Artikel

aardewerk en reinheidswetten

Er zijn twee passages in de Joodse wet die iets zeggen over aardewerk en reinheid.

Numeri 31

In Numeri 31:22-23 staat: ’Alles van goud of zilver, van koper, ijzer, tin of lood, alles wat vuurbestendig is, moet door het vuur gehaald worden om weer rein te worden, en het moet bovendien met reinigingswater worden gereinigd. Alles wat niet tegen vuur bestand is, moet door het water gehaald worden.’ Dat betekent dat onrein aardewerk volgens deze wet weer rein gemaakt kan worden door vuur en water.

Leviticus 11

Maar in Leviticus 11:33 staat: ’Wanneer zo’n kadaver in een aarden kruik wordt aangetroffen, is de inhoud onrein; de kruik moet worden stukgeslagen.’ Dat betekent dat aardewerk dat onrein is geworden niet meer rein gemaakt kan worden, en moet worden stukgeslagen.

Aardewerkvondsten

Er zijn op verschillende plaatsen aardewerken voorwerpen gevonden in zogenoemde mikwe’s, reinigingsbaden. Deze voorwerpen die allemaal heel waren, kwamen uit de tweede en vroege eerste eeuw voor Christus. Mogelijk waren het voorwerpen die gereinigd waren volgens de wet in Numeri 31.
Maar uit de periode daarna zijn er geen hele aardewerken potten gevonden in of bij mikwe’s. Wèl zijn er potten teruggevonden waar gaten in zijn gemaakt. Dit lijkt overeen te komen met de voorschriften in Leviticus 11.
Het zou kunnen betekenen dat rond het midden van de eerste eeuw voor Christus een verschuiving plaatsvond in het denken over aardewerk en reinheid, naar de strengere voorschriften uit Leviticus. Deze ontwikkeling gaat samen met een toenemend gebruik van stenen vaatwerk.

Bijbelverzen

  • Leviticus 11:33
  • Numeri 31:22-23