Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
12

121

12:1
Spr. 13:18
15:5
Sir. 21:6
Wie van onderricht houdt, houdt van kennis,

wie berispingen haat, is dom.

2

12:2
Spr. 11:27
Een goed mens geniet de gunst van de HEER,

wie kwade plannen heeft, wordt door hem veroordeeld.

3

12:3
Spr. 10:25
Goddeloosheid brengt een mens ten val,

de rechtvaardigen staan onwrikbaar geworteld.

4

12:4
Spr. 31:10
Een sterke vrouw is een krans voor haar man,

een vrouw die hem te schande maakt, is als beenrot.

5Rechtvaardigen denken volgens het recht,

goddelozen hebben bedrog in de zin.

6

12:6
Spr. 14:3
De woorden van de goddelozen zijn een dodelijke hinderlaag,

wat oprechten zeggen, is een bevrijding.

7

12:7
Mat. 7:24-27
De goddelozen worden omvergeworpen en verdwijnen,

het huis van de rechtvaardigen houdt stand.

8Men prijst een mens naar de maat van zijn verstand,

een warhoofd wordt geminacht.

9

12:9
Sir. 10:27
Beter een onaanzienlijk mens met een knecht

dan een bluffer die gebrek aan voedsel heeft.

10

12:10
Spr. 27:23
Een rechtvaardige zorgt goed voor zijn vee,

een goddeloze is alleen maar wreed.

11

12:11
Spr. 28:19
Wie zijn grond bewerkt, heeft altijd genoeg te eten,

wie lucht najaagt, heeft geen verstand.

12Een goddeloze jaagt op zijn eigen ondergang,

wat rechtvaardigen doen, werpt vruchten af.

13

12:13
Spr. 10:19
18:7
Een kwaadaardig mens verstrikt zich in zijn eigen leugens,

een rechtvaardige ontsnapt aan ieder gevaar.

14

12:14
Spr. 13:2
18:20
Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn eigen woorden,

van wat hij tot stand brengt, profiteert hij zelf.

15Een dwaas denkt dat hij de juiste weg gaat,

wie wijs is, luistert naar goede raad.

16Een dwaas toont onmiddellijk zijn woede,

wie verstandig is, zwijgt als hij beledigd wordt.

17

12:17
Spr. 14:25
Wie de waarheid spreekt, dient het recht,

een valse getuige verkondigt slechts leugens.

18

12:18
Spr. 15:4
De woorden van een dwaas zijn dolkstoten,

wat de wijze zegt, brengt genezing.

19Een betrouwbaar woord houdt altijd stand,

een leugen slechts voor korte tijd.

20Wie kwaad smeden, zijn een en al bedrog,

vreugde wacht wie vrede zoeken.

21

12:21
Ps. 91:10
Spr. 11:21
De rechtvaardige wordt niet door onheil getroffen,

goddelozen worden bedolven onder ellende.

22

12:22
Spr. 11:20
Bedriegers zijn de HEER een gruwel,

wie waarachtig handelen, zijn hem welgevallig.

23

12:23
Spr. 13:16
Een verstandig mens loopt niet met zijn kennis te koop,

dwazen strooien met hun dwaasheid.

24Een vlijtig mens verwerft gezag,

luiheid leidt tot slavernij.

25

12:25
Spr. 15:13
Kommer maakt een mens neerslachtig,

een hartelijk woord beurt hem op.

26De rechtvaardige is beter af dan ieder ander,

de goddeloze volgt een dwaalspoor.

27Een luie jager vangt nooit wild,

een vlijtig mens verwerft een kostbaar vermogen.

28

12:28
Spr. 10:16
De weg van de rechtvaardigheid leidt naar het leven,

een geëffend pad is het, vrij van de dood.

13

131Een wijze zoon luistert naar de lessen van zijn vader,

een spotter sluit zijn oren voor berispingen.

2

13:2
Spr. 12:14
18:20
Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn woorden,

wie onbetrouwbaar is, hongert naar geweld.

3

13:3
Spr. 21:23
Sir. 28:24-26
Jak. 3:2-12
Wie zijn mond op slot houdt, waakt over zichzelf,

wie zijn lippen hun gang laat gaan, stort zichzelf in het verderf.

4

13:4
Spr. 6:6-11
De verlangens van een luiaard worden niet vervuld,

een vlijtig mens wordt rijkelijk gelaafd.

5Een rechtvaardige verafschuwt leugens,

door zijn schandelijke praatjes staat een goddeloze in een kwade reuk.

6Rechtvaardigheid waakt over wie de juiste weg gaat,

goddeloosheid laat de zondaar dwalen.

7

13:7
Op. 3:17
De een doet zich rijk voor terwijl hij niets bezit,

de ander doet of hij arm is terwijl hij een vermogen heeft.

8

13:8
Spr. 15:16
De rijkdom van een mens is het losgeld voor zijn leven,

ben je arm, dan word je niet bedreigd.

9Het licht van een rechtvaardige brengt vreugde,

de lamp van goddelozen wordt gedoofd.

10Betweters maken ruzie,

wie goede raad ter harte neemt, is wijs.

11

13:11
Spr. 20:21
In de schoot geworpen rijkdom is weer snel verdwenen,

gestage groei maakt rijk.

12

13:12
Spr. 13:19
Almaar onvervulde hoop maakt ziek,

vervuld verlangen is een levensboom.

13Wie een gebod veracht, zal daarvoor de prijs betalen,

wie het in acht neemt, wordt beloond.

14

13:14
Spr. 14:27
De lessen van de wijze zijn een bron van leven,

ze laten je ontkomen aan de strikken van de dood.

15Inzicht maakt een mens geliefd,

trouweloosheid brengt hem op een kronkelig pad.

16

13:16
Spr. 12:23
Pred. 10:3
Een verstandig mens handelt met overleg,

een dwaas spreidt onverstand tentoon.

17

13:17
Spr. 25:13
Een onbetrouwbare bode brengt onheil teweeg,

een betrouwbare boodschapper redt.

18

13:18
Spr. 12:1
Wie zich niet laat terechtwijzen, wachten armoede en schande,

wie berispingen aanvaardt, wordt geëerd.

19

13:19
Spr. 13:12
Vervuld verlangen is een groot genot,

een dwaas gruwt als hij zich niet inlaat met het kwaad.

20Wie met wijzen omgaat, wordt zelf wijs,

wie met dwazen verkeert, is er ellendig aan toe.

21Zondaars treft ellende,

rechtvaardigen wacht een beloning.

22

13:22
Job 27:16-17
Spr. 28:8
Een goed mens laat ook een kleinkind een erfdeel na,

een zondaar vergaart bezit voor een rechtvaardige.

23Het pas ontgonnen land schenkt arme mensen overvloed,

onrecht rukt het van hen weg.

24

13:24
Spr. 3:12
22:15
23:13-14
29:15,17
Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem,

wie hem liefheeft, tuchtigt hem.

25Wanneer een rechtvaardige eet, wordt hij verzadigd,

een goddeloze houdt een hongerige maag.

14

141

14:1
Spr. 9:1
24:3
Vrouwe Wijsheid bouwt haar huis,

Dwaasheid breekt het hare eigenhandig af.

2Wie de juiste weg volgt, toont ontzag voor de HEER,

wie verkeerde wegen gaat, minacht hem.

3De woorden van een dwaas zijn een stok voor zijn hoogmoed,

wat een wijze zegt, biedt veiligheid.

4Als er geen runderen zijn, kan de voederbak leeg blijven,

de kracht van ossen biedt een rijke oogst.

5Een betrouwbare getuige spreekt de waarheid,

een valse getuige strooit alleen maar leugens rond.

6Een spotter zoekt naar wijsheid – tevergeefs,

wie verstandig is, vindt zonder moeite kennis.

7

14:7
Spr. 13:20
Blijf uit de buurt van een dwaas,

er komt geen verstandig woord over zijn lippen.

8Door zijn wijsheid weet de wijze welke weg hij moet gaan,

dwazen bedriegen zichzelf met hun dwaasheid.

9Wat dwazen verenigt, is hun wangedrag,

oprechten waarderen elkaar.

10Alleen je eigen hart kent je diepste verdriet,

in je vreugde kan een ander niet delen.

11

14:11
Job 8:22
Het huis van goddelozen wordt verwoest,

voorspoed is er voor de woning van oprechten.

12

14:12
Spr. 16:25
Een mens denkt de juiste weg te gaan,

terwijl die eindigt bij de dood.

13Zelfs al lacht het hart, het lijdt pijn,

vreugde eindigt altijd in verdriet.

14Wie afdwaalt krijgt zijn verdiende loon,

een goed mens wacht een betere beloning.

15Wie onnozel is, hecht aan ieder woord geloof,

wie verstandig is, let op elke stap.

16Een wijze is voorzichtig, hij gaat het kwaad uit de weg,

een dwaas is roekeloos, en waant zich nog veilig ook.

17

14:17
Spr. 14:29
29:22
Wie onbesuisd is, handelt dwaas,

wie berekenend is, maakt zich gehaat.

18

14:18
Spr. 14:24
Dwaasheid wacht wie onbezonnen leeft,

een verstandig iemand wordt gekroond met kennis.

19Slechte mensen moeten buigen voor goede,

goddelozen kloppen op de poorten van rechtvaardigen.

20

14:20
Spr. 19:4
Sir. 6:8-12
Een arm mens wordt zelfs door zijn vriend gehaat,

wie rijk is heeft veel vrienden.

21

14:21
Ps. 41:2
Wie zijn medemens veracht, is een zondaar,

gelukkig hij die zich bekommert om de armen.

22Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg?

Wie goeddoen, oogsten zij geen liefde en trouw?

23Elke inspanning levert iets op,

loze praatjes leiden enkel tot gebrek.

24

14:24
Spr. 14:18
Wijzen worden met rijkdom gekroond,

dwaasheid is de tooi van dwazen.

25

14:25
Spr. 12:17
Een betrouwbare getuige redt levens,

een valse getuige liegt en bedriegt.

26Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen,

het biedt je kinderen een schuilplaats.

27

14:27
Spr. 13:14
19:23
Ontzag voor de HEER is de bron van het leven,

het hoedt je voor de strikken van de dood.

28De luister van een koning is een talrijk volk,

bij gebrek aan onderdanen gaat een machthebber ten onder.

29

14:29
Spr. 14:17
19:11
Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht,

wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid.

30Een tevreden geest geeft een goede gezondheid,

jaloezie knaagt aan je botten.

31

14:31
Spr. 17:5
Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper,

wie zich over een arme ontfermt, eert hem.

32Een goddeloze gaat door zijn slechtheid ten onder,

een rechtvaardige vindt als hij sterft een schuilplaats.

33In de geest van een verstandig mens is wijsheid,

zelfs onder dwazen wordt zij herkend.

34Rechtvaardigheid verheft een volk,

zonde maakt het te schande.

35Een verstandige dienaar geniet de gunst van de koning,

diens woede treft de dienaar die zijn taak verwaarloost.