Levi (zoon van Jakob)
Artikel

Levi (zoon van Jakob)

Levi is de derde zoon van Jakob en Lea. Hij is een van de stamvaders van het volk van Israël. Levi vermoordt samen met zijn broer Simeon alle mannen van de stad Sichem om wraak te nemen voor de verkrachting van hun zus Dina.

De naam Levi

De naam Levi betekent ‘aanhankelijk’. Bij zijn geboorte zegt zijn moeder Lea: ‘Nu ik hem drie zonen heb gebaard, zal mijn man zich eindelijk aan mij hechten.’ (Genesis 29:34) Daarom geeft ze hem de naam ‘Levi’.
Ook een van de leerlingen van Jezus heet Levi (Marcus 2:14; Lucas 5:27). Deze Levi was eerst tollenaar, voordat Jezus hem als zijn leerling roept. In Matteüs 9:9 wordt deze tollenaar geen Levi, maar Matteüs genoemd.

Levi en Simeon

Levi en zijn broer Simeon verzinnen een list om de verkrachting van hun zus Dina te wreken. Als de man die Dina verkracht heeft met haar wil trouwen, eisen ze dat alle mannen en jongens uit zijn stad Sichem zich laten besnijden. De mannen uit Sichem stemmen hiermee in en liggen als gevolg hiervan na drie dagen allemaal met koorts op bed. Dan nemen de twee broers hun zwaarden, vermoorden alle mannen en plunderen de stad.

De stam Levi

De naam Levi kan verwijzen naar de stam Levi, waarvan Levi de voorvader is. De afstammelingen van Levi, de Levieten, werkten in het heiligdom. Vanwege dat voorrecht kregen ze geen eigen grondgebied. Wel ontvingen ze bijna vijftig steden om in te wonen, met daaromheen weidegrond voor hun vee (Jozua 21:1-42).

De zegen van Jakob

Als een van de twaalf zonen van Jakob krijgt Levi een zegen van Jakob mee wanneer deze oud is. Tegen Simeon en Levi zegt Jakob dat hun afstammelingen verspreid over het land zullen wonen, omdat zij uit wraak de mannen van Sichem hebben vermoord. (Genesis 49:5-7)
Vanwege hun gewelddadige optreden krijgen zij geen van beide de zegen van de eerstgeborene. Deze zegen die in de eerste plaats bestemd was voor hun oudste broer Ruben, gaat naar hun jongere broer Juda.

Bijbelverzen

  • Genesis 34:25-31
  • Genesis 49:5-7
  • Exodus 1:2
  • Exodus 6:16
  • Numeri 26:59
  • 1 Kronieken 2:1
  • Openbaring 7:7
  • Genesis 29:34
  • Genesis 46:11