Woestijnen
Op 17 juni is het ‘Werelddag tegen woestijnvorming en droogte’. We worden erbij bepaald wat de klimaatverandering teweegbrengt in de groei van dorre, droge gebieden die voor mens en dier aan voeding (te) weinig opleveren.
Wat zegt de Bijbel eigenlijk over de woestijn? Het gaat in de Bijbel soms om een geografische aanduiding, zoals in ‘van de woestijn tot aan...’ (Deuteronomium 11:24), maar vaak om een verwijzing naar de geschiedenis van Israël of naar een geestelijke betekenis. In de woestijn zijn heel belangrijke dingen gebeurd. Ik noem er een paar.
Gevaar en uitredding
In Deuteronomium 8:15-16 lees je over wat God voor zijn volk Israël heeft gedaan in de woestijn, nadat Hij hen had bevrijd uit de slavernij van Egypte:
De woestijn – een dor en droog land vol gevaren. En Mozes, die al die mensen moest leiden door zo’n onherbergzaam, gevaarlijk gebied. Niemand kiest ervoor om daar doorheen te trekken.
En toch, het blijkt ook de plaats te zijn waar God zijn nabijheid laat ervaren. In het boek Deuteronomium, dat eigenlijk één lange preek van Mozes is als het volk op het punt staat het beloofde land binnen te trekken, benadrukt hij:
Liefde in de woestijn
De profeet Jeremia kijkt zelfs op deze woestijntijd terug als een positieve ervaring, de ‘bruidstijd’ als het ware, van het volk Israël. Toen werden ze tenminste nog niet afgeleid door het materialisme en de afgoderij in het land Kanaän, waar ze terechtkwamen. Er klinkt heimwee door als God zegt:
De woestijn – een gevaarlijk gebied, maar ook het gebied waar het volk leerde dat God voor hen zorgde. Hij voorzag hen van eten en drinken op momenten waarop ze wanhoopten. Voor Israël was de woestijntijd dan ook de tijd waarin ze in alles van God afhankelijk waren. Dat was zo’n belangrijke ervaring dat ze zelfs de opdracht kregen om deze tijd elk jaar te herbeleven door een paar dagen in loofhutten te gaan wonen; het Loofhuttenfeest.
Corona
Ineens moet ik terugdenken aan de coronatijd. Dat was zo’n ‘woestijntijd’ waarin we allerlei dingen misten uit het ‘normale’ leven en waarin we op onszelf waren teruggeworpen. We werden niet afgeleid door winkelen, reizen, uit eten gaan, afspraken met vrienden ... Het was zomaar ineens een ‘lege’ tijd, een soort ‘woestijntijd’. We werden beperkt in wat we normaal deden, maar er zat voor velen (mensen die niet ernstig ziek werden of hun werk ineens moesten combineren met de taak van juf of meester) ook een element van rust in.
In die tijd plaatsten mensen gedichten online over de natuur en over hoe ze ineens stopten als ze vogels hoorden zingen. Het verkeer was rustig en alles stond zo’n beetje stil. Mensen ontdekten dat ze zich niet elke dag hoefden te haasten om naar hun werk te gaan. Werken bleken velen ook thuis te kunnen doen, achter de computer.
De coronatijd was net zo ‘dubbel’ als wat ik hierboven schreef over de woestijn: enerzijds ontbering, maar anderzijds een kans om het vertrouwen op God te versterken en meer kwaliteit aan je leven toe te voegen.
Woestijnvaders en -moeders
Ik moet ook denken aan de zogeheten ‘woestijnvaders’ en ‘woestijnmoeders’ in de periode van de Vroege Kerk (ongeveer de vierde tot de zevende eeuw). Zij waren christenen in Egypte die bewust afgezonderd gingen wonen in de woestijn. Ze lieten zich niet afleiden door dingen in de gewone wereld, maar concentreerden zich op hun geestelijke leven. Andere mensen kwamen naar hen toe om raad en begeleiding in hun leven met God. Van hen zijn ook teksten bewaard gebleven.
De woestijn – zo’n tijd waarin je met minder toe kunt dan je ooit gedacht had. De meeste mensen gaan niet vrijwillig de ‘woestijn’ in, een periode van beperking en gevaar. Maar zo’n tijd van ‘afzien van’ kan heel vruchtbaar zijn. Voor je eigen geestelijke leven, maar zeker ook voor de wereld die in een klimaatcrisis verkeert.
Dr. Hetty Lalleman