Dina
Artikel

Dina

Dina is de dochter van Jakob en Lea. Op een dag wordt zij verkracht door iemand die daarna met haar wil trouwen. Als Dina’s broers horen wat er gebeurd is, verzinnen ze een list om de verkrachting van hun zus te wreken.

De naam Dina

De naam Dina betekent ‘oordeel’. Bij alle zonen van Jakob krijgen we een uitleg over de betekenis van hun naam, maar bij Dina gebeurt dit niet. Ook komt Dina nergens zelf aan het woord in de verhalen over Jakobs kinderen. 
Dina is het jongste kind van Jakob en Lea. Als enige dochter heeft zij duidelijk een andere rol dan haar broers.

Verkrachting

Op een dag gaat Dina op pad en wordt ze verkracht door Sichem, de zoon van Chamor. Chamor is heerser over een stad die net als zijn zoon Sichem heet. 
Nadat Sichem Dina verkracht heeft, blijft hij naar haar verlangen en wil met haar trouwen. Jakob hoort wat er is gebeurd met zijn dochter, maar hij doet niets. 

Wraak van Dina’s broers

Als Dina’s broers horen wat hun zus is overkomen, verzinnen ze een list om haar te wreken. Ze stellen voor dat alle mannen en jongens uit de stad Sichem zich laten besnijden voordat Sichem met Dina trouwt.
De mannen van Sichem laten zich door Sichem en Chamor overtuigen om hiermee in te stemmen. Als gevolg hiervan liggen alle mannen uit Sichem na drie dagen met koorts op bed. Dan nemen de twee volle broers van Dina, Simeon en Levi, hun zwaarden en vermoorden ze niet alleen Sichem en zijn vader Chamor, maar ook alle andere mannen, en plunderen ze de stad.

Van het leven afgesneden?

De naam ‘Dina’ wordt hierna alleen nog genoemd in de namenlijst in Genesis 46:15. De Bijbel vertelt niet of Dina nog trouwt en of ze kinderen krijgt.
Dit stilzwijgen doet denken aan het verhaal over de verkrachting van Tamar in 2 Samuel 13:1-22. Nadat Tamar verkracht is door haar halfbroer Amnon, gaat ze bij haar broer Absalom wonen en blijft de rest van haar leven alleen: ‘Tamar bleef voortaan bij haar broer Absalom, van het leven afgesneden.’ (2 Samuel 13:20)

Bijbelverzen

  • Genesis 34
  • Genesis 30:21
  • Genesis 46:15