Bijbel in Gewone Taal (BGT)
90

Psalm 90

901Een gebed van Mozes, de profeet.

God zal er altijd zijn

Heer, bij u zijn we veilig,

elke generatie weer.

2God, u bent er altijd geweest.

U was er eerder dan de bergen,

al voordat de aarde bestond.

U was er al voordat alles begon,

en u zult er altijd zijn.

Ons leven gaat snel voorbij

3U laat de mensen sterven,

u laat ze weer tot stof vergaan.

4Voor u is duizend jaar niet meer dan één dag,

niet meer dan vandaag of gisteren,

of een paar uur in de nacht.

5-6U maakt zomaar een eind aan ons leven.

Het gaat zo snel voorbij als een droom.

Het is net als gras dat verdwijnt.

Het gras komt ’s morgens op.

Het groeit en bloeit,

maar ’s avonds verdort het.

Wij sterven door Gods woede

7Wij sterven door uw woede,

we verdwijnen omdat u boos op ons bent.

8U ziet alles wat we verkeerd doen,

u kent onze diepste geheimen.

9Door uw woede komt er een eind aan ons leven,

het gaat voorbij als een zucht.

10Ons leven duurt maar zeventig jaar,

of tachtig jaar als we sterk zijn.

En alles wat we doen, is moeilijk en zwaar.

Het leven is zo voorbij,

en dan zijn we verdwenen.

11Wij begrijpen niet hoe groot uw woede is,

daarom hebben we nooit genoeg eerbied voor u.

12Leer ons blij te zijn met elke dag,

zodat we wijze mensen worden.

Heer, heb medelijden met ons

13Kom weer bij ons, Heer.

Heb medelijden met ons,

laat ons niet langer wachten.

14Laat ons elke ochtend uw liefde zien!

Dan zullen we voor u juichen en zingen,

elke dag weer.

15U hebt ons veel laten lijden.

Geef ons nu veel vreugde,

zodat we al die ellendige jaren vergeten.

16Laat ons weer zien wat u voor ons doet,

laat onze kinderen zien hoe machtig u bent.

17Heer, onze God, laat ons zien hoe goed u bent.

Help ons bij wat we doen,

ja, help ons bij alles wat we doen!

91

Psalm 91

Ik vertrouw op de Heer

911Bij de Heer ben ik veilig,

hij is de allerhoogste God.

Bij hem vind ik rust,

hij is de machtige God.

2Daarom zeg ik tegen hem:

‘U beschermt me,

ik hoef niet bang te zijn.

Op u vertrouw ik.’

De Heer helpt je

3De Heer helpt je als vijanden je achtervolgen.

Hij redt je als je doodziek bent.

4De Heer beschermt je,

zoals een vogel haar jongen beschermt

onder haar vleugels.

De Heer is trouw.

Hij is zo sterk als een schild,

hij houdt elke aanval tegen.

5Je hoeft niet bang te zijn voor gevaar in de nacht,

en overdag word je niet aangevallen.

6In het donker hoef je niet bang te zijn voor de dood,

en als het licht is, overkomt je geen kwaad.

7-8Overal om je heen sterven mensen,

duizenden, tienduizenden.

Slechte mensen zullen worden gestraft,

en jij zult dat zien.

Maar met jou zal niets ergs gebeuren.

9De Heer beschermt je,

bij de allerhoogste God ben je veilig.

10Rampen overkomen je niet,

het kwaad kan je niet raken.

11Want de Heer stuurt zijn engelen.

Zij zullen je altijd beschermen,

waar je ook bent.

12Hun handen zullen je dragen,

zodat je niet struikelt.

13Je bent sterker dan je sterkste tegenstander.

Je zult je grootste vijand overwinnen.

De Heer is altijd bij je

14Dit heeft de Heer beloofd:

‘Omdat je mij liefhebt, zal ik je redden.

Ik zal je beschermen, omdat je mij kent.

15Als je mij roept, geef ik antwoord.

Als er gevaar is, ben ik bij je.

Ik zal je bevrijden, ik zal je gelukkig maken,

16en ik geef je een lang leven.

Ik, de Heer, zal je redden,

en jij zult dat zien.’

92

Psalm 92

921Een lied voor de sabbat.

De Heer is machtig

2Het is goed om u te danken, Heer,

om te zingen over u, Allerhoogste.

3Het is goed om te spreken over uw liefde,

om te vertellen over uw trouw,

dag en nacht.

4Het is goed om op de harp te spelen,

om muziek voor u te maken.

5Want uw wonderen maken me blij,

ik juich om alles wat u gedaan hebt.

6Heer, uw wonderen zijn groot,

uw plannen zijn geweldig!

7Domme, dwaze mensen begrijpen u niet.

8Ze zien dat het goed gaat met slechte mensen,

met mensen die alleen maar kwaad doen.

Maar ze weten niet dat u die mensen zult vernietigen.

9U bent machtig, Heer, voor altijd.

10Uw vijanden worden vernietigd,

ze worden allemaal vernietigd, Heer.

U jaagt iedereen weg die kwaad doet.

11Maar mij geeft u kracht,

mij maakt u sterk.

Niemand is sterker dan ik.

12Ik zie hoe mijn vijanden vernietigd worden,

ik hoor hoe ze gestraft worden.

Met goede mensen gaat alles goed

13-14Met goede mensen gaat het goed.

Ze zijn dicht bij de Heer,

in zijn huis zijn ze gelukkig.

Goede mensen lijken op grote, hoge bomen,

15die vruchten blijven geven,

ook als ze oud zijn.

Hun bladeren blijven groen en fris.

16Goede mensen zeggen:

‘De Heer beschermt ons.

Hij doet geen onrecht, hij is goed.’