Bijbel in Gewone Taal (BGT)
143

Psalm 143

1431Een lied van David.

Heer, hoor mijn gebed

Heer, hoor mijn gebed,

hoor hoe ik om hulp smeek.

U bent trouw, u bent goed,

geef mij antwoord!

2Straf mij niet,

ook al ben ik schuldig voor u,

net zoals alle mensen.

3Mijn vijanden achtervolgen mij,

ze proberen me te doden.

Het wordt donker om mij heen,

alsof ik al dood ben.

4Ik ben wanhopig,

ik heb alle moed verloren.

5Ik denk terug aan vroeger.

Ik denk aan al uw wonderen,

aan alles wat u hebt gedaan.

6Ik wil bij u zijn,

ik verlang naar u,

zoals droog land verlangt naar regen.

Heer, geef mij weer kracht

7Heer, geef mij antwoord.

Wacht niet langer,

want ik heb geen kracht meer.

Verberg u niet voor mij,

laat me niet sterven.

8Laat mij elke ochtend uw liefde zien.

Zeg me wat ik moet doen,

want op u vertrouw ik,

naar u verlang ik.

9Heer, bij u ben ik veilig,

red mij van mijn vijanden.

10U bent mijn God,

leer mij om te doen wat u wilt.

Wees bij mij en leid mij,

help me om te doen wat goed is.

11U bent machtig, Heer,

geef me weer kracht om te leven.

U bent goed,

bevrijd me uit mijn ellende.

12U bent trouw,

versla mijn vijanden,

vernietig al mijn tegenstanders.

Want ik hoor bij u.

144

Psalm 144

1441Een lied van David.

De Heer heeft aandacht voor mensen

Ik dank de Heer,

want hij beschermt mij.

Hij leert me hoe ik moet vechten,

en hij geeft me kracht voor de strijd.

2Hij beschermt me en hij helpt me.

Bij hem ben ik veilig,

bij hem kan ik me verbergen.

Hij redt me van mijn vijanden,

hij laat me overwinnen.

3-4Mensen leven maar kort,

ze bestaan maar heel even.

Waarom wilt u hen kennen, Heer?

Waarom let u op hen?

Heer, versla mijn vijanden

5Heer, doe de hemel open, en kom!

Raak de bergen aan, zodat er rook uit komt.

6Stuur uw bliksem om mijn vijanden te verjagen,

maak ze bang met uw pijlen van vuur.

7Kom uit de hemel om mij te redden.

Red me, en bevrijd me van de dood.

Bevrijd me van mijn vijanden.

8Zij vertellen alleen maar leugens,

ze liegen en bedriegen de hele tijd.

9Ik wil een nieuw lied voor u zingen, God,

ik wil voor u spelen op mijn harp.

10Want u laat koningen overwinnen.

U hebt me altijd bevrijd van mijn vijanden,

omdat ik uw dienaar ben.

11Bevrijd me dan ook nu van mijn vijanden.

Zij vertellen alleen maar leugens,

ze liegen en bedriegen de hele tijd.

Het gaat goed met het volk van God

12Het gaat goed met het volk van God.

De mannen zijn jong en vol kracht,

de vrouwen zijn mooi en sterk.

13Alle schuren zijn goed gevuld,

ze zijn vol met voedsel, meer dan genoeg.

Op de velden lopen schapen en geiten,

het zijn er ontelbaar veel.

14De koeien zijn mooi en vet.

Het volk van God wordt niet aangevallen,

en niemand hoeft te vluchten.

Niemand huilt, niemand heeft verdriet.

15Gelukkig zijn mensen die een goed leven hebben.

Gelukkig zijn mensen die de Heer vereren.

145

Psalm 145

1451Een danklied van David.

Ik wil God eer brengen

Ik wil u eer brengen, mijn God.

Ik wil u danken, mijn koning,

nu en altijd.

2Elke dag zal ik u danken,

altijd zal ik voor u zingen.

3Heer, u bent machtig.

Laat iedereen voor u zingen,

want uw macht is oneindig groot.

God doet wonderen

4Laten mensen vertellen over uw daden

aan hun kinderen en kleinkinderen.

Laten ze steeds opnieuw spreken

over alles wat u hebt gedaan.

5-6Laten ze u een machtige koning noemen,

laten ze uw grote daden bekendmaken.

Ook ik wil vertellen over uw wonderen,

ook ik wil spreken over uw macht.

7Laat iedereen vertellen hoe goed u bent,

laat iedereen zingen over uw trouw:

8‘De Heer is goed, hij vergeeft ons.

Geduldig en vol liefde is hij.

9De Heer is goed voor iedereen,

vol liefde voor alles wat hij gemaakt heeft.’

10Laat iedereen op aarde u eren.

Laten al uw dienaren u danken.

11Laat iedereen u een grote koning noemen,

en uw machtige daden bekendmaken.

12Laat iedereen vertellen over uw wonderen,

over uw daden, machtige koning.

13U bent koning voor altijd,

uw koninkrijk blijft altijd bestaan.

God helpt mensen die hem eren

14U steunt mensen in nood,

u geeft ze nieuwe kracht.

15Alle mensen verlangen naar u,

u geeft hun het voedsel dat ze nodig hebben.

16U geeft hun zelf te eten,

allemaal krijgen ze meer dan genoeg.

17De Heer is altijd rechtvaardig,

alles wat hij doet, is goed.

18De Heer is dichtbij voor mensen die hem roepen,

dichtbij voor mensen die op hem vertrouwen.

19Aan mensen die hem eren,

geeft de Heer wat ze nodig hebben.

Hij hoort hun gebed en hij helpt hen.

20Hij beschermt mensen die hem liefhebben,

maar slechte mensen vernietigt hij.

21Ik zal altijd zingen voor de heilige Heer.

Alles wat leeft, moet de Heer danken,

nu en altijd!