Artikel

godenbeeld

In het Oude Nabije Oosten werden godenbeelden gebruikt bij de verering van goden.

De verering van godenbeelden

Een godenbeeld vertegenwoordigde de god. Sterker nog: de god zou in het beeld aanwezig zijn. Daarom behandelde men het beeld met grote eerbied. Het werd verzorgd, aangekleed en gevoed. Regelmatig werd het beeld meegedragen in een processie.

Hoe zagen godenbeelden eruit?

Godenbeelden hadden meestal het uiterlijk van een mens. De beelden werden uitgehouwen uit steen, geboetseerd van klei of gesneden uit hout. Of ze werden gemaakt door gesmolten metaal (brons, zilver of goud) in een mal te gieten.

Godenbeelden in de Bijbel

Het Oude Testament verbiedt de verering van godenbeelden (zie bijvoorbeeld Exodus 20:4-5). In profetische boeken, zoals Jesaja en Jeremia, wordt de beeldencultus belachelijk gemaakt: beelden zijn geen levende goden, maar levenloze dingen die door mensen gemaakt zijn (bv. Jeremia 10:3-5).
Ondanks het verbod in de officiële godsdienst bleef de verering van godenbeelden toch lange tijd bestaan in Israël. Voorbeelden zijn het gouden stierenbeeld dat de Israëlieten maakten in de woestijn (Exodus 32-34), de godenbeeldjes van de Efraïmiet Micha (Rechters 17-18), en de stierenbeelden die koning Jerobeam I in Betel en Dan neerzette (1 Koningen 12:28-33). Pas na de Babylonische ballingschap kwam er een einde aan de verering van godenbeelden.

Aanduidingen voor godenbeelden in de Bijbel

Het Oude Testament gebruikt heel wat verschillende woorden voor godenbeelden. Een paar voorbeelden zijn de huisgoden (terafiem), de ‘gehouwen beelden’ en de ‘gegoten beelden’. Er zijn ook termen voor afgodsbeelden die afkeer uitdrukken, zoals de ‘gruwelijkheden’ (gilulim) en de ‘afschuwelijkheden’ (siqqusim).

Bijbelverzen

  • Rechters 18:14-31
  • 1 Koningen 12:28-33
  • Genesis 31:17-35