Artikel

opstanding van Jezus: belijdenis

In de brieven van Paulus zijn de oudste getuigenissen te vinden van het geloof in Jezus’ opstanding. Deze geloofsuitspraken waren al bekend bij de lezers van zijn brieven, en gaan dus terug op de vroegste christenen. De opstanding van Jezus kreeg meteen een centrale plek in het christelijk geloof.
Een andere traditie, die ook teruggaat op het vroegste christendom, is te vinden in de evangeliën. Daar wordt gesproken over het lijden van de Mensenzoon en zijn opstanding na drie dagen.

Korte belijdenissen

In de brieven van Paulus en in Handelingen zijn beknopte belijdenissen te vinden. Die belijdenissen zijn de oudste formuleringen van Jezus’ opstanding. Ze hebben een belangrijke rol gespeeld in de verkondiging van het evangelie en bij de doop. Het gaat om uitspraken als: ‘God, die Jezus heeft opgewekt uit de dood’.
In latere teksten, zoals die van Paulus in 1 Korintiërs 15:4-8, is te lezen dat deze belijdenis in zijn kern teruggaat op de paaservaring van de leerlingen.

Achtergrond en betekenis

De belijdenissen van Jezus’ opstanding sluiten in hun vorm aan bij belijdenissen over God, zoals: ‘hij die hemel en aarde gemaakt heeft’ (bijvoorbeeld Psalmen 115:15). Inhoudelijk sluiten ze aan bij de tweede zegenbede uit het joodse achttiengebed, dat in de eerste eeuw bekend was. Die bede is: ‘Gij zijt machtig voor altijd, Heer, Gij doet doden leven’.
Het geloof dat Jezus door God opgewekt is uit de dood, sluit dus aan bij het joodse geloof dat God de macht heeft over leven en dood. Door Jezus op te wekken uit de dood, onderstreept God het belang van het optreden en het leven van Jezus. En de opstanding is de inspiratie voor de gemeente om door te gaan met het verkondigen van de boodschap van Jezus.

Verbondenheid met andere geloofsthema’s

De uitspraak over de opstanding van Jezus wordt in de nieuwtestamentische brieven verbonden met allerlei andere thema’s in het christelijke geloof:

  • plaatsvervangend lijden (zie 1 Petrus 3:18)
  • rechtvaardiging van de zondaar (zie Romeinen 4:25)
  • de reddende functie van Jezus bij het komende oordeel (zie 1 Tessalonicenzen 1:9-10)
  • de heerschappij van Jezus en zijn positie aan de rechterhand van God (zie Romeinen 14:9)
  • de gedachte dat de gelovige in de doop met Christus begraven en opgewekt wordt (zie Kolossenzen 2:12)
  • het nieuwe leven dat christenen moeten leiden (zie Romeinen 6:4)

De opstanding van de Mensenzoon

Een andere, parallelle, traditie is de uitspraak in de evangeliën dat de Mensenzoon gedood zal worden en na drie dagen weer zal opstaan (bijvoorbeeld in Marcus 8:31). In deze uitspraak wordt het idee van de Mensenzoon gekoppeld aan oudtestamentische verhalen over profeten die gedood worden.