Bijbel in Gewone Taal (BGT)
89

Psalm 89

891Een lied van de Ezrachiet Etan.

God is altijd trouw

2Ik wil altijd zingen over uw liefde, Heer,

steeds opnieuw wil ik spreken over uw trouw.

3Want ik weet: uw liefde bestaat voor altijd,

en aan uw trouw komt geen eind.

4U hebt David als uw dienaar uitgekozen,

en dit hebt u hem plechtig beloofd:

5‘Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn,

nooit zal dat veranderen.’

6Alle engelen prijzen u, Heer,

iedereen in de hemel dankt u,

want u bent altijd trouw en goed.

7Niemand in de hemel is zoals u,

geen andere god is zo machtig als u.

8Alle goden hebben eerbied voor u,

allemaal brengen ze u eer.

9Heer, machtige God,

niemand is zo machtig als u.

U bent altijd trouw, Heer.

10U heerst over de diepe zeeën,

u zorgt dat de hoge golven gaan liggen.

11Al uw vijanden hebt u gedood,

de grootste monsters hebt u verslagen.

12Van u is de hemel, van u is de aarde.

U maakte de wereld en alles wat er leeft.

13U hebt het noorden en het zuiden gemaakt,

en ook de grote, hoge bergen,

de Tabor en de Hermon.

De hele aarde juicht voor u.

14Sterk en machtig bent u.

15U bent een goede koning,

u regeert met liefde en trouw.

God beschermt zijn volk altijd

16Gelukkig zijn mensen die u eren.

U bent bij hen, bij u zijn ze veilig.

17De hele dag zingen ze over u,

uw trouw geeft hun weer nieuwe kracht.

18U beschermt hen, zo krijgen ze kracht.

U bent bij hen, zo worden ze sterk.

19U gaf hun een koning die hen beschermt.

Dat deed u, de heilige God van Israël.

God heeft David bescherming beloofd

20-21Ooit zei u tegen uw volk:

‘Ik heb David als koning uitgekozen,

een dappere man, een jongen uit het volk.

Hij is mijn dienaar, ik zal hem helpen.

22Ik zal hem beschermen en hem kracht geven.

23Geen vijand zal sterker zijn dan hij,

niemand kan hem overwinnen.

24Ik zal zijn tegenstanders vernietigen,

zijn vijanden zal ik verslaan.

25Hij zal merken dat ik altijd bij hem ben.

Ik zal hem steeds machtiger maken,

26hij zal heersen over de hele wereld.

27David zal tegen mij zeggen:

‘U bent mijn vader,

u bent mijn God, u beschermt mij.’

28En ik noem hem mijn zoon,

ik maak hem de machtigste koning op aarde.

29Mijn liefde voor hem zal altijd bestaan.

Ik heb hem voor eeuwig beloofd:

30‘Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn,

nooit zal dat veranderen.’

31-32Maar de nakomelingen van David

moeten zich wel houden aan mijn wetten en regels,

ze moeten wel doen wat ik wil.

33Anders zal ik hen straffen voor hun misdaden,

voor alles wat ze verkeerd gedaan hebben.

34Maar mijn liefde voor David zal altijd bestaan,

nooit zal mijn trouw verdwijnen.

35Mijn belofte aan hem geldt voor eeuwig,

en die zal nooit veranderen.

36-38Ooit heb ik hem plechtig beloofd:

‘Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn,

zo lang als de zon zal schijnen,

zo lang als de maan aan de hemel staat.’

En nooit zal ik mijn belofte breken.

Want ik ben de heilige God.’

God beschermt de koning niet meer

39Maar toch werd u boos, God,

u werd woedend op de koning die u uitgekozen had.

U wilde niets meer van hem weten.

40Uw belofte aan David was niet meer geldig,

zijn nakomelingen mochten geen koning meer zijn.

41Daarom hebt u de muren van Jeruzalem vernietigd,

de sterke huizen hebt u kapotgemaakt.

42Alle mensen die bij de stad kwamen,

konden de stad zomaar leegroven,

en ze lachten de koning uit.

43U liet zijn vijanden winnen,

zijn tegenstanders liet u juichen.

44U liet hem verliezen in de strijd,

hij had niets meer aan zijn wapens.

45U hebt hem zijn macht afgenomen,

hij mocht geen koning meer zijn.

46U maakte een oude man van hem,

en iedereen lachte hem uit.

Help toch, Heer

47Zult u zich voor altijd verbergen, Heer?

Hoe lang blijft u nog boos?

Gaat uw woede nooit voorbij?

48Denk toch aan mij.

Ik ben maar een mens,

en u laat mensen maar kort leven.

49Alle mensen gaan eens dood,

aan elk leven komt een eind.

50Nergens zie ik uw liefde, Heer.

Davids nakomelingen zouden altijd koning zijn,

dat hebt u toch aan David beloofd?

51-52Heer, andere volken lachen uw koning uit.

Ze maken hem belachelijk,

en ook uw andere dienaren,

altijd en overal.

53Laten we de Heer altijd danken.

Amen, amen!

90

Psalm 90

901Een gebed van Mozes, de profeet.

God zal er altijd zijn

Heer, bij u zijn we veilig,

elke generatie weer.

2God, u bent er altijd geweest.

U was er eerder dan de bergen,

al voordat de aarde bestond.

U was er al voordat alles begon,

en u zult er altijd zijn.

Ons leven gaat snel voorbij

3U laat de mensen sterven,

u laat ze weer tot stof vergaan.

4Voor u is duizend jaar niet meer dan één dag,

niet meer dan vandaag of gisteren,

of een paar uur in de nacht.

5-6U maakt zomaar een eind aan ons leven.

Het gaat zo snel voorbij als een droom.

Het is net als gras dat verdwijnt.

Het gras komt ’s morgens op.

Het groeit en bloeit,

maar ’s avonds verdort het.

Wij sterven door Gods woede

7Wij sterven door uw woede,

we verdwijnen omdat u boos op ons bent.

8U ziet alles wat we verkeerd doen,

u kent onze diepste geheimen.

9Door uw woede komt er een eind aan ons leven,

het gaat voorbij als een zucht.

10Ons leven duurt maar zeventig jaar,

of tachtig jaar als we sterk zijn.

En alles wat we doen, is moeilijk en zwaar.

Het leven is zo voorbij,

en dan zijn we verdwenen.

11Wij begrijpen niet hoe groot uw woede is,

daarom hebben we nooit genoeg eerbied voor u.

12Leer ons blij te zijn met elke dag,

zodat we wijze mensen worden.

Heer, heb medelijden met ons

13Kom weer bij ons, Heer.

Heb medelijden met ons,

laat ons niet langer wachten.

14Laat ons elke ochtend uw liefde zien!

Dan zullen we voor u juichen en zingen,

elke dag weer.

15U hebt ons veel laten lijden.

Geef ons nu veel vreugde,

zodat we al die ellendige jaren vergeten.

16Laat ons weer zien wat u voor ons doet,

laat onze kinderen zien hoe machtig u bent.

17Heer, onze God, laat ons zien hoe goed u bent.

Help ons bij wat we doen,

ja, help ons bij alles wat we doen!

91

Psalm 91

Ik vertrouw op de Heer

911Bij de Heer ben ik veilig,

hij is de allerhoogste God.

Bij hem vind ik rust,

hij is de machtige God.

2Daarom zeg ik tegen hem:

‘U beschermt me,

ik hoef niet bang te zijn.

Op u vertrouw ik.’

De Heer helpt je

3De Heer helpt je als vijanden je achtervolgen.

Hij redt je als je doodziek bent.

4De Heer beschermt je,

zoals een vogel haar jongen beschermt

onder haar vleugels.

De Heer is trouw.

Hij is zo sterk als een schild,

hij houdt elke aanval tegen.

5Je hoeft niet bang te zijn voor gevaar in de nacht,

en overdag word je niet aangevallen.

6In het donker hoef je niet bang te zijn voor de dood,

en als het licht is, overkomt je geen kwaad.

7-8Overal om je heen sterven mensen,

duizenden, tienduizenden.

Slechte mensen zullen worden gestraft,

en jij zult dat zien.

Maar met jou zal niets ergs gebeuren.

9De Heer beschermt je,

bij de allerhoogste God ben je veilig.

10Rampen overkomen je niet,

het kwaad kan je niet raken.

11Want de Heer stuurt zijn engelen.

Zij zullen je altijd beschermen,

waar je ook bent.

12Hun handen zullen je dragen,

zodat je niet struikelt.

13Je bent sterker dan je sterkste tegenstander.

Je zult je grootste vijand overwinnen.

De Heer is altijd bij je

14Dit heeft de Heer beloofd:

‘Omdat je mij liefhebt, zal ik je redden.

Ik zal je beschermen, omdat je mij kent.

15Als je mij roept, geef ik antwoord.

Als er gevaar is, ben ik bij je.

Ik zal je bevrijden, ik zal je gelukkig maken,

16en ik geef je een lang leven.

Ik, de Heer, zal je redden,

en jij zult dat zien.’

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]