Artikel

Paulus en de Joden

Paulus probeert zoveel mogelijk mensen te bekeren. Hij maakt daarbij geen verschil tussen Joden en niet-Joden. Hij vertelt alle mensen dat ze door God gered zullen worden als ze in Jezus Christus geloven.
Veel niet-Joden komen door Paulus’ boodschap tot geloof. Maar de meeste Joden willen niet naar Paulus luisteren en wijzen zijn boodschap af.

Paulus past zich aan

Anders dan de meeste Joden van zijn tijd, vindt Paulus dat God niet alleen de God is van de Joden, maar ook van de niet-Joden. Voor God zijn alle mensen gelijk. Het evangelie moet dus aan iedereen verkondigd worden (Romeinen 3:27-30).
Paulus wil zich altijd aanpassen aan de mensen met wie hij omgaat. Dan is er de meeste kans dat zij naar hem luisteren, denkt hij. Zo houdt Paulus zich niet aan de joodse wet wanneer hij bij niet-Joden is, en aan hen het evangelie verkondigt. Maar wanneer hij bij Joden is, houdt hij zich wel keurig aan alle regels van de joodse wet (1 Korintiërs 9:19-23).

Paulus’ boodschap

Veel niet-Joden luisteren naar Paulus en komen tot geloof. Zij zijn blij dat ze door God gered worden en een eeuwig leven krijgen. Bovendien hoeven ze zich van Paulus niet aan de joodse wet te houden. Ze hoeven zich bijvoorbeeld niet te laten besnijden.
Maar de meeste Joden willen niet naar Paulus luisteren. Zij denken dat ze door God gered worden omdat ze het volk van God zijn en zich zo goed mogelijk aan de joodse wet houden (Romeinen 3:21-31). Ze vinden Paulus’ boodschap daarom volstrekt verkeerd.

Paulus’ verdriet

Paulus is verdrietig omdat de meeste Joden weigeren in Jezus Christus te geloven (Romeinen 9:1-3). Toch is hij ervan overtuigd dat ook het Joodse volk eens tot geloof zal komen en door God gered zal worden (Romeinen 11:25-27).

Bijbelverzen

  • Romeinen 9:1-3
  • Romeinen 11:25-27
  • 1 Korintiërs 9:19-23
  • Romeinen 3:21-31
  • Romeinen 3:27-30