Bijbel in Gewone Taal (BGT)
145

Psalm 145

1451Een danklied van David.

Ik wil God eer brengen

Ik wil u eer brengen, mijn God.

Ik wil u danken, mijn koning,

nu en altijd.

2Elke dag zal ik u danken,

altijd zal ik voor u zingen.

3Heer, u bent machtig.

Laat iedereen voor u zingen,

want uw macht is oneindig groot.

God doet wonderen

4Laten mensen vertellen over uw daden

aan hun kinderen en kleinkinderen.

Laten ze steeds opnieuw spreken

over alles wat u hebt gedaan.

5-6Laten ze u een machtige koning noemen,

laten ze uw grote daden bekendmaken.

Ook ik wil vertellen over uw wonderen,

ook ik wil spreken over uw macht.

7Laat iedereen vertellen hoe goed u bent,

laat iedereen zingen over uw trouw:

8‘De Heer is goed, hij vergeeft ons.

Geduldig en vol liefde is hij.

9De Heer is goed voor iedereen,

vol liefde voor alles wat hij gemaakt heeft.’

10Laat iedereen op aarde u eren.

Laten al uw dienaren u danken.

11Laat iedereen u een grote koning noemen,

en uw machtige daden bekendmaken.

12Laat iedereen vertellen over uw wonderen,

over uw daden, machtige koning.

13U bent koning voor altijd,

uw koninkrijk blijft altijd bestaan.

God helpt mensen die hem eren

14U steunt mensen in nood,

u geeft ze nieuwe kracht.

15Alle mensen verlangen naar u,

u geeft hun het voedsel dat ze nodig hebben.

16U geeft hun zelf te eten,

allemaal krijgen ze meer dan genoeg.

17De Heer is altijd rechtvaardig,

alles wat hij doet, is goed.

18De Heer is dichtbij voor mensen die hem roepen,

dichtbij voor mensen die op hem vertrouwen.

19Aan mensen die hem eren,

geeft de Heer wat ze nodig hebben.

Hij hoort hun gebed en hij helpt hen.

20Hij beschermt mensen die hem liefhebben,

maar slechte mensen vernietigt hij.

21Ik zal altijd zingen voor de heilige Heer.

Alles wat leeft, moet de Heer danken,

nu en altijd!

146

Psalm 146

Vertrouw op de Heer

1461Halleluja!

Ik juich voor de Heer

vanuit het diepst van mijn hart.

2Ik zal de Heer danken, zolang ik leef.

Ik zal zingen voor mijn God, zolang ik besta.

3Vertrouw niet op mensen met macht,

want mensen kunnen niemand redden.

4Als ze sterven, worden ze weer stof,

dan kunnen ze helemaal niets meer.

5Je kunt beter vertrouwen op de God van Jakob,

je kunt beter hulp zoeken bij de Heer.

6Want hij heeft de hemel en de aarde gemaakt,

en ook de zee en alles wat daar leeft.

De Heer blijft altijd trouw.

7Hij helpt mensen die onderdrukt worden.

Mensen die honger hebben, geeft hij te eten.

Gevangenen bevrijdt hij.

8-9De Heer laat blinden weer zien.

Mensen die gevallen zijn, helpt hij overeind.

Hij beschermt vreemdelingen.

Hij helpt weduwen,

hij beschermt kinderen zonder vader.

De Heer heeft goede mensen lief,

maar slechte mensen laat hij in de steek.

10De Heer is koning voor altijd,

de God van Sion regeert voor eeuwig.

Halleluja!

147

Psalm 147

Het is goed om voor God te zingen

1471Halleluja!

Het is goed om voor onze God te zingen,

het is goed om hem te eren met een lied.

2Want de Heer bouwt Jeruzalem weer op.

Hij brengt zijn volk weer terug,

zijn volk dat uit Israël weggehaald was.

3Hij geeft mensen weer hoop,

hij neemt hun pijn weg.

4De Heer heeft alle sterren gemaakt,

hij heeft ze een naam gegeven.

5Groot is onze Heer, hij is machtig,

machtig en oneindig wijs.

6Mensen die hem trouw zijn, helpt hij.

Maar slechte mensen straft hij.

De Heer zorgt voor de aarde

7Dank de Heer met een lied,

speel op de harp voor onze God!

8Want hij bedekt de lucht met wolken.

Hij laat het regenen op aarde,

zodat er gras groeit op de bergen.

9Hij geeft alle dieren te eten,

ook de jonge vogels die roepen om voer.

10Sterke soldaten geven de Heer geen vreugde,

een machtig leger doet hem geen plezier.

11Maar hij is blij met mensen die hem eren.

Hij houdt van mensen die op hem vertrouwen.

De Heer zorgt voor vrede

12Inwoners van Jeruzalem, zing voor de Heer!

Inwoners van Sion, breng eer aan je God!

13Want hij maakt jullie stad veilig en sterk,

hij maakt jullie gelukkig.

14Hij zorgt voor vrede in de stad,

en genoeg te eten voor iedereen.

15De Heer stuurt bevelen naar de aarde.

Als hij iets zegt, gebeurt dat meteen.

16Hij stuurt sneeuw, het lijkt wel witte wol.

De hele wereld wordt wit.

17Hij stuurt hagel, het lijken wel stenen.

Niemand verdraagt de kou die hij stuurt.

18Maar als hij spreekt, smelt het ijs.

Door zijn adem gaan rivieren weer stromen.

19Aan Israël maakt hij zijn wetten bekend,

aan het volk van Jakob geeft hij zijn regels.

20Hij geeft zijn wetten alleen aan Israël,

andere volken kennen zijn regels niet.

Halleluja!