Nieuwe Bijbelvertaling (NBV)
13

131Een wijze zoon luistert naar de lessen van zijn vader,

een spotter sluit zijn oren voor berispingen.

2

13:2
Spr. 12:14
18:20
Wie iets goeds zegt, voedt zich met zijn woorden,

wie onbetrouwbaar is, hongert naar geweld.

3

13:3
Spr. 21:23
Sir. 28:24-26
Jak. 3:2-12
Wie zijn mond op slot houdt, waakt over zichzelf,

wie zijn lippen hun gang laat gaan, stort zichzelf in het verderf.

4

13:4
Spr. 6:6-11
De verlangens van een luiaard worden niet vervuld,

een vlijtig mens wordt rijkelijk gelaafd.

5Een rechtvaardige verafschuwt leugens,

door zijn schandelijke praatjes staat een goddeloze in een kwade reuk.

6Rechtvaardigheid waakt over wie de juiste weg gaat,

goddeloosheid laat de zondaar dwalen.

7

13:7
Op. 3:17
De een doet zich rijk voor terwijl hij niets bezit,

de ander doet of hij arm is terwijl hij een vermogen heeft.

8

13:8
Spr. 15:16
De rijkdom van een mens is het losgeld voor zijn leven,

ben je arm, dan word je niet bedreigd.

9Het licht van een rechtvaardige brengt vreugde,

de lamp van goddelozen wordt gedoofd.

10Betweters maken ruzie,

wie goede raad ter harte neemt, is wijs.

11

13:11
Spr. 20:21
In de schoot geworpen rijkdom is weer snel verdwenen,

gestage groei maakt rijk.

12

13:12
Spr. 13:19
Almaar onvervulde hoop maakt ziek,

vervuld verlangen is een levensboom.

13Wie een gebod veracht, zal daarvoor de prijs betalen,

wie het in acht neemt, wordt beloond.

14

13:14
Spr. 14:27
De lessen van de wijze zijn een bron van leven,

ze laten je ontkomen aan de strikken van de dood.

15Inzicht maakt een mens geliefd,

trouweloosheid brengt hem op een kronkelig pad.

16

13:16
Spr. 12:23
Pred. 10:3
Een verstandig mens handelt met overleg,

een dwaas spreidt onverstand tentoon.

17

13:17
Spr. 25:13
Een onbetrouwbare bode brengt onheil teweeg,

een betrouwbare boodschapper redt.

18

13:18
Spr. 12:1
Wie zich niet laat terechtwijzen, wachten armoede en schande,

wie berispingen aanvaardt, wordt geëerd.

19

13:19
Spr. 13:12
Vervuld verlangen is een groot genot,

een dwaas gruwt als hij zich niet inlaat met het kwaad.

20Wie met wijzen omgaat, wordt zelf wijs,

wie met dwazen verkeert, is er ellendig aan toe.

21Zondaars treft ellende,

rechtvaardigen wacht een beloning.

22

13:22
Job 27:16-17
Spr. 28:8
Een goed mens laat ook een kleinkind een erfdeel na,

een zondaar vergaart bezit voor een rechtvaardige.

23Het pas ontgonnen land schenkt arme mensen overvloed,

onrecht rukt het van hen weg.

24

13:24
Spr. 3:12
22:15
23:13-14
29:15,17
Wie zijn zoon de stok onthoudt, haat hem,

wie hem liefheeft, tuchtigt hem.

25Wanneer een rechtvaardige eet, wordt hij verzadigd,

een goddeloze houdt een hongerige maag.

14

141

14:1
Spr. 9:1
24:3
Vrouwe Wijsheid bouwt haar huis,

Dwaasheid breekt het hare eigenhandig af.

2Wie de juiste weg volgt, toont ontzag voor de HEER,

wie verkeerde wegen gaat, minacht hem.

3De woorden van een dwaas zijn een stok voor zijn hoogmoed,

wat een wijze zegt, biedt veiligheid.

4Als er geen runderen zijn, kan de voederbak leeg blijven,

de kracht van ossen biedt een rijke oogst.

5Een betrouwbare getuige spreekt de waarheid,

een valse getuige strooit alleen maar leugens rond.

6Een spotter zoekt naar wijsheid – tevergeefs,

wie verstandig is, vindt zonder moeite kennis.

7

14:7
Spr. 13:20
Blijf uit de buurt van een dwaas,

er komt geen verstandig woord over zijn lippen.

8Door zijn wijsheid weet de wijze welke weg hij moet gaan,

dwazen bedriegen zichzelf met hun dwaasheid.

9Wat dwazen verenigt, is hun wangedrag,

oprechten waarderen elkaar.

10Alleen je eigen hart kent je diepste verdriet,

in je vreugde kan een ander niet delen.

11

14:11
Job 8:22
Het huis van goddelozen wordt verwoest,

voorspoed is er voor de woning van oprechten.

12

14:12
Spr. 16:25
Een mens denkt de juiste weg te gaan,

terwijl die eindigt bij de dood.

13Zelfs al lacht het hart, het lijdt pijn,

vreugde eindigt altijd in verdriet.

14Wie afdwaalt krijgt zijn verdiende loon,

een goed mens wacht een betere beloning.

15Wie onnozel is, hecht aan ieder woord geloof,

wie verstandig is, let op elke stap.

16Een wijze is voorzichtig, hij gaat het kwaad uit de weg,

een dwaas is roekeloos, en waant zich nog veilig ook.

17

14:17
Spr. 14:29
29:22
Wie onbesuisd is, handelt dwaas,

wie berekenend is, maakt zich gehaat.

18

14:18
Spr. 14:24
Dwaasheid wacht wie onbezonnen leeft,

een verstandig iemand wordt gekroond met kennis.

19Slechte mensen moeten buigen voor goede,

goddelozen kloppen op de poorten van rechtvaardigen.

20

14:20
Spr. 19:4
Sir. 6:8-12
Een arm mens wordt zelfs door zijn vriend gehaat,

wie rijk is heeft veel vrienden.

21

14:21
Ps. 41:2
Wie zijn medemens veracht, is een zondaar,

gelukkig hij die zich bekommert om de armen.

22Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg?

Wie goeddoen, oogsten zij geen liefde en trouw?

23Elke inspanning levert iets op,

loze praatjes leiden enkel tot gebrek.

24

14:24
Spr. 14:18
Wijzen worden met rijkdom gekroond,

dwaasheid is de tooi van dwazen.

25

14:25
Spr. 12:17
Een betrouwbare getuige redt levens,

een valse getuige liegt en bedriegt.

26Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen,

het biedt je kinderen een schuilplaats.

27

14:27
Spr. 13:14
19:23
Ontzag voor de HEER is de bron van het leven,

het hoedt je voor de strikken van de dood.

28De luister van een koning is een talrijk volk,

bij gebrek aan onderdanen gaat een machthebber ten onder.

29

14:29
Spr. 14:17
19:11
Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht,

wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid.

30Een tevreden geest geeft een goede gezondheid,

jaloezie knaagt aan je botten.

31

14:31
Spr. 17:5
Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper,

wie zich over een arme ontfermt, eert hem.

32Een goddeloze gaat door zijn slechtheid ten onder,

een rechtvaardige vindt als hij sterft een schuilplaats.

33In de geest van een verstandig mens is wijsheid,

zelfs onder dwazen wordt zij herkend.

34Rechtvaardigheid verheft een volk,

zonde maakt het te schande.

35Een verstandige dienaar geniet de gunst van de koning,

diens woede treft de dienaar die zijn taak verwaarloost.

15

151Een vriendelijk antwoord doet woede bedaren,

krenkende woorden wakkeren toorn aan.

2

15:2
Pred. 10:12
Uit de woorden van de wijzen spreekt een overvloed aan kennis,

uit de mond van dwazen komt alleen maar dwaasheid.

3

15:3
Spr. 5:21
De ogen van de HEER zijn overal,

zowel de goeden als de kwaden houdt hij in het oog.

4Kalme woorden zijn een levensboom,

een valse tong vernietigt de geest.

5

15:5
Spr. 12:1
13:18
Een dwaas veracht de lessen van zijn vader,

wie berispingen ter harte neemt, is verstandig.

6Het huis van een rechtvaardige bergt talloze schatten,

in wat een goddeloze voortbrengt, schuilt ellende.

7De woorden van de wijzen zaaien kennis,

zo niet de geest van de dwazen.

8

15:8
1 Sam. 15:22
Spr. 21:27
Het offer van de goddelozen is de HEER een gruwel,

het gebed van de oprechten is hem welgevallig.

9

15:9
Spr. 11:20
12:22
De weg van de goddelozen is de HEER een gruwel,

wie rechtvaardigheid nastreeft, heeft hij lief.

10Wie het rechte pad verlaat, wordt zwaar gestraft,

wie berispingen verafschuwt, sterft.

11De HEER doorgrondt de afgrond van het dodenrijk,

hoeveel te meer het hart van de mensen.

12

15:12
Spr. 9:8
Een spotter wordt niet graag terechtgewezen,

nooit wendt hij zich tot de wijzen.

13Een vrolijk hart brengt een lach op het gezicht,

een verdrietig hart pijnigt de geest.

14

15:14
Spr. 18:15
De geest van een verstandig mens zoekt kennis,

dwazen zwelgen in dwaasheid.

15Voor wie arm is, is het leven niets dan ellende,

maar blijmoedigheid maakt het leven tot een feest.

16

15:16
Ps. 37:16
Spr. 16:8
Beter een schamel bezit en ontzag voor de HEER

dan grote rijkdom en veel onrust.

17

15:17
Spr. 17:1
Beter een karige schotel groenten en liefde

dan een vetgemeste os en haat.

18Een driftkop wakkert ruzie aan,

wie kalm is sust een twistgesprek.

19Het pad van een luiaard is vol dorens,

de weg van de oprechten is geëffend.

20

15:20
Spr. 10:1
17:25
23:22
Een wijze zoon geeft zijn vader veel vreugde,

een dwaas veracht zijn moeder.

21Voor wie geen verstand heeft, is dwaasheid een vreugde,

een mens met inzicht kiest de juiste weg.

22Bij gebrek aan overleg mislukken plannen,

ze slagen door ampel beraad.

23Een mens vindt vreugde in een goedgekozen antwoord,

de juiste woorden op de juiste tijd – hoe voortreffelijk is dat.

24De levensweg van een verstandig mens voert omhoog,

hij blijft op verre afstand van de diepte van het dodenrijk.

25De HEER verwoest het huis van de hoogmoedigen,

het bezit van weduwen beschermt hij.

26Kwade gedachten zijn de HEER een gruwel,

vredige woorden zijn zuiver.

27

15:27
Spr. 17:23
Wie woekerwinst najaagt, richt zijn huis te gronde,

wie steekpenningen haat, zal leven.

28Een rechtvaardige denkt na voordat hij antwoordt,

uit de mond van goddelozen komt alleen maar onheil.

29

15:29
Jes. 59:2
Joh. 9:31
De HEER is ver verwijderd van de goddelozen,

het gebed van de rechtvaardigen hoort hij.

30Een lachend gezicht verblijdt het hart,

een goed bericht verkwikt het lichaam.

31Wie luistert naar de lessen van het leven

schaart zich onder de wijzen.

32

15:32
Spr. 10:17
15:10
19:20
Wie zich niet laat terechtwijzen, doet zichzelf tekort,

wie berispingen ter harte neemt, wint daarbij.

33

15:33
Spr. 1:7
18:12
Wie ontzag heeft voor de HEER wint aan wijsheid,

bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]