Artikel

erfenis

Zonen kregen na het overlijden van de vader zijn bezit als erfenis. De oudste zoon kreeg daarvan een dubbel deel, het eerstgeboorterecht. Mensen konden al tijdens hun leven een testament opstellen over hoe het bezit verdeeld moest worden.

In de familie

Meisjes kregen in principe geen erfenis, maar zij kregen wel een bruidsschat mee als ze trouwden. Maar als iemand stierf, en geen zonen had, ging zijn bezit wel over op zijn dochter(s). Mocht iemand kinderloos sterven, ging zijn bezit naar zijn broers. Bezit moest dus altijd in de familie blijven (zie Numeri 27:1-11).
Slaven konden ook dingen erven. Een voorbeeld hiervan is te vinden in Genesis 15:2-4, waar Abraham bang is dat zijn bezit naar zijn slaaf Eliëzer zal gaan. En ook uit de gelijkenis van de wijnboer in Matteüs 21:33-44 blijkt dat knechten een wijngaard kunnen erven als er geen zoon meer is.

Weduwe

Een weduwe erfde niets. Zij kon wel een zwagerhuwelijk aangaan om zo toch kinderen te krijgen en op die manier een toekomst te hebben.

 

 

Bijbelverzen

  • Numeri 27:8-11
  • Matteüs 21:33-44
  • Marcus 12:7
  • Genesis 15:2-4
  • Deuteronomium 21:15-17