Artikel

koninklijke attributen: gouden beker

Op kunstvoorwerpen uit het Oude Nabije Oosten staan koningen soms afgebeeld zittend op hun troon met een soort kommetje of beker in hun hand. Deze gouden beker was een van de attributen die de macht en het gezag van de koning symboliseerden. In de Bijbel heeft de (gouden) beker vaak een figuurlijke betekenis: hij symboliseert het lot dat God aan mensen toebedeelt.

Overwinning

De genoemde afbeeldingen (onder andere te zien op een ivoren plaquette uit Megiddo uit de dertiende of twaalfde eeuw voor Christus) laten een koninklijk banket zien dat gehouden werd ter ere van een overwinning. De koning heeft een gouden beker in zijn hand waaruit hij wijn drinkt om de overwinning te vieren. Eenzelfde soort beker is door archeologen teruggevonden in Ugarit: een gouden kommetje uit de dertiende eeuw voor Christus, dat met een diameter van zeventien centimeter precies in de handpalm van de koning paste.

Beker in de Bijbel

In de Bijbel wordt nergens expliciet melding gemaakt van zo’n koninklijke beker. Van Jozef wordt gezegd dat hij een zilveren beker bezat waarmee hij de toekomst voorspelde (Genesis 44:2-5).
En misschien wordt er aan de koninklijke beker gerefereerd in het beeld van Jeremia 51:7. Daar wordt Babel de gouden wijnbeker in de hand van de Heer genoemd waar alle volken uit drinken. De beker heeft hier, net als meestal in het Oude Testament, een figuurlijke betekenis: ze staat voor het heil of onheil dat God over de wereld uitstort. Zo worden mensen door God gezegend met een ‘beker van bevrijding’ (Psalm 116:13) en gestraft met ‘de beker van zijn toorn’ (Jesaja 51:17).

Bijbelverzen

  • Psalmen 116:13
  • Jeremia 51:7
  • Genesis 44:2-5
  • Jesaja 51:17