Wat als God zich niet laat vinden?

Door Tjaard Barnard

De Bijbel staat vol met prachtige beloften waaruit blijkt dat God zich laat vinden als je maar oprecht zoekt. God zal je vasthouden, zal zorgen dat je niet struikelt. En bovenal: zoek en je zult vinden! Maar wat als dat in jouw geval totaal niet gebeurt?

7 Als je iets vraagt, zul je het krijgen.
Als je iets zoekt, zul je het vinden.
Als je op de deur klopt, wordt er voor je opengedaan.
8 Want iedereen die om iets vraagt, zal het krijgen.
En iedereen die iets zoekt, zal het vinden.
En voor iedereen die klopt, wordt de deur opengedaan.

Matteüs 7: 7-8, BGT

Gedurende drie jaar bezocht ik elke maand een gemeentelid. Een boeiende, aardige, intelligente kerel, voor wie het leven niet mild was. Begiftigd met vele gaven van hoofd en hart lukte het hem toch niet om gelukkig in het leven te staan. Een partner overleed aan AIDS en sindsdien viel het relationele leven niet mee. Een baan wilde niet lukken in de vele vakken die hij studeerde en waarin hij allemaal erg goed was. Hij studeerde onder meer theologie en godsdienstwetenschappen en ik voelde me een kleine jongen als hij de recente literatuur met me doornam. Hij wist veel van islamitische mystiek en sprak er met grote eerbied over.

Pijn

Hij leed aan een ziekte die hem veel pijn in zijn rug gaf. Medicijnen hielpen wel, maar dan zweefde hij door het huis en raakte compleet de weg kwijt. Maar er was nog iets anders dat het leven voor hem heel moeilijk maakte. Hij was zeer gelovig. Hij zocht God, maar kon Hem niet vinden. Hij verlangde naar God, dat Hij maar een klein ogenblikje mocht laten weten: ‘Je mag er zijn. Ik zie je’. Maar hoe hij ook bad of smeekte, er kwam niets. Hoe kun je blijven geloven als de hemel stilgevallen is? De coronatijd hielp natuurlijk ook niet. De eenzaamheid werd nog groter toen zelfs geen medemens een arm op zijn schouder kon leggen.

Te mooi om waar te zijn?

De Bijbel staat vol mooie beloften, maar wat als niets daarvan in jouw leven bewaarheid lijkt te worden? Als je bij wijze van spreken ‘onze lieve Heer van het kruis af bidt’, maar het toch stil blijft? Bid je dan niet genoeg? Er zullen mensen zijn die dat veronderstellen. Of – om een andere gemakkelijke oplossing te noemen – misschien ben je dan wel een enorme zondaar en zoek je niet oprecht naar God. Voor je het weet, wordt het je eigen schuld en voelt het allemaal nog erger.

Natuurlijk: Gods wegen zijn niet onze wegen. Wij moeten God niet willen narekenen. Begrijpen kunnen we het niet. ‘Schep de oceaan eens in een emmer’, zei een oude tante van me, van wie ik veel geleerd heb over geloven. Maar dat neemt niet weg: daar zat ik dan bij deze man, als beroepsgelovige.

Ik geef toe, ik ben van vrijzinnige snit. Of God zo concreet en tastbaar in de wereld optreedt als we zouden willen, betwijfel ik regelmatig. Misschien zijn Gods handen toch vooral te zien in onze handen. Misschien moeten wij Gods nabijheid waarmaken in het leven.

Teleurgesteld

Maar wat zeg je, als je zo iemand diep in de oprechte ogen kijkt? Elk gemakkelijk antwoord is dan teveel. Sterker nog: met elke gedachte die het probeert te verklaren, ga je steeds meer lijken op de vrienden van Job, aan wie Job niet veel had.

Uiteindelijk besloot deze man om dit leven vaarwel te zeggen. Hij troostte zich met een islamitische vertelling over een man die ook een ingewikkeld leven had gehad. Niets ging goed en Allah leek ver weg. ‘Moest’, zo zeiden de engelen tegen Allah toen deze zelfmoordenaar in de hemel kwam, ‘hij niet gestraft worden?’ God zweeg, maar zei even later volgens dit verhaal: ‘Ik zou me schamen…’.

Weerwoord

In de Bijbel komt het een paar keer voor dat mensen iets terug durven te zeggen tegen de hemel. Abraham onderhandelt met God over de rechtvaardigen in Sodom en krijgt gelijk. Geen enkele rechtvaardige komt om (Genesis 18). En in een ander verhaal, bij Job, doet God boete. Ja, u leest het goed. Natuurlijk: na het antwoord uit het onweer doet Job boete (Job 42: 2-6). Maar gek genoeg stopt het verhaal daar niet. God geeft Job het dubbele terug (Job 42: 10) van wat hem door Satan (met goedvinden van God!) is afgenomen. Juist dat dubbele valt op: volgens de oude Wet was dat wat je moest doen, als je iets gestolen of verduisterd had, het dubbele terugbetalen (Exodus 22: 6).

Bij de afscheidsdienst sprak ik de hoop uit dat mijn vriend en de Eeuwige nu wel een goed gesprek zouden voeren. Misschien zou de Eeuwige wel ‘Sorry Mark’ zeggen?

Dr. Tjaard R. Barnard
Remonstrants predikant te Rotterdam.

Dit bericht is geplaatst op Dienstag 13 Oktober 2020