me grote zorgen en ik heb veel verdriet. Want jullie leven nog steeds niet als echte christenen!

Wij zijn vrije mensen

21Jullie willen dus graag dat de Joodse wet je leven beheerst! Maar volgens mij luisteren jullie helemaal niet naar de wet.

22-23In de boeken van de wet staat namelijk dat Abraham twee zonen kreeg. De moeder van de eerste zoon was een slavin, Hagar. Haar zoon werd op de normale, menselijke manier geboren. De moeder van de andere zoon was een vrije vrouw, Sara. Haar zoon Isaak werd geboren omdat God het beloofd had. 24-27Dat verhaal over Hagar en Sara heeft een diepere betekenis.

Dit is de diepere betekenis van de slavin Hagar: zij laat de oude manier zien waarop God met de mensen omging. Daarbij hoort de berg Sinai in Arabië, waar het volk van Israël de wet kreeg. Die wet beheerst je leven alsof je een slaaf bent, net zoals Hagar en haar kinderen. Daarbij hoort ook de stad Jeruzalem zoals die nu is: de stad van de wet en de tempel.

Dit is de diepere betekenis van de vrije vrouw Sara: zij laat de nieuwe manier zien waarop God met de mensen omgaat. Daarbij hoort het nieuwe Jeruzalem, dat in de hemel is. In de heilige boeken staat daarover: «Jeruzalem, je was een stad zonder inwoners. Je leek op een vrouw zonder kinderen, een vrouw die niet zwanger kan worden. Maar wees blij! Juich van vreugde! Want je zult weer inwoners krijgen, Jeruzalem. Je zult meer inwoners hebben dan je ooit hebt gehad.»

Wij horen bij dat hemelse Jeruzalem. En net als Sara zijn wij geen slaven. Wij zijn vrij!

Wij krijgen wat God beloofd heeft

28Vrienden, Isaak werd geboren omdat God dat beloofd had. En jullie zijn Gods kinderen, ook omdat God dat beloofd heeft. 29Maar net als bij Isaak zijn er mensen die jullie in moeilijkheden brengen. Isaak was geboren dankzij de Geest. Maar hij werd in moeilijkheden gebracht door de zoon van Hagar. En die was geboren op de normale manier.

30De heilige boeken zeggen daarover: «Jaag die slavin weg met haar zoon. Want haar zoon krijgt niets. De hele erfenis is voor de zoon van de vrije vrouw!»

31Vrienden, laten we goed onthouden dat wij geen slaven zijn. Wij zijn vrij!