Artikel

stadspoort

De stadspoort vormde de ingang naar de stad. De poort maakte deel uit van de stadsmuur. Een grote stad als Jeruzalem had meerdere stadspoorten. De stadspoort was het zwakste gedeelte van de stadsmuur. Daarom werd hij meestal extra verstevigd met torens.
Een stadspoort bestond meestal uit meerdere ruimtes. In de tijd van de koningen waren er aan weerszijden van de poort meestal twee of drie ruimtes.
Voor de stadspoort lag vaak nog een tweede, buitenste poort.

Bocht in de poort

Om van de buitenste poort naar de eigenlijke stadspoort te komen, moest vaak een scherpe bocht worden gemaakt. Bij een aanval op de stad werd daardoor de opmars van de vijanden vertraagd. Zo konden de verdedigers ze makkelijker bestoken met pijlen en stenen.
De meeste soldaten droegen hun wapens in de rechterhand en hun schild in de linkerhand. Daarom werden de poorten zó gemaakt dat de aanvallers steeds linksaf moesten slaan. Zo konden de verdedigers hen het makkelijkst raken aan de kant waar ze geen schild hadden.

Poortdeuren

De poort werd van binnenuit afgesloten door stevige dubbele deuren met grendels of een dwarsbalk om de deuren mee af te sluiten. De deuren draaiden meestal naar buiten toe open, omdat ze dan minder makkelijk door aanvallers geopend konden worden. Ze waren gemaakt van hout, vaak met bronzen beslag om ze tegen vuur te beschermen.

Gebruik van de stadspoort

De stadspoort diende niet alleen voor de verdediging van de stad. Het was een openbare ruimte waar mensen elkaar konden ontmoeten. In veel stadspoorten zijn banken teruggevonden, waar de mensen op konden zitten.