koning NT
Artikel

koning NT

De Israëlieten hadden in de tijd van het Nieuwe Testament geen eigen koning meer. Ze werden geregeerd door Herodes de Grote en zijn nakomelingen, die aangesteld waren door de Romeinen.

Jezus als koning

De titel ‘koning’ wordt in het Nieuwe Testament meestal voor Jezus gebruikt. Hij rijdt als een koning Jeruzalem binnen, en wordt nakomeling van koning David genoemd. Jezus wordt gezien als de beloofde messias.
Als Jezus gekruisigd wordt, staat er op een bord bij zijn kruis de tekst: ‘Dit is Jezus, koning van de Joden.’ Dat is de beschuldiging op grond waarvan hij gedood wordt. 

Koningen in gelijkenissen

Jezus vertelt ook vaak over koningen en koninkrijken in zijn gelijkenissen. Hij wil de mensen aan het denken zetten door ze met een voorbeeld uit het alledaagse leven een nieuw perspectief op de werkelijkheid te geven. 

Romeinse koningen

De Romeinen regeerden over het hele Middellandse Zeegebied. Daar stelden ze allerlei (lokale) vorsten aan, zoals Herodes en zijn nakomelingen.

Bijbelverzen

  • Lucas 1:32-33
  • Matteüs 21:1-9
  • Efeziërs 1:20-23