Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Jezus is belangrijker dan Mozes

31Vrienden, jullie horen bij God. Hij heeft jullie uitgekozen om zijn nieuwe wereld binnen te gaan, want jullie geloven in Jezus. Blijf doen wat Jezus gezegd heeft, want hij werd door God naar de aarde gestuurd. En nu is hij onze hogepriester in de hemel geworden.

2-4Jezus deed wat God wilde. Ook Mozes deed wat God wilde, toen hij Gods volk hielp. Maar Jezus heeft van God wel meer eer gekregen dan Mozes. Zo gaat dat: niet iedereen krijgt evenveel eer. Denk bijvoorbeeld aan iemand die een huis bouwt. De bouwer krijgt meer eer dan het gebouw. Of denk aan God. Hij heeft alles gemaakt, en daarom krijgt hij de meeste eer.

5Mozes was Gods dienaar. Hij deed wat God wilde en hielp Gods volk. Daarom mocht hij vertellen over de redder die God zou sturen. 6Jezus Christus deed ook wat God wilde. Maar hij deed dat als Gods Zoon. Hij is de Heer van Gods volk. En dat volk zijn wij. Maar alleen als we erop blijven vertrouwen dat we gered zullen worden.

Gods nieuwe wereld binnengaan

Verzet je niet tegen God

7In de heilige boeken staan de volgende woorden van de heilige Geest: «Vandaag spreekt God tegen jullie. Luister dus goed. 8-10Verzet je niet tegen hem.

Jullie voorouders hebben zich wel verzet. In de woestijn kwamen ze tegen God in opstand. Veertig jaar lang zagen ze de wonderen van God, en toch twijfelden ze steeds aan zijn macht. Daarom ergerde God zich aan hen. Hij werd woedend, en zei tegen hen: Jullie willen niet luisteren, jullie doen niet wat ik wil. 11Zo zeker als ik leef, nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!»

12Vrienden, niemand van jullie mag ongelovig worden. Blijf vertrouwen op de levende God. 13Steun elkaar elke dag, zolang het nog kan. Zorg ervoor dat niemand van jullie verkeerde keuzes maakt en zich verzet tegen God.

14Toen we gingen geloven, vertrouwden we op Christus, zonder te twijfelen. Dat geloof moeten we vasthouden, want alleen dan blijven we bij Christus horen.

Het volk van Israël verzette zich wel

15Er staat dus in de heilige boeken: «Vandaag spreekt God tegen jullie. Luister dus goed. Verzet je niet tegen hem. Jullie voorouders hebben zich wel verzet, zij kwamen tegen God in opstand.»

16Wie waren die mensen die tegen God in opstand kwamen? Het waren alle mensen die met Mozes uit Egypte weggegaan waren! 17En aan wie ergerde God zich veertig jaar lang? Aan diezelfde zondige mensen. Niemand van hen is levend uit de woestijn gekomen! 18En tegen wie zei God: «Zo zeker als ik leef, nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt»? Dat waren diezelfde mensen. Zij waren niet gehoorzaam aan God.

19Zij mochten Gods land niet binnengaan, omdat ze ongelovig waren!

4

Gods nieuwe wereld binnengaan

41-3God heeft aan zijn volk een land van rust beloofd. De mensen in de tijd van Mozes hadden dat goede nieuws gehoord. Toch hadden ze er niets aan, want ze geloofden het niet. Daarom zei God tegen hen: «Zo zeker als ik leef, nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!»

Gods belofte over het land van rust geldt nog steeds. Dat land is Gods nieuwe wereld. Wij mogen daarin binnengaan, want wij geloven het goede nieuws wel. Maar let op: We moeten blijven doen wat God wil. Want alleen dan kunnen we Gods land van rust echt binnengaan.

Misschien denkt iemand dat het land van rust nog niet bestond in de tijd van Mozes. Maar alles was er al toen God de wereld gemaakt had. 4Ergens in de heilige boeken staat: «Op de zevende dag rustte God uit van al zijn werk.» Toen was het land van rust er dus al.

We moeten ons uiterste best doen

5Er staat dus: «Nooit zullen jullie het land binnengaan waar je rust krijgt!» 6De eerste mensen die hoorden over Gods land van rust, gingen er niet binnen. Want ze waren niet gehoorzaam aan God. Maar er zullen ook mensen zijn die er wel binnengaan.

7God heeft bepaald dat dat nu gaat gebeuren. Want hij heeft David laten zeggen: «Vandaag spreekt God tot jullie. Luister goed. Verzet je niet tegen hem.» 8David leefde lang na Mozes, maar God liet David toch het woord ‘vandaag’ gebruiken. Dat had hij niet gedaan als het volk al vanuit de woestijn het land van rust binnengegaan was.

9De echte rust moet dus nog komen voor het volk van God. 10Want als je Gods nieuwe wereld binnengaat, dan mag je uitrusten van al je werk. Net zoals God uitrustte van zijn werk.

11Laten wij dan ons uiterste best doen om dat land van rust binnen te gaan! Laten we vasthouden aan ons geloof. En laten we niet ongehoorzaam zijn, zoals het volk in de woestijn.

We kunnen ons niet voor God verbergen

12De woorden van de levende God zijn krachtig. Ze dringen diep door in ons hart, nog dieper dan een scherp zwaard. Want God weet wat ons van binnen bezighoudt. En hij beoordeelt onze gedachten en verlangens.

13God ziet iedereen. Niets en niemand blijft voor hem verborgen. Vergeet dat niet, want hij zal over ons rechtspreken.

Een hogepriester in de hemel

Jezus is hogepriester in de hemel

14Wij horen bij Jezus, de Zoon van God. Dat geloven we, en daar moeten we aan vasthouden. Jezus is naar de hemel gegaan. En daar, bij God zelf, is hij onze hogepriester geworden.

15Jezus, onze hogepriester in de hemel, heeft veel moeten lijden, net als wij. Zelf heeft hij nooit iets verkeerds gedaan. Maar hij weet wel hoe moeilijk het is om geen verkeerde keuzes te maken.

16Laten we daarom vol vertrouwen leven als volk van God. En als het nodig is, helpt Jezus ons. Want hij is onze hogepriester. Hij heeft medelijden met ons, en hij is goed voor ons.

5

De gewone hogepriester

51De gewone hogepriester is een mens die God om hulp mag vragen voor andere mensen. Hij brengt offers voor wat zij verkeerd gedaan hebben.

2De hogepriester weet hoe moeilijk het is om te leven zoals God het wil. Want hij leeft ook zelf niet altijd zoals God het wil. 3Daarom moet hij ook offers brengen voor wat hij zelf verkeerd gedaan heeft.

4Niemand kan zichzelf hogepriester maken. God kiest iemand uit om hogepriester te worden. Dat deed hij al bij Aäron, de eerste hogepriester.

De hogepriester in de hemel

5Ook Christus heeft zich niet zelf hogepriester gemaakt. Dat heeft God gedaan. Want in de heilige boeken heeft God tegen Christus gezegd: «Vanaf vandaag ben jij mijn Zoon en ben ik jouw Vader.» 6En God heeft ook gezegd: «Jij zult priester voor altijd zijn, net als Melchisedek.»

7Toen Christus als mens op aarde leefde, heeft hij met luide stem tot God gebeden. Vol verdriet heeft hij God gesmeekt om hem te redden van de dood. En omdat Christus veel eerbied had voor God, heeft God naar zijn gebeden geluisterd.

8Als je gehoorzaam wilt zijn aan God, dan hoort ook het lijden erbij. Zelfs Christus heeft dat moeten leren. Terwijl hij de Zoon van God is!

9-10Toen Christus gestorven was, kreeg hij alle eer in de hemel. God heeft hem daar hogepriester voor altijd gemaakt. Dankzij Christus kunnen alle mensen die hem gehoorzaam zijn, voor altijd gered worden.

Waarschuwingen

Wees volwassen in je geloof

11Ik zou jullie nog veel meer willen vertellen over Christus, die onze hogepriester voor altijd is. Maar dat is allemaal moeilijk aan jullie uit te leggen. Want ik heb gemerkt dat jullie niet goed meer luisteren.

12-14Als het gaat om het geloof, lijken jullie steeds meer op kleine kinderen die nog melk drinken bij hun moeder. Zulke kinderen kunnen nog niet vertellen wat goed en kwaad is. Volwassenen kennen het verschil tussen goed en kwaad wel. Dat hebben ze geleerd.

Jullie zouden allang volwassen moeten zijn in je geloof. Jullie horen al zo lang bij Christus, dat jullie zelf uitleg over hem zouden moeten geven. Maar zo is het niet. Ik moet bij jullie eigenlijk helemaal opnieuw beginnen met mijn lessen over Christus!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]