Dag 7 | Maria en Elisabet

Deze perikoop biedt een van de intiemste scènes uit het begin van het Lucas-evangelie. Tegelijkertijd is het een tekst van hoog profetisch en daarom maatschappelijk gehalte. De tekst verbindt de levensverhalen van Elisabet en Maria met elkaar en staat bol van de verwijzingen naar de Schriften van Israël. Meer dan ‘zomaar’ een ontmoeting tussen twee zwangere vrouwen draagt deze tekst ook bij aan de grote verhaallijn van het Lucas-evangelie. Vrouwen zijn daarin van belang, zoals deze tekst laat zien; van belang is eveneens de nauwe relatie tussen het grote verhaal van Israël met God, het optreden van Johannes de Doper en het levensverhaal van Jezus.

Twee vrouwen staan centraal in deze verzen, terwijl ze beiden naar de God van Israël verwijzen als de bron van hun geluk en het welzijn van hun volk, Israël. In haar loflied op God bezingt Maria eerst haar eigen ervaringen met God (vers 46-49), daarna schakelt ze over naar een breder perspectief: wat haar aan goeds overkomen is, gebeurt in het groot aan iedereen die gering is, of aan elk volk dat in het nauw zit, met name Israël als Gods volk. Dit zegt Maria in het voetspoor van Hanna, de moeder van de grote profeet Samuel, op wiens loflied het hare gebaseerd lijkt (zie 1 Samuel 2:1-10). Tegelijkertijd echoot de zwangerschap van Elisabet – op hoge leeftijd, na lange, pijnlijke kinderloosheid, en met een profeet als kind – ook die van Hanna.

Naast het lied van Maria staat ook de groet van Elisabet aan Maria in een breder verband. Later in het leven van Jezus herhaalt een andere vrouw deze woorden bijna letterlijk: ‘Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!’ (11:27); Jezus antwoordt hierop: ‘Gelukkiger zijn zij die naar het woord van God luisteren en ernaar leven’ (11:28). Het ‘ja’ van Maria toen de engel Gods woord tot haar sprak, is zo een model voor iedereen die zich laat aanspreken door dit woord. Wat er in het klein gebeurt in het leven van Maria kan zo in het groot voor ieder mens gelden. Maria belichaamt op deze manier de omgang van God met de mens, met name de mens die in het nauw zit. Dit is een thema dat in het levensverhaal van Jezus, de bulk van het Lucas-evangelie, nadrukkelijk terug zal komen: Jezus belichaamt eveneens de geschiedenis van God met Israël en wel zo dat hij zijn eigen ‘doortocht’ (‘exodus’; Lucas 9:31) zal beleven, weer als voorganger voor iedereen die deze weg met hem wil gaan.

Het ‘inzoomen’ op Maria’s bezoek aan Elisabet is – naast de aandacht die er was voor deze twee vrouwen in het begin van het Lucas-evangelie – een goed voorbeeld van de plaats die vrouwen in dit evangelie innemen. In ieder geval betekent het dat deze mensen en hun stemmen er voor Lucas bij uitstek toe doen en dan wel als eigen, zelfstandige, zelfbewuste en geïnspireerde stemmen. Hier, in deze perikoop, treden ze beiden op als vervuld van de Geest en als profetisch begaafde mensen. Elisabet is de eerste die in Maria de ‘moeder van de Heer’ herkent (vers 43) en ze doet dit omdat ze van de Geest vervuld is. Daarmee is Elisabet – als zwangere vrouw, ergens in het Judese bergland! – de eerste die Jezus als Heer belijdt in het Lucas-evangelie; ‘Jezus is de Heer’ was de kern van het vroegchristelijke geloof (zie Handelingen 11:20). Tegelijkertijd vloeit Maria’s loflied, aansluitend bij Hanna’s loflied, over van verbanden met de Schriften van Israël (vergelijk Psalm 89:14; Spreuken 3:34; Haggai 2:22; Sirach 10:14; 1 Samuel 2:8; Ezechiël 21:31; Psalm 107:8-9; 146:7; 34:10-11; Jesaja 41:8-9; Exodus 32:13; 2 Koningen 13:23; Psalm 100:5 – op volgorde van het verband met Maria’s lied) en wijst op verschillende manieren vooruit naar thema’s uit Jezus’ verkondiging, die in dezelfde lijn staat (zie bijvoorbeeld Lucas 6:21, 25). De kern van dit alles is dat wat Maria zelf zegt in vers 52: ‘Heersers stoot hij van hun troon en wie gering is geeft hij aanzien.’ Vanuit hun publiek gemaakte privésfeer treden Maria en Elisabet zo op als zelfstandige figuren die de kern van Israëls geloofstraditie belichamen.

Kader: realiteit in Maria’s lofzang
De inhoud van Maria’s lofzang staat natuurlijk in de onmiddellijke context van het Lucas-evangelie en dat is de wereld van het Romeinse Rijk, waarbinnen Israël, als volk of land, een marginale rol speelde (zie de verwijzing naar het bergland van Judea in vers 39; de geografische setting is ook een politieke setting). Politiek en spiritueel was dit, zeker na de verovering en verwoesting van Jeruzalem en de tempel in 70, in hoge mate traumatisch voor Joden – en dus voor de vroege christelijke beweging binnen het Jodendom zoals dat zich na 70 opnieuw uitvond. De wereld van dit rijk was er ook een waarin ongelijkheid, armoede en honger aan de orde van de dag was. Dit zijn ook de thema’s die Maria benoemt in haar loflied: de onderdrukking van Israël (als volk!) komt aan de orde (vers 54-55), net zoals machtsongelijkheid (vers 51-52), honger en daarmee onrechtvaardig verdeelde rijkdom (vers 53). Zoals alle goede theologie houdt Maria’s loflied zo een blauwdruk voor een andere wereld in, een die gebaseerd is op Gods gerechtigheid en barmhartigheid en die, zoals alle goede profetie, bestaande verhoudingen die onrechtvaardig en onbarmhartig zijn aan de kaak stelt.

Vragen
De hoofdlijnen van deze perikoop zijn de doorgaande lijn van Gods omgang met de mens, belichaamd door Maria en Elisabet, in lijn met de ervaringen van Israël en vooruitwijzend naar het optreden van Johannes en Jezus, en de inhoud hiervan: Gods barmhartigheid en gerechtigheid. Vertolkers van dit alles zijn Elisabet en Maria in de setting van hun ontmoeting als twee zwangere vrouwen in Judea.

  1. Maria zingt Gods lof omdat God barmhartig en rechtvaardig is in een onbarmhartige en onrechtvaardige wereld. In haar tijd had dat te maken met de situatie van het Romeinse Rijk. Hoe zou ze vandaag haar lied zingen? Op welke punten spreekt het je eigen manier van leven aan? Op welke manieren de bredere maatschappij?
  2. In het Lucas-evangelie kijkt en luistert de lezer mee naar stemmen van mensen die publiek optreden, zoals Jezus en Johannes, en mensen die meer in de privésfeer hun zegje doen, zoals Elisabet en Maria. Allebei zijn belangrijke bronnen voor theologie en daarom voor spiritualiteit. Welke bronnen spelen voor jouzelf een rol? Waarom?