Artikel

gewijde steen

Een gewijde steen was in het oude Israël een steen die door mensen op een belangrijke plek werd neergezet, meestal met een religieus doel.
De gewijde steen werd rechtop neergezet, zoals een paal of een pilaar. De term is een vertaling van het Hebreeuwse matseva. Daar komt ook het woord ‘massebe’ vandaan, wat een andere aanduiding is voor een gewijde steen.

Verschillende functies

Het gebruik van gewijde stenen wordt in de Bijbel soms afgekeurd, en soms toegestaan. Dat was waarschijnlijk voor een groot deel afhankelijk van het precieze doel waarvoor men de steen gebruikte:

  • voor de verering van afgoden;
  • voor de verering van God;
  • als teken van een verdrag;
  • als gedenkteken.

Een verboden religieus voorwerp

De meeste boeken van de Bijbel, vooral Koningen en de wetboeken, noemen de gewijde steen in verband met afgodendienst. Vaak is er in dezelfde tekst ook sprake van een asjera, een altaar en /of godenbeelden. Volgens de Bijbel hebben verschillende koningen gewijde stenen in het land neergezet. Over koning Hizkia (2 Koningen 18:4) en koning Josia (2 Koningen 23:14) wordt verteld dat ze de gewijde stenen uit het land weghalen.
In al deze teksten wordt het oprichten van gewijde stenen streng veroordeeld. Deze religieuze praktijk heeft er volgens de bijbelse auteurs aan bijgedragen dat het volk Israël in ballingschap werd gevoerd (2 Koningen 17:10).

Een toegestaan religieus voorwerp

Genesis 28:18 vertelt dat Jakob in Betel een gewijde steen oprichtte als teken dat God hier aan hem verschenen was. De bijbeltekst spreekt hier niet negatief over.

Een teken van een verdrag

In Genesis 31:45 richt Jakob een steen op als teken van het verdrag tussen hem en Laban.
In Exodus 24:4 symboliseren twaalf stenen de stammen van Israël. Ze worden door Mozes neergezet als onderdeel van de verbondssluiting tussen God en het volk. 

Een gedenkteken

Tot slot heeft de gewijde steen in verschillende bijbelteksten de functie van een gedenkteken. Zo zet Jakob een steen op het graf van zijn vrouw Rachel (Genesis 35:20). En Absalom richt een gedenksteen op in de Koningsvallei, omdat hij geen zoon heeft om zijn naam aan door te geven (2 Samuel 18:18).

Bijbelverzen

  • Genesis 31:45-52
  • Genesis 35:14
  • Genesis 35:20
  • Exodus 24:4
  • Leviticus 26:1
  • Deuteronomium 16:22
  • Jesaja 19:19
  • Hosea 3:4
  • Genesis 28:18-22
  • Genesis 31:13