Artikel

betalingsverkeer

In Israël werd vanaf de zesde eeuw geld gebruikt. Voor die tijd had Israël een ruileconomie.

Ruileconomie in het Oude Nabije Oosten

In het Oude Nabije Oosten betaalde men met geld of door goederen te ruilen. De ruileconomie was gebaseerd op het principe dat voor elke ‘gift’ een ‘tegengift’ werd verwacht. Een duidelijk voorbeeld is te vinden in 1 Koningen 5:25 waar Salomo aan koning Chiram van Tyrus tarwe en olijfolie gaf in ruil voor hout.

Waar betaalde men mee?

Als er geen geld was, werd er betaald met goederen. Behalve met voedsel kon dat ook met vee, slaven en wapens. De goederen waarmee men betaalde, konden op een markt worden doorverkocht om weer andere goederen te kopen. Dit betalingssysteem bestond tijdens de hele periode waarin de Bijbel is ontstaan, ook in de tijd dat er al muntgeld gebruikt werd.

De opkomst van munten

Het nadeel van het betalen in natura was het ontbreken van een standaard. De waarde van de goederen en diensten was niet altijd goed te vergelijken. Daardoor was een ruil niet altijd evenwichtig en was machtsmisbruik mogelijk.
Vanaf de zevende eeuw voor Christus gebruikten de Lydiërs voor het eerst munten om te betalen. Hierdoor werd het betalingsverkeer eenvoudiger. Maar er bestonden nog veel verschillende soorten munten naast elkaar: ieder rijk en iedere staat kende zijn eigen munt.

Betalingsverkeer in het Nieuwe Testament

Door de opkomst van het Romeinse rijk ontstond er steeds meer één monetair systeem. De prijzen konden nog wel erg verschillen tussen de verschillende Romeinse provincies.

Bijbelverzen

  • Ezechiël 48:14
  • Genesis 47:16-19
  • 1 Koningen 5:25