Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Petrus groet de christenen

11-2Dit is een brief van Petrus, een apostel van Jezus Christus. Aan de christenen die tussen de ongelovigen wonen, in de provincies Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië.

God heeft jullie uitgekozen als zijn volk, en zijn Geest heeft jullie heilig gemaakt. Daardoor zijn jullie vreemdelingen geworden in de steden waar jullie wonen.

Jullie vereren nu geen andere goden meer, maar jullie leven zoals God het wil. Want jullie weten dat Jezus Christus voor jullie gestorven is. Lang geleden had God, de Vader, al besloten dat alles zo moest gaan.

Ik wens jullie toe dat God goed voor jullie is en jullie voor altijd vrede geeft.

Het volk van God

Wie gelooft, wordt gered

3Alle eer aan God, de Vader van onze Heer Jezus Christus! Want Gods liefde is zo groot, dat hij Jezus Christus liet opstaan uit de dood. Daardoor is ons leven veranderd en zijn wij nieuwe mensen geworden. Nu kunnen we altijd op hem vertrouwen. 4En we geloven dat we eeuwig bij hem zullen zijn. Dat is de beloning die in de hemel voor ons klaarligt. Het is een beloning die nooit verdwijnt, en nooit zijn waarde verliest. 5Omdat we geloven, beschermt God ons met zijn kracht. En als het einde van de wereld komt, zal hij ons zeker redden.

6-7Wees dus blij, ook al hebben jullie het nu een korte tijd heel moeilijk. Met die moeilijkheden wordt jullie geloof getest. Net zoals goud wordt getest in vuur. En jullie geloof is veel belangrijker dan goud! Want door je geloof ontvang je hemelse eer en rijkdom als Jezus Christus terugkomt.

8Jullie hebben Jezus Christus nooit gezien, en toch houden jullie van hem. Jullie zien hem ook nu niet, en toch vertrouwen jullie op hem. Ja, jullie juichen van hemelse vreugde! 9Want jullie weten, dat jullie gered zullen worden omdat jullie geloven.

Het goede nieuws wordt nu verteld

10-11De profeten van vroeger vertelden al dat God goed voor jullie zou zijn, en dat hij jullie zou redden. Dat wisten ze door de Geest van Christus. Die had hun ook verteld dat Christus zou moeten lijden, en dat hij daarna hemelse eer zou krijgen.

De profeten wisten alleen niet wanneer dat zou gaan gebeuren, en op wat voor manier. Ze zochten lang naar het antwoord op die vragen. 12Maar God vertelde hun dat het goede nieuws bestemd was voor jullie, en niet voor henzelf. Zelfs de engelen waren nieuwsgierig naar het goede nieuws. Maar jullie zijn degenen aan wie het nu verteld is. God heeft de heilige Geest gestuurd om dat te doen.

Leid een heilig leven

13Als Jezus Christus terugkomt op aarde, zullen jullie gered worden. Vertrouw daarop. Tot het zover is, moeten jullie verstandig zijn en goed nadenken over wat jullie doen.

14Vroeger lieten jullie je leven beheersen door slechte verlangens. Toen wisten jullie niet beter. Maar nu moeten jullie leven als gehoorzame kinderen van God. 15Hij heeft jullie uitgekozen. En hij is heilig. Leid daarom zelf ook een heilig leven. 16Want in de heilige boeken staat: «Jullie moeten heilig zijn, omdat ik heilig ben.»

17Jullie noemen God jullie Vader. En jullie weten dat hij eerlijk oordeelt over alle mensen. Daarom moeten jullie eerbied voor hem hebben, zolang jullie als vreemdelingen op aarde wonen.

God zorgt voor redding

18-19Vroeger was jullie leven zinloos. Want net als jullie voorouders vereerden jullie goden die niet bestaan. God heeft jullie daarvan bevrijd. Hij betaalde daar een hoge prijs voor, die meer waard was dan zilver of goud. Want hij liet zijn onschuldige Zoon sterven aan het kruis. Christus stierf voor jullie, net als een lam dat geofferd wordt.

20Al voordat God de wereld maakte, had hij Christus daarvoor uitgekozen. En nu, aan het einde van de tijd, heeft hij hem gestuurd om jullie te redden. 21Door hem geloven jullie in God.

God heeft Christus laten opstaan uit de dood en hem zijn hemelse macht gegeven. Jullie leven in het volle vertrouwen dat God met jullie hetzelfde zal doen als met Christus.

Gods woorden blijven altijd bestaan

22Jullie geloven nu in de waarheid. Daardoor leiden jullie een heilig leven, en houden jullie van elkaar als broers en zussen. Ga daarmee door, en houd van elkaar met heel je hart.

23Als christen ben je opnieuw geboren. Niet op de gewone manier, uit een vader en een moeder. Maar op een hemelse manier, uit God. Want jullie hebben naar God geluisterd. Zijn woorden verliezen nooit hun kracht en blijven altijd bestaan. 24Zo staat het ook in de heilige boeken: «Mensen zijn zo zwak als bloemen in het gras. Gras verdroogt, bloemen gaan dood, en mensen zullen sterven. 25Maar de woorden van de Heer blijven eeuwig bestaan.» Die woorden zijn het goede nieuws dat aan jullie verteld is.

2

Verlang naar Gods woorden

21Doe geen slechte dingen meer. Lieg niet langer, wees niet schijnheilig of jaloers, en roddel niet.

2Pasgeboren baby’s verlangen naar melk. Net zo moeten jullie ernaar verlangen om de woorden van God te horen. Dan kan jullie geloof groeien, en dan worden jullie gered. 3Want als je Gods woorden hoort, dan weet je hoe goed de Heer is.

De kerk als Gods tempel

4-6God zegt in de heilige boeken: «Ik heb op de berg Sion de eerste steen gelegd voor mijn tempel. De steen die ik gekozen heb, is kostbaar en sterk. Je kunt er veilig op bouwen.»

Jezus Christus is de kostbare steen die God uitgekozen heeft. Hij is de levende steen. Want God heeft hem weer levend gemaakt, nadat de mensen hem gedood hadden. Jullie zijn in hem gaan geloven, en daardoor zijn jullie nu ook levende stenen. Samen zijn jullie Gods tempel.

Jullie brengen offers aan God, als heilige priesters. Jullie offer is het dienen van God door goed te leven. Want dankzij Jezus Christus doen jullie wat God wil.

7-8Voor jullie is Jezus Christus de kostbare steen die God uitgekozen heeft. Want jullie geloven in hem. Maar voor ongelovigen is hij een gevaarlijke steen, een steen waarover ze struikelen. Ongelovigen lijken op bouwers die de belangrijkste steen van een gebouw weggooien. Want zij zijn ongehoorzaam aan de woorden van God. Dat heeft God zo bepaald.

Gods heilige volk

9Jullie zijn door God uitgekozen, en jullie horen bij hem. Nu zijn jullie een heilig volk, een volk van priesters. God heeft jullie uit de duisternis geroepen om te leven in zijn schitterende licht. Nu kunnen jullie iedereen vertellen over de grote wonderen van God.

10Ooit waren jullie niet eens een volk. Nu zijn jullie het volk van God. Ooit was er niemand die voor jullie zorgde. Nu zorgt God voor jullie.

Leven tussen ongelovigen

Goed gedrag is belangrijk

11Vrienden, jullie zijn vreemdelingen geworden in de steden waar jullie wonen. Jullie wonen tussen de ongelovigen. Toch vraag ik jullie dringend om niet te leven zoals zij. Want dan brengen jullie je nieuwe, christelijke leven in gevaar.

12Doe goede dingen, en laat de ongelovigen zien dat jullie je goed gedragen. Dan zullen de ongelovigen niet langer slecht over jullie spreken. Misschien veranderen ze zelfs hun eigen leven. Dan zullen ook zij God eren als hij komt rechtspreken over de wereld.

Luister naar de overheid

13Accepteer de overheid die door mensen aangesteld is. Dat is wat de Heer van je vraagt. Luister naar de keizer, want hij heeft de hoogste macht. 14Luister ook naar de provinciebestuurders. Het is hun taak om misdadigers te straffen en mensen die het goede doen, te belonen.

15-16Jullie zijn bevrijd van jullie vroegere leven. Maar die vrijheid is geen excuus om je slecht te gedragen. Jullie zijn nu dienaren van God, en hij wil dat jullie goede dingen doen. Misschien stoppen de ongelovigen dan met het vertellen van onzin over jullie. 17Heb dus respect voor alle mensen. Houd van de andere christenen. Leef zoals God het wil, en eer de keizer.

Luister naar je meester

18Als je een slaaf bent, moet je respect hebben voor je meester. Luister naar hem. Niet alleen als hij goed en eerlijk is, maar ook als hij oneerlijk is.

19-20Misschien straft je meester je omdat je leeft zoals God het wil. In dat geval zal God je belonen. Als je je straf geduldig verdraagt en goede dingen doet, dan zal God goed voor je zijn.

Maar als je meester je slaat omdat je slechte dingen doet, dan heeft niemand respect voor je. Ook niet als je je straf geduldig verdraagt.

Het voorbeeld van Jezus Christus

21Jullie zijn uitgekozen om, net als Christus, goede dingen te doen. Ook al word je ervoor gestraft. Christus heeft voor jullie geleden. Daarmee gaf hij jullie een voorbeeld, hij liet zien hoe je moet leven als zijn volgeling. 22Hij deed nooit iets verkeerds. Hij vertelde nooit een leugen. 23Toen hij werd uitgescholden, schold hij niet terug. Toen de mensen hem lieten lijden, bedreigde hij hen niet. In plaats daarvan vertrouwde hij op God, die eerlijk rechtspreekt over alle mensen.

24Dankzij Jezus Christus zijn onze zonden vergeven. Hij heeft onze zonden gedragen toen hij stierf aan het kruis. Nu kunnen wij leven zoals God het wil. Want door het lijden van Christus zijn wij bevrijd.

25Ooit leken jullie op verdwaalde schapen, maar nu hebben jullie Christus gevonden. Hij is jullie herder. Hij beschermt jullie, en hij zorgt voor jullie.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]