Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

De wet is niet langer nodig

Je krijgt Gods zegen omdat je gelooft

31O, wat zijn jullie dom! Wat is er toch met jullie gebeurd, daar in Galatië? Ik heb jullie precies uitgelegd waarom Jezus Christus aan het kruis gestorven is. Waarom luisteren jullie dan nu naar anderen?

2God heeft jullie de heilige Geest gegeven. Ik wil jullie daar één ding over vragen: Deed God dat omdat jullie je aan de Joodse wet gingen houden? Of omdat jullie in Christus gingen geloven?

3Wees toch niet zo dom! Eerst vertrouwden jullie op de heilige Geest. Maar nu houden jullie je alweer bezig met aardse zaken. 4Terwijl jullie zulke bijzondere dingen meegemaakt hebben! Was dat dan allemaal voor niets? 5God geeft jullie de heilige Geest en hij doet wonderen bij jullie. Maar dat doet hij omdat jullie in Christus geloven, niet omdat jullie je aan de Joodse wet houden.

6In de heilige boeken staat: «Abraham geloofde in God, en daarom zag God hem als een goed mens.» 7Het ging ook bij Abraham om het geloof. De gelovigen zijn dus de echte nakomelingen van Abraham.

8Mensen die geen Jood zijn, worden door God gered als ze geloven. Dat staat in de heilige boeken. Abraham kreeg dat goede nieuws al te horen: «Alle volken zullen net zo gezegend worden als jij.» 9God zegende Abraham omdat hij geloofde. En God zegent ook alle andere mensen die geloven.

God redt ons omdat we geloven

10Je kunt je uiterste best doen om je aan de wet te houden. Maar zo word je niet gered. Want in de heilige boeken staat: «Wie niet precies doet wat in de wet staat, zal gestraft worden.»

11God redt mensen omdat ze geloven, niet omdat ze zich aan de wet proberen te houden. Ook dat staat duidelijk in de heilige boeken: «Als je gelooft, ziet God je als een goed mens. Dan zul je leven.» 12Bij de wet gaat het niet om geloven. Want over de wet lezen we: «Alleen als je alles doet wat er staat, zul je leven.»

13De wet leidt dus tot straf, maar Christus heeft ons bevrijd. Hij is aan het kruis gestorven, en zo heeft hij onze straf gedragen. Want in de heilige boeken staat: «De man die aan het kruis gehangen wordt, draagt Gods straf.»

14Dankzij Jezus Christus kunnen niet-Joden nu dus dezelfde zegen krijgen als Abraham. En Gods belofte komt uit: wij geloven, en daarom krijgen we de heilige Geest.

God houdt zich aan zijn belofte

15Vrienden, ik geef jullie een voorbeeld uit het dagelijks leven. Sommige afspraken en beloftes blijven altijd geldig. Niemand kan tegen zo’n afspraak ingaan of er iets aan veranderen. 16-17Ook Gods belofte aan Abraham en zijn nakomeling is voor altijd geldig. Er staat in de heilige boeken trouwens ‘nakomeling’ en niet ‘nakomelingen’. Het gaat namelijk maar om één nakomeling, en dat is Christus.

Dit is wat ik bedoel: de wet heeft Gods belofte aan Abraham niet ongeldig gemaakt. God gaf de wet pas 430 jaar na zijn belofte. 18En dat God mensen redt, is niet omdat ze zich aan de wet houden. Want dan zou hij zich niet houden aan zijn belofte aan Abraham. En dat kan niet. Want juist door die belofte laat God zien hoe goed hij is.

We hebben de wet niet meer nodig

19-20Waarom bestaat die wet dan eigenlijk? De wet liet mensen zien welke slechte dingen ze deden. De wet was dus nuttig, totdat Christus kwam. Want over hem gaat de belofte.

God heeft zelf die belofte aan Abraham gegeven. Maar met de wet ging het anders. Want de wet kwam pas via Gods engelen en via Mozes bij het volk.

21-22De wet is trouwens niet in strijd met de belofte. Want we leren uit de wet dat we allemaal slechte mensen zijn. Maar de wet zorgt er niet voor dat we goede mensen worden en eeuwig leven krijgen. Nee, om te krijgen wat God beloofd heeft, moeten we geloven in Jezus Christus.

23-25Voordat Christus kwam, beheerste de wet ons leven. We zaten gevangen, en de wet was onze bewaker. Totdat Christus kwam, en het mogelijk werd om in hem te geloven.

Nu we in hem geloven, hebben we de wet dus niet meer nodig. Want God redt ons omdat we geloven.

Sinds je doop hoor je bij Christus

26Jullie zijn allemaal kinderen van God, omdat jullie geloven in Jezus Christus. 27Jullie zijn gedoopt in zijn naam. Door jullie doop zijn jullie helemaal bij hem gaan horen.

28Omdat jullie in Jezus Christus geloven, vormen jullie een eenheid: Joden en niet-Joden, slaven en vrije mensen, mannen en vrouwen. Verschillen zijn niet belangrijk meer.

29Jullie zijn nakomelingen van Abraham, net als Christus. Want jullie horen bij Christus. Jullie worden gered omdat jullie geloven. Dat heeft God aan Abraham beloofd.

4

Jezus Christus heeft ons bevrijd

41Ik geef jullie een voorbeeld. Als jonge kinderen een erfenis gekregen hebben, zijn ze eigenaars van een groot bezit. Toch lijken ze op slaven, 2want ze hebben begeleiders die alles voor ze beslissen. Pas als ze oud genoeg zijn, mogen ze zelf beslissen. Hun vader heeft bepaald wanneer dat zal zijn.

3Voor ons geldt net zoiets. Vroeger werd ons leven beheerst door de wetten en regels die bij deze wereld horen. We leken wel slaven, net zoals die jonge kinderen. 4Maar op de tijd die God bepaald had, stuurde hij zijn Zoon Jezus Christus. Jezus was een mens als wij. Ook hij moest leven volgens de wet. 5Maar hij kwam om ons te bevrijden. Dankzij hem hoeven wij niet meer te leven volgens de wet. Dankzij hem wil God ons als zijn eigen kinderen aannemen.

6-7Wij zijn dus kinderen van God. Daarom heeft God ons de Geest gegeven die bij Jezus Christus hoort. En daarom noemen wij God nu: ‘Abba, Vader.’ De wetten en regels van deze wereld beheersen ons leven dus niet meer. We worden gered omdat we Gods kinderen zijn. Dat heeft God beloofd.

Paulus is niet tevreden

8Vroeger kenden jullie God nog niet. Toen werd jullie leven beheerst door goden die helemaal niet bestaan. 9Nu kennen jullie God wel. En wat veel belangrijker is: God kent jullie.

Waarom zijn jullie je dan weer aan zinloze regels gaan houden? 10Ik heb gehoord dat jullie alle Joodse feesten en alle bijzondere dagen vieren. 11Ik heb zo veel moeite voor jullie gedaan. Maar ik ben bang dat het allemaal voor niets is geweest.

Vroeger ging het juist goed

12Vrienden, leef alsjeblieft net zoals ik. Toen ik bij jullie was, hield ik me toch ook niet aan de Joodse wet?

Jullie hebben me nooit slecht behandeld. 13Herinneren jullie je nog de eerste keer dat ik bij jullie was? Ik kwam bij jullie terecht omdat ik onderweg ziek geworden was. Toen kon ik jullie het goede nieuws vertellen.

14Jullie kregen geen hekel aan me en stuurden me niet weg. Terwijl jullie toch veel last van me hadden omdat ik ziek was. Jullie hebben me juist heel goed ontvangen. Alsof ik een engel van God was, of Jezus Christus zelf! 15Jullie hadden toen echt veel voor mij over. Jullie hadden zelfs je eigen ogen wel aan mij willen geven. En jullie waren heel gelukkig. Dat is nu wel anders.

Paulus maakt zich zorgen

16Tegenwoordig denken jullie dat ik je vijand ben, omdat ik jullie de waarheid vertel! 17Want er zijn andere mensen bij jullie gekomen, die veel voor jullie doen. Maar zij hebben verkeerde bedoelingen. Ze willen dat jullie vergeten wat ik jullie verteld heb. En ze willen dat jullie moeite doen om te leven zoals zij. 18Het is natuurlijk goed als jullie ergens veel moeite voor doen. Maar doe dan moeite voor de goede dingen. Ook als ik niet bij jullie ben.

19-20Vrienden, ik had nu heel graag bij jullie willen zijn. Dan had ik op een andere manier met jullie kunnen praten. Ik maak me grote zorgen en ik heb veel verdriet. Want jullie leven nog steeds niet als echte christenen!

Wij zijn vrije mensen

21Jullie willen dus graag dat de Joodse wet je leven beheerst! Maar volgens mij luisteren jullie helemaal niet naar de wet.

22-23In de boeken van de wet staat namelijk dat Abraham twee zonen kreeg. De moeder van de eerste zoon was een slavin, Hagar. Haar zoon werd op de normale, menselijke manier geboren. De moeder van de andere zoon was een vrije vrouw, Sara. Haar zoon Isaak werd geboren omdat God het beloofd had. 24-27Dat verhaal over Hagar en Sara heeft een diepere betekenis.

Dit is de diepere betekenis van de slavin Hagar: zij laat de oude manier zien waarop God met de mensen omging. Daarbij hoort de berg Sinai in Arabië, waar het volk van Israël de wet kreeg. Die wet beheerst je leven alsof je een slaaf bent, net zoals Hagar en haar kinderen. Daarbij hoort ook de stad Jeruzalem zoals die nu is: de stad van de wet en de tempel.

Dit is de diepere betekenis van de vrije vrouw Sara: zij laat de nieuwe manier zien waarop God met de mensen omgaat. Daarbij hoort het nieuwe Jeruzalem, dat in de hemel is. In de heilige boeken staat daarover: «Jeruzalem, je was een stad zonder inwoners. Je leek op een vrouw zonder kinderen, een vrouw die niet zwanger kan worden. Maar wees blij! Juich van vreugde! Want je zult weer inwoners krijgen, Jeruzalem. Je zult meer inwoners hebben dan je ooit hebt gehad.»

Wij horen bij dat hemelse Jeruzalem. En net als Sara zijn wij geen slaven. Wij zijn vrij!

Wij krijgen wat God beloofd heeft

28Vrienden, Isaak werd geboren omdat God dat beloofd had. En jullie zijn Gods kinderen, ook omdat God dat beloofd heeft. 29Maar net als bij Isaak zijn er mensen die jullie in moeilijkheden brengen. Isaak was geboren dankzij de Geest. Maar hij werd in moeilijkheden gebracht door de zoon van Hagar. En die was geboren op de normale manier.

30De heilige boeken zeggen daarover: «Jaag die slavin weg met haar zoon. Want haar zoon krijgt niets. De hele erfenis is voor de zoon van de vrije vrouw!»

31Vrienden, laten we goed onthouden dat wij geen slaven zijn. Wij zijn vrij!

5

51Christus heeft ons bevrijd. Daardoor kunnen we als vrije mensen leven. Houd dus vol en laat niemand je weer slaaf maken.

Laat je niet besnijden

2-3Ik waarschuw jullie. Jullie moeten je niet laten besnijden! Want als je dat doet, dan heb je er niets meer aan dat je bij Christus hoort. Ik zeg het nog een keer: Laat je niet besnijden. Want dan moet je alles doen wat er in de Joodse wet staat.

4Proberen jullie jezelf te redden door je aan de Joodse wet te houden? Daarmee bereik je alleen dat je niet meer bij Christus hoort. En dan zal God je niet redden. 5Wij geloven in Christus, en wij hebben de heilige Geest gekregen! Daardoor weten we zeker dat God ons zal redden.

6Als je bij Jezus Christus hoort, is het niet belangrijk of je besneden bent. Het is alleen belangrijk dat je gelooft, en dat we door het geloof in liefde met elkaar leven.

Laat je niet in de war brengen

7-8God heeft jullie uitgekozen. Een tijdlang leefden jullie zoals hij het wilde. Wie heeft ervoor gezorgd dat jullie daarmee gestopt zijn? God in elk geval niet!

9Er zijn maar weinig mensen nodig om een grote groep in de war te brengen. 10De Heer Jezus geeft mij de zekerheid dat jullie dat met me eens zijn.

Iedereen die jullie in de war brengt, zal gestraft worden, wie het ook is! 11-12Er wordt gezegd dat ik eigenlijk voor de besnijdenis ben. Dat is onzin! Ik vertel dat wij alleen gered kunnen worden omdat Christus voor ons aan het kruis gestorven is. Ik kom zelfs in grote moeilijkheden doordat ik dat vertel.

Mensen die zo graag over besnijden praten, moeten alles er maar af snijden!

Luisteren naar de Geest

Zorg voor elkaar

13Vrienden, God wil dat jullie als vrije mensen leven. Maar gebruik die vrijheid niet om toe te geven aan slechte verlangens. Gebruik die vrijheid om met liefde voor elkaar te zorgen. 14Dan doe je ook precies waar het in de wet om gaat. Want eigenlijk gaat de hele wet over deze regel: «Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf.»

15Blijf dus niet als wilde dieren met elkaar vechten. Want dan gaan jullie uiteindelijk allemaal dood.

Luister naar de heilige Geest

16Laat je leiden door de heilige Geest. Geef niet toe aan je eigen slechte verlangens. 17Want in je hart vechten die slechte verlangens en de heilige Geest met elkaar. De Geest wil niet dat je luistert naar je verlangens. En je verlangens willen niet dat je luistert naar de Geest. Je kunt dus niet zomaar doen wat je wilt.

18Maar als je luistert naar de Geest, dan leef je zoals God het wil. Dan heb je de wet dus niet nodig.

Luister niet naar slechte verlangens

19-21Veel mensen laten zich leiden door hun slechte verlangens. Daardoor doen ze slechte dingen. Dat weten we allemaal.

Ze gedragen zich slecht en hebben verboden seks. Ze vereren afgoden en gebruiken toverspreuken. Ze zijn jaloers op elkaar en denken alleen maar aan zichzelf. Ze vormen eigen groepen en zoeken ruzie. Ze worden snel kwaad en behandelen elkaar als vijanden. Ze drinken te veel, en op feesten laten ze zich helemaal gaan. En ze doen nog veel meer slechte dingen.

Ik heb het jullie al eerder gezegd: Wie zulke dingen doet, zal niet in Gods nieuwe wereld komen.

Leef zoals de heilige Geest het wil

22-23Mensen die zich laten leiden door de heilige Geest, leven heel anders. Zij houden van elkaar. Ze zijn blij en leven in vrede. Ze hebben geduld en zijn goed voor elkaar. Ze geloven in Christus. Ze zijn vriendelijk en gedragen zich goed. Als je zo leeft, doe je precies wat de wet eigenlijk wil. 24Als je bij Jezus Christus hoort, laat je je dus niet leiden door slechte verlangens.

25-26Wij hebben ons nieuwe leven aan de heilige Geest te danken. Laten we dus niet opscheppen over onszelf. Of elkaar jaloers maken door te zeggen hoe goed we zijn. Maar laten we leven zoals de Geest het wil.