Een dialoog over de stikstofcrisis – deel 1

Als zaaier en maaier tegelijk feestvieren

Respectvol luisteren naar de ander, ook als die met een open Bijbel tot een andere visie komt dan jij – kunnen we dat nog, nu de conflicten vaak zo hoog oplopen? We vroegen twee mensen om het te proberen. Vandaag schrijft voormalig LTO-voorman Dirk Duijzer een brief aan theoloog en Groen-Links-Kamerlid Ruard Ganzevoort over de teloorgang van de natuur en de stikstofcrisis. Morgen leest u hier zijn antwoord.

Door Dirk Duijzer

Beste Ruard,

Wie had gedacht dat we in 2022 weer van een boerenoorlog zouden spreken? In een ver verleden was daar regelmatig sprake van, vaak omdat boeren als slaven werden behandeld door edelen, vorsten en stadsbewoners. Kan het nog goed komen tussen boer en natuur, tussen boer en burger? Kunnen de zaaier én de maaier nog tegelijk feestvieren, waar Jezus op zinspeelt in Johannes 4:36?

‘Zeggen jullie niet: “Nog vier maanden en dan komt de oogst”? Ik zeg jullie dit: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren.’

Het is beeldspraak van Jezus, ontleend aan het boerenleven. Als ik het letterlijk opvat en denk aan een gezamenlijk feest tussen wie zaait (de boer) en wie van de oogst geniet (de samenleving) dan zie ik dat niet gebeuren.

Tweespalt

En die tweespalt gaat ver terug. Al in de Oudheid noemde de filosoof Aristoteles boeren niet ‘edel’. Ze mochten daarom niets te vertellen hebben. Middeleeuwse stedelingen lieten het platteland onder water zetten als ze zich moesten verdedigen. Feodale heersers behandelden boeren als slaven. Die moesten ’s nachts hun kwakende kikkers uit de gracht vangen, zodat zij rustig konden slapen. Toen in de zestiende eeuw in Duitsland de boeren in opstand kwamen voor hun rechten koos Maarten Luther de kant van de adel en de vorsten en riep iedereen op de boeren neer te slaan, ze te wurgen, en zich te herinneren dat er niets giftiger, schadelijker en duivelser was dan een opstandige boer. Om een einde te maken aan eeuwenlang onrecht jegens en uitbuiting van boeren, begon de negentiende-eeuwse Duitse burgemeester Raiffeisen een coöperatieve bank. Deze bank bestaat in Nederland voort in de Rabobank.

Boerengrieven

Boeren hebben last van het gebrek aan waardering. Ze worden ervan beticht dat ze verkeerd omgaan met de natuur, voelen laatdunkende spot soms zelfs van medegelovigen die zelf wél met het vliegtuig op vakantie gaan. Ze zien dat hoogopgeleide burgers geld genoeg hebben om biologische producten te kopen, maar te beroerd zijn om onkruid te komen wieden op hun akkers. Het eerste grote onderzoek naar de opvattingen van burgers over boeren uit 1950 gaf al aan dat boeren volgens de algemene opinie hard werkten, maar dom en vies waren en stonken. Alle boeren hebben die neerbuigende sympathie gevoeld en – al zit het onder een dikke laag eelt en onder een stugge houding – soms komt die frustratie eruit.

Rationalisatie

Sinds het eind van de achttiende eeuw heeft Nederland de emancipatie van boeren en tuinders bevorderd door onderzoek, voorlichting en onderwijs. Doel daarvan was dat boeren moesten zorgen voor genoeg voedsel van hoge kwaliteit en betaalbaar voor iedereen. Zo volgden de boeren de samenleving: ook zij kregen televisie, nieuwe meubels, gingen op vakantie, deden aan mechanisatie, rationalisatie, en volgden scholing op hbo-niveau. Een mooie ontwikkeling, maar er waren ook bijwerkingen: net als in de rest van de samenleving werd de natuur steeds meer naar de hand gezet van nut en noodzaak, van een verdienmodel, van gemak en consumptie.

Dat proces heeft diepe wortels. In boerenkringen is de Bijbelse opdracht bekend om te werken voor je brood (o.a. Genesis 3:19) en de aarde te beheren en te ontwikkelen (Genesis 2:15). Maar ergens is die opdracht ontspoord. Toen de zeventiende-eeuwse filosoof Descartes de denkende mens centraal stelde, ging de mens de normen stellen en meende hij de wereld naar zijn hand te kunnen zetten. In die rationalisatie ging uiteindelijk ook de agrarische sector mee. Nut en profijt werden de belangrijkste geboden.

‘Sta ik alleen?’

In de loop van de tijd werd regelmatig geprobeerd dit proces bij te sturen. Kort nadat ik in 1983 aan mijn eerste baan begon in de land- en tuinbouw werd een meer integrale visie belangrijk: ook natuurdoelen werden in het landinrichtingsbeleid meegenomen. Na veertig jaar herverkaveling, transitie, innovatie, omscholing en schaalvergroting dacht ik dat we de goede kant uitgingen. De export groeide in euro’s, voldeed aan steeds hogere duurzaamheidseisen en had hogere toegevoegde waarde, zoals zaaizaad en pootgoed.

Boeren en tuinders weten dat het beter kan en anders moet, maar ze vragen zich af hoe en hoe snel, en: ‘Heb ik dan nog een bestaan? Word ik begrepen? Word ik gehoord? Sta ik in die transitie alleen, of moet het roer om in de hele samenleving? Wordt mijn milieugebruiksruimte ingepikt door anderen? Wordt de rij tractoren steeds korter en de rij vakantiegangers op Schiphol steeds langer?’

Van nut naar gave

Paus Franciscus schreef in de encycliek Lumen Fidei uit 2013 dat de mens door nut en profijt centraal te stellen zijn plaats in de wereld verloren heeft. De mens is zijn morele verantwoordelijkheid kwijt en ziet de schepping niet meer als een gave van God waar hij verantwoordelijkheid voor draagt. De paus noemde goed zicht op de werkelijkheid belangrijk en zei dat geloof ruimte voor vergeving kent. Maar ook dat tijd nodig is, moeite, geduld en inzet. Dat mensen het conflict tussen natuur en economie onder ogen moeten zien en moeten streven naar samenwerking.

In die mooie woorden herkende ik me destijds niet zo. Ik dacht dat boeren en tuinders best goed bezig waren. De laatste jaren ben ik geschrokken van de nieuwste inzichten. Ik had te gemakkelijk de terugkeer van vissen in de sloot, van de ooievaar en van de roofvogels gezien als goede tekenen. Dat intussen de waterkwaliteit verslechterde en de biodiversiteit terugliep, kwam eerder niet bij mij binnen. Ik had vooral reislust, consumentisme en luxe in de westerse wereld als nijpend probleem gezien.

Samenwerken

Soberheid en matigheid zijn in onze tijd niet populair. Daarentegen lijkt inhakken op boeren wel passend gevonden te worden. Onwerkbare plannen vanuit Den Haag over de schutting gooien, onzekerheid veroorzaken, ineens iets roepen over halvering van de veestapel, onteigenen en opkopen …. Het doet mij denken aan feodale tijden en aan de vroegere boerenoorlogen.

Volgens mij wijst de paus een betere weg: samenwerking zoeken, de schepping weer zien als gave van God en vanuit die houding maatschappelijke conflicten aangaan. Als wij die weg inslaan, kunnen – hopelijk – de zaaier en de maaier weer tegelijk feestvieren.

Beste Ruard, met deze blik kijk ik naar de spanningen die zijn ontstaan over de stikstofcrisis en de teloorgang van natuur. Ik ben benieuwd hoe jij het ziet en waar jij de Bijbel opent.

Dirk Duijzer is landbouwkundige, bestuurskundige, jurist en filosoof. Hij was algemeen directeur van LTO Nederland en daarvoor van de CBTB. Ook was hij directeur Food & Agri bij de Rabobank, waar hij nu directeur Bestuurszaken en Coöperatie is.

Morgen staat op deze site het antwoord van Ruard Ganzevoort.

Het NBG organiseert voor voorgangers en theologen op maandagen een 5-delige webinarserie over groene exegese. Het eerste webinar was op 17 oktober. Het vierde volgt op 7 november. Meedoen is gratis en aanmelden kan hier.

Dit bericht is geplaatst op dinsdag 1 november 2022