stadsmuur
Artikel

stadsmuur

Al in de bronstijd, vóór de tijd van de koningen, waren veel Kanaänitische steden versterkt met stadsmuren en poorten. Veel van deze steden bleven ook in gebruik in de ijzertijd, in de tijd van de koninkrijken Israël en Juda.

Bouw van de muur

Stadsmuren waren gemaakt van baksteen of van natuursteen. De onderste laag kon ook van aarde zijn. De muren konden wel tot 10 meter dik zijn. Op de muren waren vaak kantelen gemaakt. De muren werden versterkt met  torens, van waaruit op aanvallers kon worden geschoten.
Omdat de stadsmuren zo breed waren, was het mogelijk om boven op de muren nog een verdieping met kamers te maken. Volgens het verhaal in Jozua 2:15 woonde Rachab in zo’n huis op de stadsmuur van Jericho.

Stadsmuur tot de negende eeuw

Tot de negende eeuw voor Christus waren de stadsmuren muren vaak van het kazemat-type. Kazematmuren bestonden uit twee muren die ongeveer 1,5 tot 2 meter van elkaar vandaan waren gebouwd. Ze waren met elkaar verbonden door dwarsmuurtjes, zodat er smalle tussenruimtes  ontstonden. Deze ruimtes werden soms opgevuld met puin, om ze te versterken. Maar ze werden soms ook gebruikt als opslagplaats, of zelfs als de achterste kamers van woonhuizen die tegen de muur waren gebouwd.
Het voordeel van dit soort muren was dat er relatief weinig materiaal voor nodig was. Het was dus niet zo duur om ze te bouwen.

Stadsmuur vanaf de achtste eeuw

Vanaf de achtste eeuw voor Christus werden de steden van Israël steeds vaker bedreigd door de Assyriërs. De kazematmuren waren niet sterk genoeg om hun stormrammen en andere aanvalsmachines tegen te houden. Daarom werden de stadsmuren in de achtste en zevende eeuw massief gemaakt, vaak met inspringende en uitstekende delen.