Herziene Statenvertaling (HSV)
10

De uitzending van de twaalf discipelen

101En Hij riep

10:1
Mark. 3:13
Luk. 6:13
9:1
Zijn twaalf discipelen bij Zich en gaf hun macht over de onreine geesten om die uit te drijven, en om iedere ziekte en elke kwaal te genezen.

2De namen nu van de twaalf apostelen zijn deze: de eerste, Simon die Petrus genoemd werd, en Andreas, zijn broer; Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en Johannes, zijn broer;

3Filippus en Bartholomeüs; Thomas en Mattheüs, de tollenaar; Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Lebbeüs, die ook Thaddeüs genoemd werd;

4Simon Kananites en Judas Iskariot, die Hem ook verraden heeft.

5Deze twaalf zond Jezus uit en Hij gebood hun: U zult u niet op weg begeven naar de heidenen en u zult geen enkele stad van de Samaritanen binnengaan,

6

10:6
Hand. 3:26
13:26,46
maar ga liever naar de verloren schapen van het huis van Israël.

7En als u op weg gaat,

10:7
Luk. 9:2
predik dan: Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.

8

10:8
Luk. 10:9
Genees zieken, reinig melaatsen, wek doden op, drijf demonen uit.
10:8
Hand. 8:18,20
U hebt het voor niets ontvangen, geef het voor niets.

9

10:9
Mark. 6:8
Luk. 9:3
22:35
Voorzie u niet van goud of zilver of kopergeld in uw gordels,

10of van een reiszak voor onderweg of twee stel onderkleren of sandalen of een staf.

10:10
Lev. 19:13
Deut. 24:14
25:4
Luk. 10:7
1 Kor. 9:4,14
1 Tim. 5:18
Want de arbeider is zijn voedsel waard.

11

10:11
Mark. 6:10
Luk. 9:4
10:8
Welke stad of welk dorp u ook zult binnenkomen, onderzoek wie het daarin waard is; en blijf daar, totdat u weer vertrekt.

12En als u een huis binnengaat, begroet het dan.

13En als dat huis het waard is, laat dan uw vrede erover komen, maar als het dat niet waard is, laat dan uw vrede tot u terugkeren.

14

10:14
Mark. 6:11
Luk. 9:5
En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en
10:14
Hand. 13:51
18:6
schud het stof van uw voeten.

15

10:15
Mark. 6:11
Luk. 10:12
Voorwaar, Ik zeg u: Het zal voor het land van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.

Niet vrezen

16

10:16
Luk. 10:3
Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven.

17Maar wees op uw hoede voor de mensen,

10:17
Matt. 24:9
Luk. 21:12
Joh. 15:20
16:2
Openb. 2:10
want zij zullen u overleveren aan raadsvergaderingen, en in hun synagogen zullen zij u geselen.

18

10:18
Hand. 24:1
25:4
En u zult ook voor stadhouders en koningen geleid worden omwille van Mij, tot een getuigenis voor hen en de heidenen.

19

10:19
Mark. 13:11
Luk. 12:11
21:14
Maar wanneer zij u overleveren, moet u niet bezorgd zijn hoe of wat u spreken moet, want het zal u op dat moment gegeven worden wat u spreken moet.

20Want u bent het niet die spreekt, maar de Geest van uw Vader, Die in u spreekt.

21

10:21
Micha 7:2,5
Luk. 21:16
De ene broer zal de andere broer overleveren om gedood te worden, en de vader het kind, en de kinderen zullen tegen de ouders opstaan en hen doden.

22En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam;

10:22
Matt. 24:13
Mark. 13:13
Luk. 21:19
Openb. 2:10
3:10
maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden.

23

10:23
Matt. 2:13
4:12
12:15
Hand. 8:1
9:25
14:6
Wanneer ze u in de ene stad vervolgen, vlucht dan naar de andere, want voorwaar, Ik zeg u: U zult uw rondgang door de steden van Israël niet geëindigd hebben, voordat de Zoon des mensen gekomen is.

24

10:24
Luk. 6:40
Joh. 13:16
15:20
De discipel staat niet boven de meester en de dienaar niet boven zijn heer.

25Het moet genoeg zijn voor de discipel dat hij wordt zoals zijn meester, en dat de dienaar wordt zoals zijn heer.

10:25
Matt. 9:34
12:24
Mark. 3:22
Luk. 11:15
Joh. 8:48
Als ze de Heere van het huis Beëlzebul genoemd hebben, hoeveel te meer Zijn huisgenoten!

26

10:26
Jes. 8:12
Jer. 1:8
Wees dus niet bevreesd voor hen,
10:26
Job 12:22
Mark. 4:22
Luk. 8:17
12:2
want er is niets bedekt wat niet geopenbaard zal worden, en er is niets verborgen wat niet bekend zal worden.

27Wat Ik u zeg in het duister, zeg het in het licht; en wat u hoort in het oor, predik dat op de daken.

28

10:28
Jer. 1:8
Luk. 12:4
En wees niet bevreesd voor hen die het lichaam doden en de ziel niet kunnen doden, maar wees veeleer bevreesd voor Hem Die zowel ziel als lichaam te gronde kan richten in de hel.

29Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om.

30

10:30
1 Sam. 14:45
En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld.

31Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven.

32

10:32
Mark. 8:38
Luk. 9:26
12:8
2 Tim. 2:12
Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

33Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is.

Jezus brengt verdeeldheid

34

10:34
Luk. 12:51
Denk niet dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

35

10:35
Micha 7:6
Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader, en tussen een dochter en haar moeder, en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder;

36

10:36
Ps. 41:10
55:13
Joh. 13:18
en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.

37

10:37
Luk. 14:26
Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard.

38

10:38
Matt. 16:24
Mark. 8:34
Luk. 9:23
14:27
En wie zijn kruis niet op zich neemt en Mij navolgt, is Mij niet waard.

39

10:39
Matt. 16:25
Mark. 8:35
Luk. 9:24
17:33
Joh. 12:25
Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden.

40

10:40
Luk. 10:16
Joh. 13:20
Wie u ontvangt, ontvangt Mij; en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem Die Mij gezonden heeft.

41

10:41
1 Kon. 17:10
18:4
2 Kon. 4:8
Wie een profeet ontvangt omdat hij een profeet is,10:41 omdat hij een profeet is - Letterlijk: in de naam van een profeet. zal het loon van een profeet ontvangen; en wie een rechtvaardige ontvangt omdat hij een rechtvaardige is,10:41 omdat hij een rechtvaardige is - Letterlijk: in de naam van een rechtvaardige. zal het loon van een rechtvaardige ontvangen.

42

10:42
Matt. 25:40
Mark. 9:41
Hebr. 6:10
En wie een van deze kleinen slechts een beker koud water te drinken geeft omdat hij een discipel is,10:42 omdat hij een discipel is - Letterlijk: in de naam van een discipel. voorwaar, Ik zeg u: hij zal zijn loon beslist niet verliezen.

11

De vraag van Johannes de Doper

111En het gebeurde, toen Jezus geëindigd had Zijn twaalf discipelen opdrachten te geven, dat Hij vandaar vertrok om onderwijs te geven en te prediken in hun steden.

2

11:2
Luk. 7:18
Toen Johannes in de gevangenis over de werken van Christus gehoord had, stuurde hij twee van zijn discipelen,

3en zei tegen Hem: Bent U het Die komen zou, of verwachten wij een ander?

4En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Ga heen en bericht Johannes wat u hoort en ziet:

5

11:5
Jes. 29:18
35:5
61:1
Luk. 4:18
blinden worden ziende en kreupelen kunnen lopen; melaatsen worden gereinigd en doven kunnen horen; doden worden opgewekt en aan armen wordt het Evangelie verkondigd;

6en zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.

Jezus' getuigenis over Johannes

7

11:7
Luk. 7:24
Toen dezen weggingen, begon Jezus tegen de menigte te zeggen over Johannes: Waar bent u in de woestijn naar gaan kijken? Naar een riet dat door de wind heen en weer bewogen wordt?

8Maar waar bent u dan naar gaan kijken? Naar iemand in kostbare kleding gekleed? Zie, zij die kostbare kleding dragen, zijn in de huizen van de koningen.

9Maar waar bent u dan naar gaan kijken? Naar een profeet? Ja, Ik zeg u, zelfs naar veel meer dan een profeet.

10Want hij is het over wie geschreven staat:

11:10
Mal. 3:1
Mark. 1:2
Luk. 7:27
Zie, Ik zend Mijn engel voor Uw aangezicht, die voor U uit Uw weg gereed zal maken.

11Voorwaar, Ik zeg u: Onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper; maar wie de minste is in het Koninkrijk der hemelen, is groter dan hij.

12

11:12
Luk. 16:16
En van de dagen van Johannes de Doper af tot nu toe wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars grijpen het.

13Want al de profeten en de Wet hebben tot Johannes toe geprofeteerd.

14

11:14
Mal. 4:5
Luk. 1:17
En als u het wilt aannemen: hij is Elia, die komen zou.

15Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.

16Maar waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken?

11:16
Luk. 7:31
Het is zoals de kinderen die op de markt zitten en hun vriendjes toeroepen:

17Wij hebben voor jullie op de fluit gespeeld, maar jullie hebben niet gedanst; wij hebben klaagliederen voor jullie gezongen, maar jullie hebben geen rouw bedreven.

18

11:18
Matt. 3:4
Mark. 1:6
Want Johannes is gekomen, hij at niet en hij dronk niet, en ze zeggen: Hij heeft een demon.

19De Zoon des mensen is gekomen, Die wel at en dronk, en ze zeggen: Ziedaar, een vraatzuchtig mens en een drinker, een vriend van tollenaars en zondaars. Maar de Wijsheid is gerechtvaardigd door Haar kinderen.

De drie onboetvaardige steden

20

11:20
Luk. 10:13
Toen begon Hij de steden waarin de meeste krachten door Hem verricht waren, te verwijten dat zij zich niet bekeerd hadden:

21Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang in

11:21
2 Sam. 13:19
2 Kon. 6:30
19:1
zak en as bekeerd hebben.

22

11:22
Matt. 10:15
Maar Ik zeg u: Het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor u.

23En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden. Want als in Sodom de krachten waren gebeurd die in u hebben plaatsgevonden, dan zou het tot op de huidige dag gebleven zijn.

24Maar Ik zeg u

11:24
Matt. 10:15
dat het voor het land van Sodom verdraaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor u.

Het welbehagen van de Vader

25

11:25
Luk. 10:21
In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde,
11:25
Job 5:12
Jes. 29:14
Luk. 10:21
1 Kor. 1:19
2:7,8
dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard.

26Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen.

27

11:27
Matt. 28:18
Luk. 10:22
Joh. 3:35
Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en
11:27
Joh. 1:18
6:46
niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.

28Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.

29Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik

11:29
Ps. 45:5
zachtmoedig ben en nederig van hart;
11:29
Jer. 6:16
en u zult rust vinden voor uw ziel;

30

11:30
1 Joh. 5:3
want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.

12

Aren plukken op de sabbat

121In

12:1
Deut. 23:25
Mark. 2:23
Luk. 6:1
die tijd ging Jezus op een sabbat door de korenvelden, en Zijn discipelen hadden honger en begonnen aren te plukken en te eten.

2Toen de Farizeeën dat zagen, zeiden zij tegen Hem: Zie, Uw discipelen doen iets

12:2
Ex. 20:10
wat niet geoorloofd is te doen op de sabbat.

3Maar Hij zei tegen hen: Hebt u niet gelezen wat David deed toen hij honger had, en zij die bij hem waren?

4Hoe hij het huis van God binnengegaan is en de

12:4
1 Sam. 21:6
toonbroden gegeten heeft, die hij niet mocht eten, evenmin als zij die bij hem waren,
12:4
Ex. 29:33
Lev. 24:9
maar alleen de priesters?

5

12:5
Num. 28:9
Of hebt u niet gelezen in de Wet dat de priesters op de sabbatdagen de sabbat ontheiligen in de tempel, en toch onschuldig zijn?

6Ik zeg u echter dat hier

12:6
2 Kron. 6:18
Iemand is Die meer is dan de tempel.

7Maar als u geweten had wat het betekent:

12:7
Hos. 6:6
Micha 6:8
Matt. 9:13
23:23
Ik wil barmhartigheid en geen offer, dan zou u de onschuldigen niet veroordeeld hebben.

8

12:8
Mark. 2:28
Luk. 6:5
Want de Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat.

De man met de verschrompelde hand

9

12:9
Mark. 3:1
Luk. 6:6
En Hij vertrok vandaar en kwam in hun synagoge.

10En zie, er was iemand die een verschrompelde hand had. En ze vroegen Hem:

12:10
Luk. 14:3
Is het ook geoorloofd op de sabbatdagen te genezen? Dit om Hem te kunnen beschuldigen.

11Hij zei tegen hen: Welk mens onder u die één schaap heeft, zal het niet, als het op een sabbat

12:11
Ex. 23:4
Deut. 22:4
in een kuil valt, grijpen en eruit tillen?

12

12:12
Gen. 1:27
Hoeveel gaat niet een mens een schaap te boven! Daarom is het geoorloofd op de sabbatdagen goed te doen.

13Toen zei Hij tegen die man: Steek uw hand uit. En hij stak hem uit, en hij werd hersteld, gezond als de andere.

14

12:14
Mark. 3:6
Joh. 5:18
10:39
11:53
De Farizeeën gingen weg en beraadslaagden tegen Hem, hoe zij Hem om zouden kunnen brengen.

De Knecht des Heeren

15Maar Jezus wist dat en

12:15
Matt. 10:23
vertrok vandaar, en veel menigten volgden Hem en Hij genas hen allen.

16

12:16
Matt. 9:30
Luk. 5:14
En Hij gebood hun streng dat zij niet bekend zouden maken Wie Hij was,

17opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet Jesaja toen hij zei:

18

12:18
Jes. 42:1
Matt. 3:17
17:5
Mark. 1:11
Kol. 1:13
2 Petr. 1:17
Zie, Mijn Knecht, Die Ik uitverkoren heb, Mijn Geliefde, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen en Hij zal aan de heidenen het oordeel verkondigen.

19Hij zal niet twisten en niet roepen, en ook zal niemand Zijn stem op de straten horen.

20Het geknakte riet zal Hij niet breken en de walmende vlaspit zal Hij niet doven, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning.

21En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen.

Jezus en Beëlzebul

22

12:22
Matt. 9:32
Luk. 11:14
Toen werd er iemand bij Hem gebracht die door een demon bezeten was en die blind was en niet kon spreken; en Hij genas hem, zodat hij die blind was en niet had kunnen spreken zowel kon spreken als zien.

23En heel de menigte was buiten zichzelf en zei:

12:23
Joh. 4:29
Is dit niet de Zoon van David?

24Maar de Farizeeën hoorden dit en zeiden:

12:24
Matt. 9:34
Mark. 3:22
Luk. 11:15
Deze drijft de demonen alleen maar uit door Beëlzebul, de aanvoerder van de demonen.

25Jezus echter kende hun gedachten en zei tegen hen: Ieder koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, wordt verwoest; en geen enkele stad of geen enkel huis dat tegen zichzelf verdeeld is, zal standhouden.

26En als de satan de satan uitdrijft, dan is hij tegen zichzelf verdeeld; hoe kan zijn rijk dan standhouden?

27En als Ik door Beëlzebul de demonen uitdrijf, door wie drijven uw zonen ze dan uit? Daarom zullen die uw rechters zijn.

28Maar als Ik door de Geest van God de demonen uitdrijf, dan is het Koninkrijk van God bij u gekomen.

29Of hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst de sterke gebonden heeft? En dan zal hij zijn huis leegroven.

30Wie niet met Mij is, die is tegen Mij; en wie niet met Mij bijeenbrengt, die drijft uiteen.

31

12:31
Mark. 3:28
Luk. 12:10
1 Joh. 5:16
Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden.

32

12:32
1 Sam. 2:25
En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden;
12:32
Num. 15:30
1 Joh. 5:16
maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende.

De goede en de slechte mens

33

12:33
Matt. 7:18
Stel dat de boom goed is, dan is ook zijn vrucht goed; of dat de boom slecht is, dan is ook zijn vrucht slecht. Want aan de vrucht wordt de boom gekend.

34

12:34
Matt. 3:7
Adderengebroed! Hoe kunt u goede dingen spreken, terwijl u slecht bent?
12:34
Ps. 40:11
Luk. 6:45
Want uit de overvloed van het hart spreekt de mond.

35De goede mens brengt goede dingen voort uit de goede schat van het hart, en de slechte mens brengt slechte dingen voort uit de slechte schat.

36Maar Ik zeg u

12:36
Efez. 5:4
dat de mensen van elk nutteloos woord dat zij zullen spreken, rekenschap moeten geven
12:36
Pred. 12:14
op de dag van het oordeel.

37

12:37
2 Sam. 1:16
Luk. 19:22
Want op grond van uw woorden zult u rechtvaardig verklaard worden, en op grond van uw woorden zult u veroordeeld worden.

Het teken van Jona

38

12:38
Matt. 16:1
Mark. 8:11
Luk. 11:29
1 Kor. 1:22
Toen antwoordden sommigen van de schriftgeleerden en Farizeeën: Meester, wij zouden van U een teken willen zien.

39Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Een verdorven en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken gegeven worden dan het teken van Jona, de profeet.

40

12:40
Jona 1:17
2:10
Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart van de aarde zijn.

41

12:41
Luk. 11:32
De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en zullen het veroordelen, want zij hebben zich bekeerd
12:41
Jona 3:5
op de prediking van Jona; en zie, meer dan Jona is hier!

42

12:42
1 Kon. 10:1
2 Kron. 9:1
Luk. 11:31
De koningin van het Zuiden zal opstaan in het oordeel samen met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden van de aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier!

Terugkeer van de onreine geest

43

12:43
Luk. 11:24
Wanneer nu de onreine geest uit de mens weggegaan is, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet.

44Dan zegt hij: Ik zal teruggaan naar mijn huis, waar ik uit weggegaan ben; en wanneer hij komt, vindt hij het leeg, geveegd en opgeruimd.

45Dan gaat hij weg en neemt zeven andere geesten met zich mee, die meer verdorven zijn dan hijzelf,

12:45
Hebr. 6:4,5
10:26
2 Petr. 2:20
en wanneer zij naar binnen gegaan zijn, gaan zij daar wonen; en het einde van die mens wordt erger dan het begin. Zo zal het ook met dit verdorven geslacht zijn.

Jezus' echte familie

46

12:46
Mark. 3:31
Luk. 8:20
En terwijl Hij nog tot de menigte sprak, zie, Zijn moeder en broers stonden buiten en zochten Hem om met Hem te spreken.

47Iemand zei tegen Hem: Zie, Uw moeder en Uw broers staan buiten en zoeken U om met U te spreken.

48Maar Hij antwoordde en zei tegen hem die dat tegen Hem zei: Wie is Mijn moeder en wie zijn Mijn broers?

49En Hij strekte Zijn hand uit over Zijn discipelen en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders.

50

12:50
Joh. 15:14
2 Kor. 5:16
Gal. 5:6
6:15
Kol. 3:11
Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]