Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Paulus vertelt het goede nieuws aan niet-Joden

31-2Ik zit in de gevangenis omdat ik Jezus Christus dien. Ik ben gevangengenomen omdat ik de niet-Joden over Jezus vertel. Dat is de opdracht die God mij gegeven heeft. Dat weten jullie allemaal.

God is goed voor mij, 3want hij heeft aan mij zijn plan bekendgemaakt. Over dat plan heb ik eerder in deze brief al kort iets geschreven. 4Als jullie dat lezen, zien jullie hoe goed ik Gods plan met Christus begrijp. 5God heeft zijn plan eeuwenlang voor mensen verborgen gehouden. Maar nu heeft de heilige Geest het bekendgemaakt aan de heilige apostelen en de profeten.

6Nu weten we dat niet-Joden ook bij het volk van God horen. Nu weten we dat Joden en niet-Joden samen één christelijke kerk vormen. En dat de beloftes van God aan Israël nu gelden voor iedereen. Jezus Christus heeft dat allemaal mogelijk gemaakt! Dat is het goede nieuws waarin christenen geloven.

7Als dienaar van God vertel ik dat goede nieuws. Die opdracht heeft God mij gegeven, en daar geeft hij mij kracht voor. Zo goed is hij voor mij. 8Ik ben de onbelangrijkste van alle gelovigen, en toch heb ik die opdracht van hem ontvangen. Ik mag aan de niet-Joden vertellen dat Christus hen wil redden, en hoe onvoorstelbaar geweldig dat is.

Paulus vertelt over Gods plan

9God heeft zijn plan eeuwenlang voor mensen verborgen gehouden. Maar ik mag nu aan iedereen vertellen wat God voor ons gedaan heeft. Eerst heeft hij de hemel en de aarde gemaakt, 10en nu heeft hij van Joden en niet-Joden één kerk gevormd. Alle hemelse machten kunnen daaraan zien hoe groot en bijzonder Gods wijsheid is.

11God heeft dat eeuwenoude plan uitgevoerd via Jezus Christus, onze Heer. 12Wij geloven in Christus, en we horen bij hem. Daarom mogen we God nu alles vragen. We kunnen erop vertrouwen dat hij ons zal helpen. 13Houd dus moed! Ook nu ik voor jullie moet lijden. Want ik lijd om ervoor te zorgen dat jullie hemelse eer zullen ontvangen.

De liefde van Christus

Paulus bidt voor de kerk van Efeze

14Ik kniel en bid tot God, de Vader. 15God heerst over alle engelen in de hemel en over alle volken op aarde. 16Gods macht is groot. Daarom bid ik dat God jullie diep van binnen kracht wil geven door zijn Geest. 17Ik bid dat hij jullie geloof zo groot maakt dat Christus altijd in jullie aanwezig is. En ik bid dat God door de liefde van Christus de kerk sterk wil maken en wil laten groeien. 18Ik bid dat hij jullie en alle andere christenen wil leren hoe groot en diep die liefde is. 19Dan zullen jullie begrijpen dat die liefde groter is dan een mens zich kan voorstellen. Ja, ik bid dat God zelf volledig in jullie aanwezig wil zijn.

20Gods macht is oneindig groot. Hij kan alles doen wat wij hem vragen, of waar wij aan denken, en zelfs nog veel meer. Zijn macht is nu al in ons aan het werk.

21Alle eer aan God, in heel de kerk, die bestaat dankzij Jezus Christus. Alle eer aan God, voor altijd en eeuwig! Amen.

4

Leef in vrede met elkaar

41Jullie weten dat ik in de gevangenis zit omdat ik de Heer dien. Vanuit de gevangenis vraag ik jullie om te leven op een manier die bij christenen past.

God heeft jullie uitgekozen. 2Denk daarom niet aan jezelf, maar wees altijd vriendelijk en geduldig. Verdraag elkaars fouten, en houd van elkaar. 3De heilige Geest heeft ervoor gezorgd dat jullie een eenheid zijn. Doe je uiterste best om die eenheid te bewaren, door in vrede met elkaar te leven.

4Leef met elkaar alsof jullie één lichaam zijn, met één geest. Want jullie zijn allemaal door God uitgekozen om gered te worden. Daar vertrouwen jullie op. 5Jullie hebben dezelfde Heer, hetzelfde geloof, dezelfde doop. 6En jullie hebben dezelfde God, de Vader van alle mensen. Hij is belangrijker dan alles en iedereen, hij geeft leven aan alles en iedereen, hij is aanwezig in alles en iedereen.

De kerk heeft dienaren gekregen

7Christus heeft ons allemaal een geschenk gegeven dat bij ons past. Zo goed is hij voor ons. 8Daarom staat er in de heilige boeken over Christus: «Toen hij omhoogging naar de hemel, nam hij de kwade machten met zich mee als gevangenen. En hij gaf geschenken aan de mensen.»

9Er staat dus dat Christus omhoog is gegaan. Dat betekent dat hij eerst naar beneden gekomen is, naar de aarde. 10Christus is degene die naar beneden is gekomen. En hij is degene die omhoog is gegaan. Hoger dan de hoogste hemel, zodat hij over alles kan heersen.

11Christus heeft ons geschenken gegeven: hij gaf ons apostelen, profeten, boodschappers van het goede nieuws, leraren, en leiders die de christenen steunen in hun geloof. 12Het is hun taak om de gelovigen te helpen om goede christenen te worden. Het is hun taak om goede dienaren van de kerk te zijn. En het is hun taak om de kerk van Christus sterk te maken. 13Net zo lang totdat wij allemaal hetzelfde geloof hebben, en dezelfde kennis van de Zoon van God. Totdat wij samen als christenen volwassen zijn. Totdat de kerk volmaakt is, net als Christus zelf.

14Mensen met slechte bedoelingen proberen ons te bedriegen. Ze willen ons overtuigen van hun verkeerde ideeën. Vroeger luisterden we naar hen, en raakten we in de war. Maar laten we nu geen onverstandige kinderen meer zijn! 15Laten we trouw zijn aan de waarheid, en van elkaar houden. Want op die manier gaan we steeds meer op Christus lijken. Hij is het hoofd van de kerk. 16Zonder hem kan de kerk niet bestaan, zonder hem kan de kerk geen eenheid blijven.

De dienaren van de kerk hebben de kracht van Christus in zich, en ze helpen om die kracht door te geven. Iedereen in de kerk krijgt zo een deel van die kracht. Want de kerk kan alleen groeien als iedereen in liefde samenwerkt.

Regels voor het nieuwe leven

Leef anders dan ongelovigen

17Dit zeg ik jullie namens de Heer: Leef niet langer zoals de ongelovigen. Want zij hebben dwaze ideeën, 18ze zijn hun verstand kwijt. Ze kennen God niet, en ze willen hem ook niet kennen. Daardoor zijn ze Gods vijanden geworden. 19Ze weten niet wat goed of fout is. Ze laten zich leiden door hun slechte verlangens. Ze hebben verboden seks, en denken alleen maar aan zichzelf.

20Maar jullie weten dat dat verkeerd is, want jullie kennen Christus. 21Jullie hebben over Jezus Christus horen vertellen, en jullie hebben uitleg over hem gekregen. Zo hebben jullie de waarheid leren kennen. 22Jullie hebben ook geleerd dat jullie niet langer moeten leven als ongelovige mensen. Want zo’n leven leidt tot niets!

Ongelovigen gedragen zich slecht omdat ze de waarheid niet kennen. 23-24Maar jullie moeten nu gaan leven als nieuwe mensen. Want jullie zijn van binnen veranderd, jullie kennen nu de waarheid. Daardoor weten jullie dat je eerlijk en heilig moet leven. Dat is waarvoor God de mensen gemaakt heeft.

Wees goed voor elkaar

25Daarom zeg ik tegen jullie: Lieg niet meer tegen elkaar, maar wees eerlijk. Want we zijn allemaal met elkaar verbonden, net zoals de verschillende delen van een lichaam met elkaar verbonden zijn. 26Als je boos bent, ga dan geen verkeerde dingen doen. Maar zorg ervoor dat je boosheid snel weer verdwijnt, 27dan kan de duivel geen invloed op je krijgen.

28Dieven moeten ophouden met stelen. Ze moeten eerlijk werk gaan doen. Met het geld dat ze dan verdienen, kunnen ze arme mensen helpen.

29Zeg geen slechte, negatieve dingen over mensen. Maar zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken. Zeg iets dat mensen goeddoet.

30Doe de heilige Geest van God geen verdriet. De heilige Geest is in jullie aanwezig, als bewijs dat jullie bij God horen. Daardoor worden jullie gered op de dag dat God de christenen komt bevrijden.

31Alle woede en alle boosheid moet bij jullie verdwijnen, net als alle andere slechtheid. Schreeuw niet langer en vloek niet meer. 32Wees goed en hartelijk voor elkaar. En vergeef elkaar. Want God heeft ook jullie fouten vergeven, omdat Christus voor jullie gestorven is.

5

Leef goed

51Jullie zijn Gods kinderen, en hij houdt van jullie. Volg daarom zijn goede voorbeeld, 2en leef met elkaar in liefde. Zo leefde Christus ook. Hij hield van ons, en hij is voor ons gestorven. Hij gaf zijn leven als offer, en dat was een geschenk dat God graag aannam.

3Jullie zijn Gods heilige volk. Daarom mag er bij jullie zelfs niet eens gepraat worden over verboden seks, onreine dingen, en slechte verlangens. 4Doe niet mee aan domme en vieze praatjes, en maak geen vuile grappen. Je kunt beter God danken! 5Mensen die verboden seks hebben, of toegeven aan hun slechte verlangens, zijn dienaren van afgoden. Bedenk goed dat er voor hen geen plaats is in de nieuwe wereld van Christus en van God.

Leef in het licht

6Slechte en ongelovige mensen zullen door God gestraft worden. Laat je dus niet door hen in de war brengen. Ze spreken niet de waarheid. 7Doe niet met hen mee. 8Want vroeger hoorden jullie bij het donker, maar nu horen jullie bij het licht van de Heer. Leef als kinderen van dat licht. 9Want alleen in dat licht kunnen goedheid, eerlijkheid en trouw groeien. 10Probeer dus steeds te bedenken wat de Heer van jullie vraagt!

11-12Het gedrag van slechte mensen leidt tot niets. Wat zij in het geheim allemaal doen, is te erg voor woorden. Doe er niet aan mee, maar zeg er juist iets van. 13-14Het licht van Christus maakt zichtbaar wat goed is en wat slecht is. Alleen als dat licht in je schijnt, kun je goed leven.

Daarom wordt er bij de doop gezegd: ‘Kom uit het donker! Sta op uit de dood. Dan zal het licht van Christus in je leven schijnen.’

Zing voor de Heer

15Zorg er dus voor dat je goed leeft. Leef niet zoals dwaze mensen doen, maar gedraag je verstandig. 16Gebruik de dagen die God je nog geeft, goed. Want we leven in een slechte tijd. 17Probeer te begrijpen wat de Heer wil, denk goed na. 18En drink niet te veel wijn, want dan ga je zeker domme dingen doen. Laat in plaats daarvan de heilige Geest je van binnen vullen.

19Zing liederen voor elkaar, liederen om God te eren. Ja, zing alle liederen die de heilige Geest je laat zingen. Zing en juich voor de Heer met heel je hart!

20Jullie horen bij de Heer Jezus Christus. Daarom moeten jullie God, jullie Vader, steeds voor alles danken.

Regels voor het huwelijk

21Wees gehoorzaam aan elkaar uit eerbied voor Christus. 22Vrouwen, jullie zijn gehoorzaam aan Christus. Wees daarom ook gehoorzaam aan je man. 23Want een man geeft leiding aan zijn vrouw, zoals Christus, onze redder, leiding geeft aan de kerk. 24Net zoals de kerk gehoorzaam is aan Christus, moet een vrouw in alles gehoorzaam zijn aan haar man.

25Mannen, jullie moeten van je vrouw houden. Net zo veel als Christus van de kerk houdt. Hij heeft zelfs zijn leven gegeven voor de kerk. 26Door zijn liefde horen de gelovigen nu bij God. Want ze zijn gedoopt en ze geloven het goede nieuws. 27Door de liefde van Christus straalt de kerk nu als een bruid zonder fouten of gebreken. Door de liefde van Christus is de kerk heilig en rein.

28Een man moet van zijn vrouw houden zoals hij van zijn eigen lichaam houdt. Als je van je vrouw houdt, dan houd je van jezelf. 29-30Want niemand haat zijn eigen lichaam. Nee, je voedt en verzorgt je lichaam juist. En Christus doet hetzelfde met ons, de gelovigen in de kerk. Want de kerk is het lichaam van Christus.

31In de heilige boeken staat: «Zo komt het dat een man niet bij zijn vader en moeder blijft. Hij gaat met zijn vrouw leven, en ze worden samen helemaal één.» 32Het geheim van die woorden is groot. Want volgens mij gaan ze over Christus en de kerk.

33In ieder geval moeten mannen dus net zo veel van hun vrouw houden als van zichzelf. En vrouwen moeten respect hebben voor hun man.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]