Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
102

1021Gebed van een ongelukkige die dreigt te bezwijken en zijn klacht uitstort voor de HEER.

2HEER, hoor mijn gebed,

laat mijn hulpkreet u bereiken.

3

102:3
Ps. 69:18
143:7
Verberg uw gelaat niet voor mij,

nu ik in nood verkeer.

Wil naar mij luisteren,

antwoord mij haastig nu ik roep.

4

102:4-6
Ps. 38:8-9
Mijn dagen vervliegen als rook,

mijn gebeente gloeit als vuur.

5Mijn hart is verschroeid en verdord als gras,

ik vergeet mijn brood te eten.

6Ik ben door mijn klagen

tot op het bot vermagerd.

7Ik ben als een uil in de woestijn,

een steenuil in een verlaten bouwval,

8slaap ken ik niet, ik ben eenzaam

als een vogel op het dak.

9Mijn vijanden honen mij weg,

heel de dag word ik bespot en verwenst.

10

102:10
Ps. 42:4
As is het brood dat ik eet,

het water dat ik drink vermeng ik met tranen,

11want uw toorn is tegen mij ontbrand,

u tilde mij op en smeet mij neer.

12

102:12
Ps. 90:5-6
Mijn dagen gaan heen als een schaduw,

ik moet verdorren als gras.

13

102:13
Klaagl. 5:19
Maar u, HEER, troont voor eeuwig,

uw roem zal duren, geslacht na geslacht.

14U zult opstaan en u over Sion ontfermen,

de tijd van genade is gekomen, dit is het uur,

15want uw dienaren hebben de stenen van Sion lief,

de ruïnes vervullen hen met deernis.

16

102:16
Jes. 59:19
66:18
Alle volken zullen de naam van de HEER vrezen,

alle koningen van de aarde zijn majesteit eren

17als de HEER Sion heeft opgebouwd

en hij in majesteit is verschenen,

18als hij zich neigt tot het gebed van de ontheemden

en zich van hun bidden niet afkeert.

19

102:19
Ps. 22:31-32
Laat dit voor het nageslacht worden opgeschreven,

dan zal een herboren volk de HEER loven

20als de HEER heeft neergezien van zijn heilige hoogte,

zich vanuit de hemel naar de aarde heeft neergebogen

21

102:21
Ps. 79:11
om het zuchten van gevangenen te horen,

om vrij te laten wie de dood nabij zijn.

22Dan wordt in Sion de naam van de HEER geprezen,

zijn lof gezongen in Jeruzalem

23als volken en koninkrijken bijeenkomen

om de HEER te aanbidden.

24Hij heeft halverwege mijn kracht gebroken,

hij heeft mijn levensdagen verkort.

25Ik smeek: Mijn God,

neem mij niet midden in het leven weg,

uw jaren duren van geslacht op geslacht.

26

102:26-28
Hebr. 1:10-12
102:26
Jes. 51:6-8
Vóór alle tijden hebt u de aarde gegrondvest,

de hemel is het werk van uw handen.

27Zij zullen vergaan, maar u houdt stand,

zij zullen als kleren verslijten,

u verwisselt ze als een gewaad en zij verdwijnen,

28maar u blijft dezelfde, uw jaren nemen geen einde.

29De kinderen van uw dienaren zullen veilig wonen,

ook op hun nageslacht rust uw oog.

103

1031Van David.

Prijs de HEER, mijn ziel,

prijs, mijn hart, zijn heilige naam.

2Prijs de HEER, mijn ziel,

vergeet niet één van zijn weldaden.

3

103:3
Ex. 15:26
Ps. 41:5
Hij vergeeft u alle schuld,

hij geneest al uw kwalen,

4hij redt uw leven van het graf,

hij kroont u met trouw en liefde,

5

103:5
Jes. 40:31
hij overlaadt u met schoonheid en geluk,

uw jeugd vernieuwt zich als een adelaar.

6De HEER doet wat rechtvaardig is,

hij verschaft recht aan de verdrukten.

7Hij maakte aan Mozes zijn wegen bekend,

aan het volk van Israël zijn grootse daden.

8

103:8
Ex. 34:6
Ps. 86:15
145:8
Joël 2:13
Jona 4:2
Liefdevol en genadig is de HEER,

hij blijft geduldig en groot is zijn trouw.

9

103:9
Jes. 57:16
Jer. 3:12
Niet eindeloos blijft hij twisten,

niet eeuwig duurt zijn toorn.

10Hij straft ons niet naar onze zonden,

hij vergeldt ons niet naar onze schuld.

11Zoals de hoge hemel de aarde overspant,

zo welft zich zijn trouw over wie hem vrezen.

12Zo ver als het oosten is van het westen,

zo ver heeft hij onze zonden van ons verwijderd.

13Zo liefdevol als een vader is voor zijn kinderen,

zo liefdevol is de HEER voor wie hem vrezen.

14

103:14
Ps. 90:3
Want hij weet waarvan wij gemaakt zijn,

hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.

15

103:15
Ps. 90:5-6
Jes. 40:7
De mens – zijn dagen zijn als het gras,

hij is als een bloem die bloeit op het veld

16

103:16
Job 7:10
en verdwijnt zodra de wind hem verzengt;

de plek waar hij stond, kent hem niet meer.

17

103:17
Ex. 20:6
Maar de HEER is trouw aan wie hem vrezen,

van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Hij doet recht aan de kinderen en kleinkinderen

18van wie zich houdt aan zijn verbond

en naar zijn geboden leeft.

19

103:19
Ps. 22:29
De HEER – zijn troon staat vast in de hemel,

als koning heerst hij over alles.

20Prijs de HEER, u die zijn boden bent,

sterke helden die doen wat hij zegt,

gehoorzaam aan het woord dat hij spreekt.

21Prijs de HEER, hemelse machten,

dienaren die doen wat hem behaagt.

22Prijs de HEER, al zijn schepselen,

prijs hem, overal in zijn rijk.

Prijs de HEER, mijn ziel.

104

1041

104:1-35
Gen. 1:1-2:4
Prijs de HEER, mijn ziel.

HEER, mijn God, hoe groot bent u.

Met glans en glorie bent u bekleed,

2

104:2
Ps. 19:2
in een mantel van licht gehuld.

U spant de hemel uit als een tentdoek

3

104:3
Amos 9:6
en bouwt op de wateren uw hoge zalen,

u maakt van de wolken uw wagen

en beweegt u op de vleugels van de wind,

4

104:4
Hebr. 1:7
u maakt van de winden uw boden,

van vlammend vuur uw dienaren.

5U hebt de aarde op pijlers vastgezet,

tot in eeuwigheid wankelt zij niet.

6De oerzee bedekte haar als een kleed,104:6 De oerzee bedekte haar als een kleed – Volgens sommige oude vertalingen. MT (betekenis van het Hebreeuws onzeker): ‘Met de oerzee bedekte u hem als met een kleed’.

tot boven de bergen stonden de wateren.

7Toen u dreigde, vluchtten zij weg,

toen uw donderstem klonk, stoven zij heen:

8naar hoog in de bergen, naar diep in de dalen,

naar de plaatsen die u had bepaald.

9

104:9
Gen. 9:11-15
Job 38:8-11
U stelde een grens die zij niet overschrijden,

nooit weer zullen zij de aarde bedekken.

10U leidt het water van de bronnen door beken,

tussen de bergen beweegt het zich voort.

11Het drenkt alles wat leeft in het veld,

de wilde ezels lessen er hun dorst.

12

104:12
Ezech. 31:6
Daarboven wonen de vogels van de hemel,

uit het dichte groen klinkt hun gezang.

13U bevloeit de bergen vanuit uw hoge zalen,

de aarde wordt verzadigd en vruchtbaar:

14gras laat u groeien voor het vee

en gewassen die de mens moet verbouwen.

Zo zal hij brood winnen uit de aarde

15

104:15
Recht. 9:13
Sir. 31:27
en wijn die het mensenhart verheugt,

geurige olie die het gelaat doet stralen,

ja, brood dat het mensenhart versterkt.

16De bomen van de HEER zuigen zich vol,

de ceders van de Libanon, door hemzelf geplant.

17De vogels bouwen daar hun nesten,

in hun kronen104:17 hun kronen – Volgens de Septuaginta. MT: ‘de cipressen’. huizen de ooievaars.

18De hoge bergen zijn voor de steenbokken,

in de kloven schuilen de klipdassen.

19U hebt de maan gemaakt voor de tijden,

de zon weet wanneer zij moet ondergaan.

20Als u het duister spreidt, valt de nacht,

en alles wat leeft in het woud gaat zich roeren.

21

104:21
Job 38:39
De jonge leeuwen gaan uit op roof,

brullend vragen zij God om voedsel.

22Bij zonsopgang trekken zij zich terug

en leggen zich neer in hun legers.

23De mensen gaan aan het werk

en arbeiden door tot de avond.

24Hoe talrijk zijn uw werken, HEER.

Alles hebt u met wijsheid gemaakt,

vol van uw schepselen is de aarde.

25Zie hoe wijd de zee zich uitstrekt.

Daar wemelt het, zonder tal,

van dieren, klein en groot.

26Daar bewegen de schepen zich voort,

daar gaat Leviatan, door u gemaakt om ermee te spelen.104:26 ermee te spelen – Ook mogelijk is de vertaling: ‘er te spelen’.

27En allen zien ernaar uit

dat u voedsel geeft, op de juiste tijd.

28Geeft u het, dan doen zij zich te goed,

opent zich uw hand, dan worden zij verzadigd.

29

104:29
Gen. 2:7
3:19
Job 34:14-15
Ps. 90:3
Pred. 12:7
Verberg uw gelaat en zij bezwijken van angst,

ontneem hun de adem en het is met hen gedaan,

dan keren zij terug tot het stof dat zij waren.

30Zend uw adem en zij worden geschapen,

zo geeft u de aarde een nieuw gelaat.

31De luister van de HEER moge eeuwig duren,

laat de HEER zich verheugen in zijn werken.

32

104:32
Ps. 144:5
Hab. 3:6
Hij richt zijn oog op de aarde en zij beeft,

hij raakt de bergen aan en zij stoten rook uit.

33

104:33
Ps. 7:18
146:2
Voor de HEER wil ik zingen zolang ik leef,

een lied voor mijn God zolang ik besta.

34Moge mijn lofzang de HEER behagen,

zoals ik mijn vreugde vind in hem.

35Zondaars zullen van de aardbodem verdwijnen,

onrechtvaardigen zullen niet meer bestaan.

Prijs de HEER, mijn ziel.

Halleluja!