Artikel

Paulus' boodschap van Jezus Christus

Paulus lijkt het niet zo belangrijk te vinden wat Jezus tijdens zijn leven op aarde gezegd en gedaan heeft. Het gaat hem erom dat Jezus voor ons gestorven is en opgestaan. Als mensen dat geloven, zullen zij door God gered worden.
Om zijn woorden kracht bij te zetten verwijst Paulus vaak naar het Oude Testament.

Jezus’ aardse leven

In zijn brieven schrijft Paulus bijna nooit over wat Jezus tijdens zijn leven op aarde gezegd en gedaan heeft. Slechts een paar keer verwijst hij naar een uitspraak van Jezus (1 Korintiërs 7:10-11;1 Korintiërs 9:14; 1 Korintiërs 11:23-26).
Paulus heeft deze woorden niet zelf van Jezus gehoord, maar via andere christenen. Want in tegenstelling tot de apostelen in Jeruzalem heeft Paulus Jezus nooit gekend.

Gestorven en opgestane Heer

De kern van Paulus’ boodschap luidt: Jezus Christus is de Zoon van God, onze Heer (Romeinen 1:1-4). Jezus is als martelaar gestorven, maar daarna is hij uit de dood opgestaan en nu is hij bij God in de hemel (1 Korintiërs 15:3-4).
Alle mensen zouden door God gestraft moeten worden, omdat ze slechte dingen doen. Alle mensen verdienen eigenlijk de dood. Maar Jezus Christus heeft als een martelaar al onze fouten van ons overgenomen en heeft zo door zijn dood de mensen gered (Romeinen 5:6-11).

Terugkeer van Jezus Christus

Volgens Paulus zal Jezus Christus binnenkort vanuit de hemel naar de aarde terugkeren. Hij zal alle mensen die in hem geloven om zich heen verzamelen. De christenen zullen dan voor altijd bij hem zijn en eeuwig leven (Filippenzen 3:20; 1 Tessalonicenzen 1:9-10; 1 Tessalonicenzen 4:15-17).

Oude Testament als bewijs

Om de mensen te laten zien dat zijn boodschap juist is, verwijst Paulus vaak naar het Oude Testament, zoals in Romeinen 15:12 waar hij verwijst naar Jesaja 11:1.
De geschriften van het Oude Testament bevatten namelijk voor de Joden de woorden van God. Maar ook voor veel niet-Joden is het een belangrijk, oud en voornaam boek. Hier kunnen we volgens Paulus alles lezen wat God met de wereld en de mensen van plan is (Handelingen 26:22-23; Handelingen 28:23).

Bijbelverzen

  • Romeinen 1:1-4
  • Romeinen 5:6-11
  • 1 Korintiërs 7:10-11
  • 1 Korintiërs 9:14
  • 1 Korintiërs 11:23-26
  • 1 Korintiërs 15:3-4
  • Filippenzen 3:20
  • 1 Tessalonicenzen 1:9-10
  • 1 Tessalonicenzen 4:15-17
  • Handelingen 26:22-23
  • Handelingen 28:23