Dag 5 | Een zoon voor Zacharias en Elisabet

Bijbeltekst(en)

De informatie die de lezer over Zacharias en Elisabet krijgt, staat in schril contrast met hun afkomst en levenswandel: ‘Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd’ (vers 7). Voor het antieke gehoor is dit opmerkelijk: aan onvruchtbaarheid kleefde nogal eens het vooroordeel van de een of andere schuld, waardoor er geen kinderen kwamen. Er lijkt sprake van onrechtvaardigheid, of tenminste oneerlijkheid, want Elisabet en Zacharias vallen nu net in de categorie mensen bij wie ook dit onderdeel van het leven goed zou moeten gaan. In dit opzicht lijken ze veel op andere figuren uit het verhaal van Israël: Sara en Abraham, bijvoorbeeld, en vooral Hanna en Elkana, die model staan voor Elisabet en Zacharias.

Je krijgt de indruk van uitzichtloosheid, eenzaamheid en zorg te midden van een verder heel succesvol leven. Deze scherpe tegenstelling bereikt haar hoogtepunt wanneer Zacharias het heiligdom binnengaat en het reukoffer brengt, terwijl het ‘hele volk’ buiten staat te bidden. Het is de hoogste eer in de persoonlijk meest uitzichtloze toestand. Het verschijnen van de engel past wat dramatiek betreft bij dit moment. Het woord dat als ‘engel’ vertaald wordt, is aggelos en betekent in eerste instantie boodschapper. Pas in vers 19, als deze boodschapper zich nader identificeert als ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is’, wordt een meer specifiek Joodse context opgeroepen waarin Gabriël geldt als een van de belangrijkste engelen. Zijn komst geeft dan ook aan dat er iets heel belangrijks op stapel staat. De begroeting van deze boodschapper die dáár opduikt waar Zacharias nu net alleen moest zijn – hij was door het lot hiervoor aangewezen – is typerend voor zulke gestalten: ‘Wees niet bang.’ Het nodigt uit de boodschapper indrukwekkend voor te stellen, maar het kan ook het onverwachte van de gebeurtenis op het oog hebben. De reactie van Zacharias is ook typisch wanneer je die vergelijkt met soortgelijke incidenten, bijvoorbeeld in de proloog van de Openbaring van Johannes: hij raakt in verwarring en raakt door vrees overvallen. Het thema schrik of vrees komt dan nog een keer aan de orde als de boodschapper zegt: ‘Wees niet bang, Zacharias’, waarna hij laat weten dat het gebed van Zacharias verhoord is.

Verder bevatten de woorden van de boodschapper een heel programma voor het nog ongeboren kind. Dit begint al bij de naam: Johannes, God is genadig, een naam die zowel kan verwijzen naar de genade betoond aan Elisabet en Zacharias als naar God die genade zal betonen aan het volk, zoals uit de rest van de woorden van de boodschapper blijkt. De aansluiting in vers 14 met ‘Hij zal u vreugde en blijdschap brengen’ kan ook weergegeven worden met ‘want hij zal u vreugde en blijdschap brengen’, het kan zo goed zijn dat Lucas de naam van Johannes direct in verband brengt met de vreugde en blijdschap die zijn ouders vanwege hem zullen hebben.

Dat hier een bijzondere reden voor is, blijkt uit het vervolg van de woorden van de boodschapper. Johannes wordt beschreven als een ‘nazireeër’, iemand die zich op een bijzondere manier aan de Heer toewijdt. Het afzien van alcohol wijst hierop (vers 15); de keerzijde daarvan (een andere soort ‘roes’) is de vervulling met de heilige Geest. In de regel gaat het hierbij om een bepaalde fase in iemands leven waarin een bijzondere toewijding nodig is (vergelijk Numeri 6). Er zijn ook mensen die nazireeër zijn vanaf hun geboorte, bijvoorbeeld omdat hun (onvruchtbare) moeder iets dergelijks beloofd heeft (Samson, Samuël). Een profetisch leven dat past bij deze staat van toewijding is het gevolg – voor Johannes ligt dat dus ook in het verschiet. In vers 16 wordt dit ook aangeduid: ‘Hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen.’ Vers 17 maakt expliciet dat Johannes in de voetsporen van de grote profeten van Israël zal gaan en wel in het voetspoor van Elia. Het doel van dit alles is om voor de Heer een gerechtig volk te bereiden.

Vragen
In deze eerste scène van het eigenlijke verhaal van het Lucas-evangelie gaat het om een persoonlijke crisis, van Zacharias en Elisabet, die tegelijkertijd uitdrukking is van een crisis van het volk Israël. In beide gevallen is de situatie uitzichtloos. Het persoonlijke en het gemeenschappelijke vallen zo samen.

  1. Wat is de bredere crisis waar het volk in verkeert? Hoe zou je in je eigen woorden uitleggen hoe de persoonlijke crisis van Zacharias en Elisabeth symbool staat voor de bredere crisis van het volk?
  2. In Numeri 6 worden de voorschriften voor nazireeërs beschreven worden. Door als je Nazireeër aan God te wijden leef je heel anders dan andere mensen. Zijn er dingen die je in je eigen leven anders doet dan andere mensen vanwege je geloof? Wat voor gevolgen heeft dat?