Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Door wijsheid word je gelukkig

Zoek altijd naar wijsheid

21-5Luister goed! Als je God wilt kennen en eerbied voor hem wilt hebben, dan moet je luisteren. Denk steeds aan mijn wijze lessen en mijn regels. Ga steeds op zoek naar wijsheid, en denk altijd goed na. Doe je best om alle wijze lessen te begrijpen. Zoek naar wijsheid alsof je naar een kostbare schat zoekt. En blijf altijd zoeken!

6De Heer geeft wijsheid. Zijn woorden geven kennis en inzicht. 7De Heer geeft geluk aan eerlijke mensen, aan mensen die hem trouw zijn. Hij beschermt hen. 8Hij zorgt voor mensen die goed leven, hij beschermt hen tegen gevaar.

Door wijsheid leer je wat goed is

9Luister goed! Als je luistert naar mijn wijze lessen, leer je wat goed en eerlijk is. Dan zul je altijd doen wat goed is. 10Want je zult wijs en gelukkig zijn.

11Als je luistert naar die lessen, zul je verstandig zijn en goed nadenken. 12-15Dan doe je geen verkeerde dingen. En dan luister je niet naar leugenaars en misdadigers. Zij genieten van hun slechte daden, ze juichen als ze iets verkeerds doen. Ze zijn oneerlijk en gemeen. Maar jou kunnen ze geen kwaad doen.

Pas op voor slechte vrouwen

16Luister goed! Als je luistert naar mijn wijze lessen, ben je verstandig. Dan kunnen slechte vrouwen je niet verleiden met hun mooie woorden. 17Die vrouwen hebben hun man verlaten en zijn niet meer trouw aan God. 18Als je met zo’n vrouw omgaat, zul je sterven. Zij zal je naar het land van de dood brengen. 19Dan verdwijn je voor altijd, je komt nooit meer terug.

Blijf trouw aan God

20Je moet dus eerlijk zijn, en alleen omgaan met goede mensen. 21Want als je goed leeft en trouw bent aan God, blijf je in leven. 22Maar als je niet trouw bent aan God, dan sterf je. Alle slechte mensen zullen verdwijnen.

3

Vertrouw op de Heer

31Luister goed! Vergeet mijn wijze lessen niet, onthoud ze goed. 2Ze zorgen ervoor dat je lang en gelukkig leeft. 3Wees altijd goed en trouw. Denk steeds aan mijn lessen, denk er altijd aan. 4Dan zullen God en de mensen van je houden. Ze zullen respect voor je hebben.

5-6Je moet op de Heer vertrouwen. Denk aan hem bij alles wat je doet, dan zal hij je helpen. Denk niet dat je alles zelf kunt. 7Wees niet eigenwijs, maar heb eerbied voor de Heer. Blijf uit de buurt van slechte mensen en doe geen kwaad. 8Dan zul je sterk en gezond zijn.

9Je moet offers aan de Heer brengen, en hem het beste van je oogst geven. 10Dan zal hij ervoor zorgen dat je genoeg graan in je schuur hebt. En dat je volop druiven hebt.

11Luister goed! Als de Heer streng voor je is, verzet je dan niet tegen hem. 12Want de Heer straft je voor je fouten omdat hij van je houdt. Net zoals een vader zijn kinderen straft omdat hij van hen houdt.

Door wijsheid word je gelukkig

13Gelukkig zijn mensen die wijsheid en kennis gevonden hebben. 14Want je hebt meer aan wijsheid dan aan zilver of goud. 15Wijsheid is meer waard dan edelstenen. Niets is zo veel waard als wijsheid, niets op de hele wereld! 16Als je wijs bent, zul je een lang leven hebben. Je zult respect krijgen en rijk worden. 17Wijsheid zorgt voor rust en vrede in je leven. 18Ja, alle mensen die wijsheid zoeken en vinden, zullen lang en gelukkig leven!

19De Heer heeft de hemel en de aarde met wijsheid gemaakt. 20Door zijn wijsheid zijn de zeeën ontstaan. Door zijn wijsheid komt er regen uit de wolken.

De Heer beschermt wijze mensen

21Luister goed! Wees wijs en denk goed na bij alles wat je doet. 22Dan zul je een goed en gelukkig leven hebben, en iedereen zal je bewonderen. 23Je zult niet in moeilijkheden komen, je zult veilig zijn. 24Als je gaat slapen, hoef je niet bang te zijn. Ook dan ben je veilig. 25Je hoeft niet bang te zijn dat er ineens rampen gebeuren. Je hoeft niet bang te zijn voor het geweld van slechte mensen. 26Want de Heer beschermt je, op hem kun je vertrouwen.

De Heer geeft liefde aan goede mensen

27Als je iemand ergens mee kunt helpen, doe dat dan ook. En geef hem waar hij recht op heeft. 28Zeg niet: ‘Ga weg, kom morgen maar terug.’ 29Als iemand jou vertrouwt, moet je hem niet slecht behandelen.

30Maak geen ruzie met iemand die jou geen kwaad gedaan heeft. 31Wees niet jaloers op iemand die geweld gebruikt. Word niet zo slecht als hij.

32-34De Heer vindt het afschuwelijk als mensen kwaad doen. Hij straft slechte mensen. Hij laat hen in de steek als ze andere mensen belachelijk maken. Maar de Heer blijft trouw aan goede mensen. Die maakt hij gelukkig, die geeft hij liefde.

35Wijze mensen zullen respect krijgen, maar dwaze mensen worden uitgelachen.

4

Zoek altijd naar wijsheid

41Luister goed! Luister aandachtig naar mijn woorden, dan zul je wijs worden. 2Vergeet mijn lessen niet, want je kunt er veel van leren.

3Toen ik jong was, hielden mijn vader en moeder veel van mij. 4Mijn vader leerde me dit: ‘Bewaar mijn woorden in je hart, en denk altijd aan de regels die ik je geef. Dan zal het goed met je gaan. 5Je moet altijd zoeken naar wijsheid en kennis. Je mag nooit vergeten wat ik gezegd heb. 6Heb de wijsheid lief. Want als je wijs bent, zal je geen kwaad overkomen.

7-9Je kunt alleen wijs worden als je op zoek gaat naar wijsheid en inzicht. Als je de wijsheid blijft zoeken, zullen mensen je waarderen. Ze zullen respect voor je hebben, en iedereen zal je bewonderen.’

Onthoud de wijze lessen

10Luister goed! Als je doet wat ik zeg, zul je een lang leven hebben. 11Ik heb je geleerd hoe je moet leven. Je moet altijd het pad van de wijsheid volgen. 12Dan zul je verder kunnen, dan houdt niemand je tegen. Je zult niet moe worden, wat je ook doet.

13Je moet mijn lessen goed onthouden. Vergeet ze niet, ze zijn belangrijk voor je leven!

Luister niet naar slechte mensen

14-15Luister niet naar slechte mensen. Als zij verkeerde dingen doen, moet je niet meedoen. Volg hun slechte voorbeeld niet! 16Want slechte mensen willen alleen maar kwaad doen. Ze willen andere mensen pijn doen, iedere dag weer. 17Voor hen is geweld net zo gewoon als eten en drinken. 18-19Ze leiden een slecht leven. En als er iets verkeerd gaat, begrijpen ze niet hoe dat komt.

Maar goede mensen hebben een goed leven. Zij worden steeds gelukkiger en wijzer. Ze lijken op de zon die steeds meer gaat stralen.

Wees altijd eerlijk

20-21Luister goed! Luister aandachtig naar mijn woorden. Denk er altijd aan, bewaar ze in je hart. En doe wat ik je zeg. 22Mijn woorden zijn belangrijk voor je leven. Ze maken je sterk en gezond.

23Denk altijd goed na voordat je iets zegt. Dat is het belangrijkste in je leven. 24Vertel geen leugens, en bedrieg andere mensen niet. 25Wees altijd eerlijk en betrouwbaar.

26-27Denk ook goed na voordat je iets doet. Blijf uit de buurt van het kwaad, en zorg dat je goed en eerlijk leeft.