Dag 8 | De geboorte van Johannes

Bijbeltekst(en)

Het eigenlijke verslag van de geboorte van Johannes neemt centrale thema’s uit de aankondiging van zijn geboorte op, met name zijn naam (vers 59-66), de betekenis ervan voor Elisabet (vers 58) en de bijbehorende afwijking van de traditie en de (hier verholpen) stomheid van Zacharias. Het langste deel van de perikoop is echter gewijd aan Zacharias’ loflied, dat gelezen kan worden als een verdere uitwerking van de betekenis van de naam Johannes/Yochanan, dat is God (JHWH) is genadig, in het kader van het toekomstige optreden van Johannes en het lot van het godsvolk. Zoals alle teksten in dit stuk van het Lucas-evangelie zijn er veel verwijzingen naar of echo’s van de Schrift te vinden. Het eerste vers al, 57, laat bijvoorbeeld aan Genesis 25:24 denken, de geboorte van Esau en Jakob. Verder loopt ook de parallellie tussen Jezus en Johannes door; ook van Jezus zal de geboorte op zo’n soort manier verteld worden. Daarbij is het wel zo dat zowel de overeenkomst alsook het verschil – Jezus overtreft Johannes; Johannes heeft een voorbereidende functie – duidelijk gemaakt wordt.

De naam van Johannes kan als een sleutel voor deze perikoop gezien worden. Hij speelt op ten minste twee manieren een rol. Ten eerste wordt de inhoud van de naam genoemd in vers 58: ‘Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar.’ De situatie van Elisabet was dat zij als vrouw zonder twijfel de ‘hoofdverdachte’ was inzake de kinderloosheid van Zacharias en haarzelf. De zwangerschap en uiteindelijke geboorte van Johannes zijn voor haar dan, tenminste in de ogen van precies dezelfde mensen die haar vanwege haar kinderloosheid eerst smaadden, een teken van Gods barmhartigheid, dan wel: genade. Dat is precies de betekenis van de naam van haar kind, zoals de engel opdracht gegeven heeft om het te noemen. De naam komt nu heel nadrukkelijk van de moeder – zoals dat bij Jezus ook het geval zal zijn – daar Elisabet protesteert en benadrukt dat het kind Johannes genoemd zal worden. Dit ondanks het feit dat de naam buiten de familietraditie valt (vers 59). Naamgeving en besnijdenis vallen hier samen, zoals gebruikelijk in Joodse traditie en vooral ook: zoals dat ook zo over Jezus verteld zal worden.

Een tweede manier waarop Johannes’ naam een rol speelt, komt bij monde van Zacharias die, nu Johannes geboren, besneden en benaamd is, weer kan spreken en dit gebruikt om dat te doen waar mond en tong voor bedoeld zijn, namelijk het lofprijzen van God (vers 64). Het thema van deze lofprijzing is Gods genade. Hoewel dit lied gezongen wordt aan het begin van het leven van Johannes is het heel stellig: Zacharias profeteert in die zin dat hij stelt hoe het eigenlijk zit met het lot van Israël en de wereld, ook wanneer dit allemaal nog waar moet worden. Het is de spanning tussen het ‘al’ en ‘nog niet’ waardoor de Joodse en (later ook) christelijke traditie beide gekenmerkt worden. Het theologische waagstuk is het daarbij steeds om het ‘al’ van de werkelijkheid van verlossing te poneren in een situatie die door het ‘nog niet’ van de uitstaande verlossing gekenmerkt wordt, waardoor alles wat onverlost is, sterk gerelativeerd wordt. Dit lijkt ook te zijn wat Zacharias doet: hij beziet het heden in het licht van de beslissing die al gevallen is en die de toekomst zal bepalen. Verankerd is dit alles ten diepste in de traditie van Israël; op dat punt is er eigenlijk niets nieuws onder de zon. God heeft deze verlossing al toegezegd door de profeten (vers 70) en wel om zijn trouw aan de ‘aartsvaders’ te betonen (vers 72-73). Met het optreden van Jezus en Johannes staat ook Gods trouw op het spel – zou God niet verlossen, dan zou God een onbetrouwbare God zijn die zijn beloften vergeten kan. Zacharias laat een belangrijk bijbels aspect van vrijheid klinken: vrijheid van iets (vijanden, zonde, honger, et cetera) is altijd vrijheid voor iets, met name om God en de naaste lief te kunnen hebben en goed samen te kunnen leven. Absolute vrijheid of vrijheid op zichzelf bestaat niet – bevrijding en vrijheid zijn nooit doelen, het zijn middelen om tot goede gemeenschap te kunnen komen.

Kader: messcherp
Johannes zal ‘genoemd worden: profeet van de Allerhoogste, want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken, en om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden’ (vers 76-77). Dat is een goede samenvatting van Johannes’ optreden zoals dat in Lucas 3 beschreven zal worden. Dat hoofdstuk laat ook gelijk zien hoe controversieel het optreden van Johannes en Jezus zal zijn: 3:20 eindigt met de arrestatie van Johannes door Herodes, hij zal uiteindelijk terechtgesteld worden, terwijl Jezus ook aan het kruis eindigt. De mooie, poëtische taal van Zacharias’ loflied – en ook van Maria’s eerdere lied – heeft een messcherpe inhoud die veel weerstand zal oproepen. Met een voorbeeld: de concrete inhoud van wat Zacharias zegt over Johannes’ toekomst (namelijk dat hij zal werken ‘om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden. Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan en verschijnen aan allen die leven in duisternis en verkeren in de schaduw van de dood, zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede’, vers 77-79) is te vinden in Johannes’ verkondiging in hoofdstuk 3: ‘Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: “Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel? Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! Ja, de bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen”’ (vers 7-9).

Vragen

  1. De naam Johannes, en dan vooral de inhoud ervan, is waar deze perikoop om draait, op het niveau van Elisabets lot en op het niveau van de verlossing voor Israël zoals Zacharias die bezingt. Daarmee is ook direct de inhoud van ‘verlossing’ gemoeid. Aanleiding genoeg om er verder over na te denken.
  2. Lucas schetst een heel ‘aards’ idee van wat verlossing is – hoe past dat bij je eigen gedachten over en geloof in ‘verlossing’?