NBG-vertaling 1951
Artikel

NBG-vertaling 1951

In 1911 besloot een aantal theologen een nieuwe vertaling te maken, die in de breedte van de kerken gebruikt kon worden. In 1927 ondersteunde het Nederlands Bijbelgenootschap deze onderneming en toen kwam er schot in. De vertalers waren afkomstig uit verschillende kerken en waren van verschillende theologische richtingen. In 1939 verscheen het Nieuwe Testament en in 1951 de volledige Bijbel.
De NBG-vertaling 1951 werd al heel snel door de meeste protestantse kerken in gebruik genomen. Nooit eerder was het voorgekomen dat een bijbelvertaling door zoveel kerken aanvaard was.

Ouderwets taalgebruik

Veel mensen waren blij met de NBG-vertaling 1951, maar er kwam ook kritiek op het ouderwetse taalgebruik.
Dat is niet zo vreemd: al in 1911 waren de eerste voorbereidingen begonnen en de groep vertalers was toen al wat ouder. Dat moet gevolgen gehad hebben voor het Nederlands van de vertaling. Bovendien probeerde men vaak dicht bij de Statenvertaling te blijven.
Om deze reden en omdat de groep vertalers uit verschillende richtingen afkomstig was, werd de NBG-vertaling 1951 wel een ‘compromisvertaling’ genoemd. Van alle nieuwe vertalingen die de laatste eeuw gemaakt waren, stond deze vertaling wat taal betreft het dichtst bij de Statenvertaling.