Dag 3 | Het bezoek van de 'wijzen uit het Oosten'

Bijbeltekst(en)

Opeens heeft het verhaal een plaats, Betlehem, en een tijd, die van koning Herodes. Tijdsaanduidingen doen meer dan alleen maar informatie geven. Tijd en plaats zijn altijd ook inhoudelijk gevuld. Met het noemen van koning Herodes is ook gelijk aangegeven wie er aan de macht is. Dat dat komt na de informatie over de plaats lijkt weinig opvallend, maar is het wel: Betlehem is de stad van koning David. De relevantie hiervan blijkt uit de vraag van de hier plotseling ingevoerde ‘wijzen uit het Oosten’. Zij vragen opeens waar de pasgeboren koning van de Joden is. Voor hen was een ster aanleiding om op weg te gaan en deze vraag te stellen. Het past bij wat de lezer net gehoord heeft – dat Jezus in Betlehem geboren is – en ook bij zijn naam – die net iets eerder genoemd en uitgelegd is, ‘Jezus’, omdat hij degene is die het volk van zijn zonden zal verlossen. Het zet het hele verhaal op een nieuwe manier op scherp. Van de spanning in het gezin in de vorige perikoop wisselt het verhaal naar een politiek niveau: in het jongetje dat in de koningsstad Betlehem geboren is, is een nieuwgeboren koning te herkennen, een directe concurrent voor de machtige koning Herodes. Wat voor soort koning zal dit zijn? Inderdaad eentje die Herodes van zijn troon zal stoten?

Het hoorde bij de eschatologische verwachting van Israël dat de niet-Joodse volken aan het einde der tijden, wanneer Gods heerschappij definitief gevestigd is naar de berg Sion zullen trekken en God daar eer zullen bewijzen terwijl ze geschenken meebrengen. Deze scène komt ook in Matteüs voor, bijvoorbeeld in 8:11: ‘Ik zeg jullie dat velen uit het oosten en uit het westen zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob zullen aanliggen in het koninkrijk van de hemel’, en gebruikt het motief van de ‘pelgrimage van de volkeren’ zoals dat in de profeten en de psalmen veelvuldig voorkomt. Het kan goed zijn dat de ‘wijzen uit het Oosten’ hier al een eerste aanwijzing van zijn en daarmee ook aangeven wat de betekenis van Jezus boven de grenzen van het volk Israël uit zal zijn.

Het is duidelijk dat het een van de thema’s is waar Matteüs mee worstelt: enerzijds trouw willen blijven aan de gemeenschap van Israël en anderzijds recht willen doen aan de herkenning en erkenning die Jezus van buiten dit volk kreeg. Het kan goed zijn dat het verhaal over de ‘wijzen uit het Oosten’ daarin een dubbele rol speelt: het legitimeert de opening van het volk Israël voor ‘buitenlanders’ door al heel vroeg in het verhaal juist mensen van buiten het volk Israël Jezus te laten aanbidden. Voor het optreden van de ‘wijzen uit het Oosten’ was dit natuurlijk al voorbereid door de buitenlandse vrouwen in de stamboom van Jezus. Kortom: wat de ervaring van Matteüs’ gemeente is, namelijk dat mensen van buiten het volk Israël erbij komen, is diep geworteld in Jezus’ afkomst en in zijn vroegste kindheid. Dat is één kant van het verhaal. Een andere kant is dat het voor een volk of groep ook als uitdaging kan gelden wanneer ‘zelfs’ buitenlanders zien waar het in de eigen traditie in de kern om gaat. Van Romeinse sprekers is bekend dat ze, als ze hun gehoor echt wilden opzwepen en uitdagen, zeiden dat zelfs barbaren beter wisten wat echte moed en eer was dan de Romeinen van hun generatie. Kortom: ze moesten zich schamen, zich bezinnen op wie ze eigenlijk waren en zich daarnaar gedragen. Anders zouden zelfs buitenlanders Romeinse deugden beter belichamen dan zij. Misschien is het verhaal over de ‘wijzen uit het Oosten’ ook zo bedoeld: als zelfs ‘die astrologen’ het snappen, wie zijn wij dan om achter te blijven?

Kader: het centrum van de wereld
Er komt nog een andere dimensie kijken die opvalt wanneer je dit hele verhaal in de bredere context van het Romeinse Rijk plaatst. De ‘koning van de Joden’, Herodes de Grote, is een tamelijk zelfstandige heerser, maar toch een die afhankelijk is van het Romeinse Rijk; hij is heerser over een vazalstaat. Als er één heerser over de hele wereld is, dan is dat de Romeinse keizer. Het is dan ook een merkwaardige scène: vertegenwoordigers van de volken aan de rand van de wereld, het Verre Oosten, komen juist aan een koning van de Joden eer bewijzen? Hier is meer aan de hand dan alleen een bedreiging voor Herodes (de Grote): het gaat om de ordening van de gehele toenmaals bekende wereld. Is dan toch Israël – op het moment dat Matteüs schreef net ook militair aan Rome onderworpen! – het centrum van de wereld en niet Rome? Deze dimensie zet het verhaal op scherp. Misschien zit er zelfs nog een bijzonder politiek addertje onder het gras: het gebied waar de ‘wijzen’ vandaan lijken te komen, Arabië, misschien Parthië, was een gebied dat de Romeinen steeds maar niet onder controle kregen. Nu komen uitgerekend vertegenwoordigers van deze volken vrijwillig hommage brengen aan de nieuwgeboren koning van de Joden. Is zijn uitstraling dan nog groter dan die van Rome? Is dan Gods belofte aan Abraham, aan wie zo’n groot nageslacht beloofd was, toch nog geldig? Dat belooft wat voor het vervolg van het verhaal.

Vragen
Plaats en tijd spelen in dit deel van het kindheidsevangelie een centrale rol, met name: waar Jezus geboren wordt, wanneer hij geboren wordt, en waar de ‘wijzen’ vandaan komen. Tijd, plaats en herkomst zijn altijd meer dan alleen maar dat. De eigen plaats, tijd en herkomst tegen het verhaal aan leggen, kan bijdragen tot het verstaan ervan.

  1. De ‘wijzen uit het Oosten’ zijn de helden van het verhaal en je bent geneigd je vanzelfsprekend met hen te identificeren. Daarbij valt weg dat zij eigenlijk ‘outsiders’ zijn die beter in de gaten hebben waar het in het kind Jezus om gaat dan de ‘insiders’ en degenen die de touwtjes in handen hebben. Hoe werkt dat in je eigen traditie? Hoe ga je ermee om wanneer je van ‘buiten’ op iets gewezen wordt wat je zelf niet zag, of niet meer zag?
  2. We zijn eraan gewend om dit verhaal te lezen uit het perspectief van Jezus en de latere kerk, maar wat gebeurt er als je het leest uit het perspectief van Herodes en de gevestigde orde? De meeste Nederlandse kerken staan toch eerder aan die kant van de maatschappij. Hoe reageren wij op aankondigingen van iets nieuws, iets dat onze wereld zoals die is en draait op zijn vanzelfsprekendheid bevraagt? Wat verwacht je in dit opzicht van God? Bevestiging? Uitdaging? Allebei?