Bijbel in Gewone Taal (BGT)
88

Psalm 88

881Een lied van de Korachieten. Voor de zangleider. Op de wijs van het lied ‘De fluit’. Een lied van de Ezrachiet Heman.

Heer, luister naar mijn gebed

2Heer, mijn God, red mij!

Overdag roep ik naar u,

in de nacht wacht ik op antwoord.

3Luister naar mijn gebed,

hoor hoe ik om hulp roep.

4Ik ben ziek van ellende,

ik ben al bijna in het land van de dood.

5Ik heb geen kracht meer.

Het is alsof ik al in mijn graf lig,

6door iedereen verlaten.

Het is alsof ik bij de doden hoor,

eenzaam en door iedereen vergeten.

Aan de doden denkt u niet meer,

u beschermt hen niet meer.

7Het is alsof u mij begraven hebt,

in het donker onder de grond.

8Uw woede is een zware last voor mij,

een last die op mij drukt.

9Mijn vrienden willen me niet meer kennen,

ze schrikken als ze mij zien.

Uw woede houdt me gevangen.

Nergens zie ik licht.

Heer, waarom hoort u mij niet?

10Heer, mijn ogen doen pijn van het huilen,

ik doe mijn handen omhoog naar u,

de hele dag roep ik naar u.

11Voor de doden doet u geen wonderen,

zij staan niet op om voor u te zingen.

12In het graf spreekt niemand over uw liefde,

in het land van de dood denkt niemand aan uw trouw.

13Daar in het donker weet niemand van uw wonderen,

daar is alles vergeten,

daar ziet niemand uw goedheid.

14Maar ik, ik roep naar u, Heer,

elke ochtend bid ik tot u.

15Heer, waarom hoort u mij niet,

waarom verbergt u zich voor mij?

16Ik ben ongelukkig,

heel mijn leven al ben ik dicht bij de dood.

Uw woede maakt me wanhopig.

17U straft mij met uw woede,

u maakt me doodsbang.

U vernietigt mij.

18Elke dag weer voel ik uw woede,

overal om mij heen.

19Niemand wil mij meer kennen,

het donker is mijn enige vriend.

89

Psalm 89

891Een lied van de Ezrachiet Etan.

God is altijd trouw

2Ik wil altijd zingen over uw liefde, Heer,

steeds opnieuw wil ik spreken over uw trouw.

3Want ik weet: uw liefde bestaat voor altijd,

en aan uw trouw komt geen eind.

4U hebt David als uw dienaar uitgekozen,

en dit hebt u hem plechtig beloofd:

5‘Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn,

nooit zal dat veranderen.’

6Alle engelen prijzen u, Heer,

iedereen in de hemel dankt u,

want u bent altijd trouw en goed.

7Niemand in de hemel is zoals u,

geen andere god is zo machtig als u.

8Alle goden hebben eerbied voor u,

allemaal brengen ze u eer.

9Heer, machtige God,

niemand is zo machtig als u.

U bent altijd trouw, Heer.

10U heerst over de diepe zeeën,

u zorgt dat de hoge golven gaan liggen.

11Al uw vijanden hebt u gedood,

de grootste monsters hebt u verslagen.

12Van u is de hemel, van u is de aarde.

U maakte de wereld en alles wat er leeft.

13U hebt het noorden en het zuiden gemaakt,

en ook de grote, hoge bergen,

de Tabor en de Hermon.

De hele aarde juicht voor u.

14Sterk en machtig bent u.

15U bent een goede koning,

u regeert met liefde en trouw.

God beschermt zijn volk altijd

16Gelukkig zijn mensen die u eren.

U bent bij hen, bij u zijn ze veilig.

17De hele dag zingen ze over u,

uw trouw geeft hun weer nieuwe kracht.

18U beschermt hen, zo krijgen ze kracht.

U bent bij hen, zo worden ze sterk.

19U gaf hun een koning die hen beschermt.

Dat deed u, de heilige God van Israël.

God heeft David bescherming beloofd

20-21Ooit zei u tegen uw volk:

‘Ik heb David als koning uitgekozen,

een dappere man, een jongen uit het volk.

Hij is mijn dienaar, ik zal hem helpen.

22Ik zal hem beschermen en hem kracht geven.

23Geen vijand zal sterker zijn dan hij,

niemand kan hem overwinnen.

24Ik zal zijn tegenstanders vernietigen,

zijn vijanden zal ik verslaan.

25Hij zal merken dat ik altijd bij hem ben.

Ik zal hem steeds machtiger maken,

26hij zal heersen over de hele wereld.

27David zal tegen mij zeggen:

‘U bent mijn vader,

u bent mijn God, u beschermt mij.’

28En ik noem hem mijn zoon,

ik maak hem de machtigste koning op aarde.

29Mijn liefde voor hem zal altijd bestaan.

Ik heb hem voor eeuwig beloofd:

30‘Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn,

nooit zal dat veranderen.’

31-32Maar de nakomelingen van David

moeten zich wel houden aan mijn wetten en regels,

ze moeten wel doen wat ik wil.

33Anders zal ik hen straffen voor hun misdaden,

voor alles wat ze verkeerd gedaan hebben.

34Maar mijn liefde voor David zal altijd bestaan,

nooit zal mijn trouw verdwijnen.

35Mijn belofte aan hem geldt voor eeuwig,

en die zal nooit veranderen.

36-38Ooit heb ik hem plechtig beloofd:

‘Altijd zal iemand uit jouw familie koning zijn,

zo lang als de zon zal schijnen,

zo lang als de maan aan de hemel staat.’

En nooit zal ik mijn belofte breken.

Want ik ben de heilige God.’

God beschermt de koning niet meer

39Maar toch werd u boos, God,

u werd woedend op de koning die u uitgekozen had.

U wilde niets meer van hem weten.

40Uw belofte aan David was niet meer geldig,

zijn nakomelingen mochten geen koning meer zijn.

41Daarom hebt u de muren van Jeruzalem vernietigd,

de sterke huizen hebt u kapotgemaakt.

42Alle mensen die bij de stad kwamen,

konden de stad zomaar leegroven,

en ze lachten de koning uit.

43U liet zijn vijanden winnen,

zijn tegenstanders liet u juichen.

44U liet hem verliezen in de strijd,

hij had niets meer aan zijn wapens.

45U hebt hem zijn macht afgenomen,

hij mocht geen koning meer zijn.

46U maakte een oude man van hem,

en iedereen lachte hem uit.

Help toch, Heer

47Zult u zich voor altijd verbergen, Heer?

Hoe lang blijft u nog boos?

Gaat uw woede nooit voorbij?

48Denk toch aan mij.

Ik ben maar een mens,

en u laat mensen maar kort leven.

49Alle mensen gaan eens dood,

aan elk leven komt een eind.

50Nergens zie ik uw liefde, Heer.

Davids nakomelingen zouden altijd koning zijn,

dat hebt u toch aan David beloofd?

51-52Heer, andere volken lachen uw koning uit.

Ze maken hem belachelijk,

en ook uw andere dienaren,

altijd en overal.

53Laten we de Heer altijd danken.

Amen, amen!

90

Psalm 90

901Een gebed van Mozes, de profeet.

God zal er altijd zijn

Heer, bij u zijn we veilig,

elke generatie weer.

2God, u bent er altijd geweest.

U was er eerder dan de bergen,

al voordat de aarde bestond.

U was er al voordat alles begon,

en u zult er altijd zijn.

Ons leven gaat snel voorbij

3U laat de mensen sterven,

u laat ze weer tot stof vergaan.

4Voor u is duizend jaar niet meer dan één dag,

niet meer dan vandaag of gisteren,

of een paar uur in de nacht.

5-6U maakt zomaar een eind aan ons leven.

Het gaat zo snel voorbij als een droom.

Het is net als gras dat verdwijnt.

Het gras komt ’s morgens op.

Het groeit en bloeit,

maar ’s avonds verdort het.

Wij sterven door Gods woede

7Wij sterven door uw woede,

we verdwijnen omdat u boos op ons bent.

8U ziet alles wat we verkeerd doen,

u kent onze diepste geheimen.

9Door uw woede komt er een eind aan ons leven,

het gaat voorbij als een zucht.

10Ons leven duurt maar zeventig jaar,

of tachtig jaar als we sterk zijn.

En alles wat we doen, is moeilijk en zwaar.

Het leven is zo voorbij,

en dan zijn we verdwenen.

11Wij begrijpen niet hoe groot uw woede is,

daarom hebben we nooit genoeg eerbied voor u.

12Leer ons blij te zijn met elke dag,

zodat we wijze mensen worden.

Heer, heb medelijden met ons

13Kom weer bij ons, Heer.

Heb medelijden met ons,

laat ons niet langer wachten.

14Laat ons elke ochtend uw liefde zien!

Dan zullen we voor u juichen en zingen,

elke dag weer.

15U hebt ons veel laten lijden.

Geef ons nu veel vreugde,

zodat we al die ellendige jaren vergeten.

16Laat ons weer zien wat u voor ons doet,

laat onze kinderen zien hoe machtig u bent.

17Heer, onze God, laat ons zien hoe goed u bent.

Help ons bij wat we doen,

ja, help ons bij alles wat we doen!