Artikel

Joden

Het woord ‘jood’ wordt verschillend gebruikt. De naam ‘jood’ komt van Juda, een van de zonen van aartsvader Jakob. Het wordt gebruikt:

  • voor iemand die bij het volk van Israël hoort;
  • voor iemand die specifiek in de provincie Judea woont (als synoniem van Judeeër);
  • voor iemand die de joodse religie aanhangt.

Een Joods land

Volgens de Bijbel bewoonden de nakomelingen van Juda het gebied Juda, dat in het Nieuwe Testament Judea heet. Het centrum was Jeruzalem, een stad die ooit werd veroverd door de beroemdste nakomeling van Juda: David (2 Samuel 5).
Na de ballingschap van de ‘Judese’ elite (2 Koningen 25), volgde onder de Perzische koning Cyrus en zijn opvolgers de terugkeer en begon de wederopbouw. De Judeeërs vormden nu een provincie van het Perzische rijk. De wet van Mozes was/werd de grondslag van de samenleving en de tempel in Jeruzalem het centrum.

Een joods geloof

Er woonden ook veel Judeeërs in Egypte en andere streken, en die bleven daar hun geloof trouw. Dat werd nog sterker onder de hellenistische en Romeinse overheersing. Zo kwam het godsdienstige aspect van de naam ‘Judeeër’ naar voren, al hoor je dat verschil in het Hebreeuws, Grieks of Latijn niet (jehoedi, ioudaios, judaeus). Ook in het Nederlandse woord ‘jood’ is dat verschil niet te horen.
In het Nederlands schrijf je ‘jood’ als je iemand met het joodse geloof bedoelt. En ‘Jood’ als het gaat om iemand die bij het Judese/Joodse volk hoort.
Kenmerkend voor het jodendom zijn de gebruiken die de wet voorschrijft. Men moet de regels voor de sabbat, feesten, spijswetten, besnijdenis enzovoorts volgen, en zich aan de bijbehorende gebeden en rituelen houden. Dogma’s of geloofsartikelen hebben een minder opvallende rol. De theologische ideeën over God, de schepping en de mens lijken in het jodendom niet vast te liggen. Israël en Jeruzalem spelen een grote rol, maar ook de houding ten opzichte van het ‘land der vaderen’ verschilt erg.