stenigen
Artikel

stenigen

Steniging als doodstraf komt in het Oude Testament vaak voor.
Zowel mensen als dieren konden gestenigd worden, maar van dat laatste zijn maar weinig voorbeelden bekend. Eén voorbeeld is als een stier een man of vrouw doodt Exodus 21:28.

Stenigen in het Oude Testament

In de wetten van Mozes staan verschillende wetten over stenigen. Mensen moesten onder andere gestenigd worden bij:

  • religieuze misdrijven, zoals het oproepen van geesten (Leviticus 20:27) of bij kinderoffers (Leviticus 20:1);
  • seksuele delicten, zoals overspel (Leviticus 20:10);
  • doodslag en moord;
  • ongehoorzaamheid aan ouders (Deuteronomium 21:18-21);
  • mensenroof;
  • het afleggen van een valse getuigenis;
  • majesteitsschennis.

Of men bij al deze overtredingen ook werkelijk gestenigd werd, is niet met zekerheid te zeggen.
Voordat iemand gestenigd werd, moesten de getuigen van de misdaad hun handen op zijn hoofd leggen. Zij moesten daarna ook de eerste steen gooien. Stenigen vond meestal buiten de stadsmuren plaats.
De gedode man of vrouw moest nog dezelfde dag begraven worden. Soms werd het lichaam eerst als een soort waarschuwing aan een boom gehangen.

Stenigen in het Nieuwe Testament

In de tijd van het Nieuwe Testament waren de omstandigheden rond stenigen iets veranderd. De veroordeelde werd eerst van een hoogte afgegooid, zodat hij bewusteloos zou raken en het stenigen zelf niet meer zou voelen.
Eén van de bekendste verhalen over steniging in het Nieuwe Testament is de dood van Stefanus in Handelingen 7:54-60.

Bijbelverzen

  • Handelingen 7:54-60
  • Leviticus 20
  • Johannes 8:1-11