Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)

1021Gebed van een ongelukkige die dreigt te bezwijken en zijn klacht uitstort voor de HEER.

2HEER, hoor mijn gebed,

laat mijn hulpkreet u bereiken.

3

102:3
Ps. 69:18
143:7
Verberg uw gelaat niet voor mij,

nu ik in nood verkeer.

Wil naar mij luisteren,

antwoord mij haastig nu ik roep.

4

102:4-6
Ps. 38:8-9
Mijn dagen vervliegen als rook,

mijn gebeente gloeit als vuur.

5Mijn hart is verschroeid en verdord als gras,

ik vergeet mijn brood te eten.

6Ik ben door mijn klagen

tot op het bot vermagerd.

7Ik ben als een uil in de woestijn,

een steenuil in een verlaten bouwval,

8slaap ken ik niet, ik ben eenzaam

als een vogel op het dak.

9Mijn vijanden honen mij weg,

heel de dag word ik bespot en verwenst.

10

102:10
Ps. 42:4
As is het brood dat ik eet,

het water dat ik drink vermeng ik met tranen,

11want uw toorn is tegen mij ontbrand,

u tilde mij op en smeet mij neer.

12

102:12
Ps. 90:5-6
Mijn dagen gaan heen als een schaduw,

ik moet verdorren als gras.

13

102:13
Klaagl. 5:19
Maar u, HEER, troont voor eeuwig,

uw roem zal duren, geslacht na geslacht.

14U zult opstaan en u over Sion ontfermen,

de tijd van genade is gekomen, dit is het uur,

15want uw dienaren hebben de stenen van Sion lief,

de ruïnes vervullen hen met deernis.

16

102:16
Jes. 59:19
66:18
Alle volken zullen de naam van de HEER vrezen,

alle koningen van de aarde zijn majesteit eren

17als de HEER Sion heeft opgebouwd

en hij in majesteit is verschenen,

18als hij zich neigt tot het gebed van de ontheemden

en zich van hun bidden niet afkeert.

19

102:19
Ps. 22:31-32
Laat dit voor het nageslacht worden opgeschreven,

dan zal een herboren volk de HEER loven

20als de HEER heeft neergezien van zijn heilige hoogte,

zich vanuit de hemel naar de aarde heeft neergebogen

21

102:21
Ps. 79:11
om het zuchten van gevangenen te horen,

om vrij te laten wie de dood nabij zijn.

22Dan wordt in Sion de naam van de HEER geprezen,

zijn lof gezongen in Jeruzalem

23als volken en koninkrijken bijeenkomen

om de HEER te aanbidden.

24Hij heeft halverwege mijn kracht gebroken,

hij heeft mijn levensdagen verkort.

25Ik smeek: Mijn God,

neem mij niet midden in het leven weg,

uw jaren duren van geslacht op geslacht.

26

102:26-28
Hebr. 1:10-12
102:26
Jes. 51:6-8
Vóór alle tijden hebt u de aarde gegrondvest,

de hemel is het werk van uw handen.

27Zij zullen vergaan, maar u houdt stand,

zij zullen als kleren verslijten,

u verwisselt ze als een gewaad en zij verdwijnen,

28maar u blijft dezelfde, uw jaren nemen geen einde.

29De kinderen van uw dienaren zullen veilig wonen,

ook op hun nageslacht rust uw oog.