Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
70

701

70:1-6
Ps. 40:14-18
70:1
Ps. 38:1
Voor de koorleider. Van David, een dringend gebed.

2God, breng mij uitkomst,

HEER, kom mij haastig te hulp.

3Dat beschaamd en vernederd worden

wie mij naar het leven staan,

met schande terugwijken

wie mijn ongeluk zoeken,

4beschaamd zich omkeren

wie de spot met mij drijven.

5Wie bij u hun geluk zoeken

zullen lachen en vrolijk zijn,

wie van u hun redding verwachten

zullen steeds weer zeggen:

‘God is groot!’

6Ik ben arm en zwak,

God, kom haastig,

u bent mijn helper, mijn bevrijder,

HEER, wacht niet langer.

71

711

71:1-3
Ps. 31:2-4
71:1
Ps. 25:2
Bij u, HEER, schuil ik,

maak mij nooit te schande,

2red en bevrijd mij, doe mij recht,

hoor mij en kom mij te hulp.

3Wees de rots waarop ik kan wonen,

waar ik altijd heen kan gaan.

U hebt mijn redding bevolen,

mijn rots en mijn burcht, dat bent u.

4

71:4
Ps. 140:2
Mijn God, bevrijd mij uit de hand van schurken,

uit de greep van wrede onderdrukkers.

5U bent mijn enige hoop,

HEER, mijn God,

van jongs af vertrouw ik op u.

6Al vanaf mijn geboorte steun ik op u,

al in de moederschoot was u het die mij droeg,71:6 die mij droeg – Voorgestelde lezing. MT (betekenis van het Hebreeuws onzeker): ‘die mij [de navelstreng] afsneed’.

u wil ik altijd loven.

7Voor velen ben ik een teken,

u bent mijn veilige schuilplaats.

8Heel de dag is mijn mond

vervuld van uw lof en uw luister.

9Verstoot mij niet nu ik oud word,

verlaat mij niet nu mijn kracht bezwijkt.

10Mijn vijanden spreken over mij,

ze loeren op mij en spannen samen,

11

71:11
Ps. 3:3
22:9
ze zeggen: ‘God heeft hem verlaten,

jaag hem op, grijp hem, niemand die hem redt.’

12

71:12
Ps. 22:12
God, blijf niet ver van mij,

mijn God, kom mij haastig te hulp,

13

71:13
Ps. 35:4
40:15
laat mijn tegenstanders van schaamte bezwijken,

wie mijn ongeluk zoeken, met schande worden bedekt.

14Ik blijf naar u uitzien, altijd,

u lof brengen, meer en meer.

15

71:15
Ps. 35:28
Mijn mond verhaalt van uw gerechtigheid,

van uw reddende daden, dag aan dag,

hun aantal kan ik niet tellen.

16Spreken zal ik over uw macht, HEER, mijn God,

de rechtvaardigheid roemen van u alleen.

17

71:17
Jes. 46:3-4
God, u onderwees mij van jongs af aan,

en steeds nog vertel ik uw wonderen.

18

71:18
Ps. 22:31
Nu ik oud en grijs ben,

verlaat mij niet, o God,

zodat ik het nageslacht, elk nieuw kind,

kan verhalen van de macht van uw arm.

19

71:19
Ps. 36:7
86:8
Uw gerechtigheid rijst hoog op, o God,

u hebt grootse daden verricht.

God, wie is aan u gelijk?

20

71:20
Ps. 9:14
U hebt mij doen zien

veel ellende en nood –

laat mij nu herleven,

laat mij herrijzen

uit de diepten van de aarde.

21Verhoog mij in aanzien,

omgeef mij met uw troost.

22Dan zal ik u loven bij het spel op de harp,

u en uw trouw, mijn God.

Ik zal voor u zingen bij de lier,

Heilige van Israël.

23Mijn lippen zullen juichen wanneer ik voor u zing,

ik zal jubelen omdat u mij hebt verlost.

24Mijn tong zal heel de dag van uw gerechtigheid spreken:

wie mijn ongeluk zoekt, zal te schande staan.

72

721

72:1
Jer. 23:5
Van Salomo.

Geef, o God, uw wetten aan de koning,

uw gerechtigheid aan de koningszoon.

2Moge hij uw volk rechtvaardig besturen,

uw arme volk naar recht en wet.

3

72:3
Jes. 45:8
55:12
Mogen de bergen vrede brengen aan het volk

en de heuvels gerechtigheid.72:3 gerechtigheid – Volgens sommige oude vertalingen. MT: ‘in gerechtigheid’.

4Moge hij recht doen aan de zwakken,

redding bieden aan de armen,

maar de onderdrukker neerslaan.

5

72:5-7
Ps. 89:37-38
72:5
Ps. 61:7-8
Moge hij leven72:5 Moge hij leven – Volgens de Septuaginta. MT: ‘Mogen zij u vrezen’. zolang de zon bestaat,

zolang de maan zal schijnen,

van geslacht op geslacht.

6

72:6
Deut. 32:2
Jes. 45:8
Hos. 6:3
Moge hij zijn als regen die valt op kale akkers,

als buien die de aarde doordrenken.

7Moge in zijn dagen de rechtvaardige bloeien,

de vrede wereldwijd zijn tot de maan niet meer bestaat.

8

72:8
Zach. 9:10
Sir. 44:21
Moge hij heersen van zee tot zee,

van de Grote Rivier tot de einden der aarde.

9

72:9
Jes. 49:23
Micha 7:17
Laten de woestijnbewoners voor hem buigen,

zijn vijanden het stof van zijn voeten likken.

10

72:10
1 Kon. 10:1
De koningen van Tarsis en de kustlanden,

laten zij hem een geschenk brengen.

De koningen van Seba en Saba,

laten ook zij hem schatting afdragen.

11Laten alle koningen zich neerwerpen voor hem,

alle volken hem dienstbaar zijn.

12

72:12
Job 29:12
Hij zal bevrijden wie arm is en om hulp roept,

wie zwak is en geen helper heeft.

13Hij ontfermt zich over weerlozen en armen,

wie arm is, redt hij het leven.

14Hij verlost hen van onderdrukking en geweld,

hun bloed is kostbaar in zijn ogen.

15Leve de koning! Men zal hem goud van Seba schenken,

zonder ophouden voor hem bidden,

hem zegen toewensen, dag aan dag.

16

72:16
Jes. 27:6
Amos 9:13
Er zal overvloed van koren zijn in het land,

zelfs op de toppen van de bergen.

Rijpe aren zullen golven als de bossen van de Libanon.

Vanuit zijn stad zal voorspoed ontluiken

als jong groen op de aarde.

17

72:17
Gen. 12:3
Zijn naam zal eeuwig bestaan, zijn naam

zal voortleven zolang de zon zal schijnen.

Men zal wensen gezegend te worden als hij,

en alle volken prijzen hem gelukkig.

18Geprezen zij God, de HEER,

de God van Israël.

Hij doet wonderen, hij alleen.

19Geprezen zij zijn luisterrijke naam, voor eeuwig.

Moge zijn luister heel de aarde vervullen.

Amen, amen!

20Hier eindigen de gebeden van David, de zoon van Isaï.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]