Bijbel in Gewone Taal (BGT)
20

201Van veel wijn en bier worden mensen onbetrouwbaar.

Ze verliezen hun verstand en roepen domme dingen.

Spreuken over betrouwbare mensen

2Een woedende koning is gevaarlijk,

net zo gevaarlijk als een brullende leeuw.

Dus als je de koning kwaad maakt,

breng je je leven in gevaar.

3Als je rustig blijft bij een ruzie, krijg je waardering,

maar als je gaat schreeuwen, ben je een dwaas.

4Als je te lui bent om op het land te werken,

moet je niet verwachten dat je kunt oogsten.

5Wijze mensen komen te weten wat iemand denkt,

ook al zijn die gedachten goed verborgen.

6Veel mensen vinden zichzelf betrouwbaar,

maar niemand is dat echt.

7Eerlijke mensen leiden een goed leven.

Ook hun kinderen zullen gelukkig zijn.

8Als een koning rechtvaardig is,

verjaagt hij met zijn strenge blik alle slechte mensen.

9Niemand kan zeggen: ‘Ik heb nooit iets fout gedaan!’

Niemand kan zeggen: ‘Ik ben helemaal eerlijk!’

Spreuken over de Heer

10De Heer heeft een hekel aan mensen die oneerlijk zakendoen,

hij vindt het afschuwelijk als mensen anderen bedriegen.

11Bij kinderen weet je al of ze goed en eerlijk zijn.

Dat zie je aan hun gedrag.

12De Heer heeft ons ogen gegeven om te zien,

hij heeft ons oren gegeven om te horen.

Spreuken over eerlijk leven

13Slaap niet te veel, anders word je arm.

Sta vroeg op, dan heb je genoeg te eten.

14Een koper zal altijd zeggen: ‘Het is te duur!’

Als hij dan minder hoeft te betalen, is hij tevreden.

15Goud en edelstenen kun je overal vinden,

maar wijze woorden vind je bijna nergens.

16Wees niet zo dom om geld te lenen aan een onbekende,

ook al geeft hij je een bewijs van zijn schuld.

Aan dat bewijs heb je niets,

je ziet je geld toch nooit meer terug.

17Gestolen eten smaakt eerst heerlijk,

maar na een tijd lijkt je mond vol te zitten met stenen.

18Plannen slagen alleen door goed overleg.

Dus als je een oorlog wilt voeren, moet je die goed voorbereiden.

19Mensen die veel kletsen, kunnen geen geheim bewaren.

Blijf daarom bij zulke mensen uit de buurt.

20Kinderen die hun ouders mishandelen, zullen sterven.

Er komt een eind aan hun leven voordat ze oud zijn.

21Als je op een oneerlijke manier rijk geworden bent,

zul je niet gelukkig zijn.

Spreuken over de Heer

22Straf nooit zelf iemand, maar vertrouw op de Heer.

Hij zal je helpen.

23De Heer heeft een hekel aan mensen die oneerlijk zakendoen,

hij vindt het afschuwelijk als mensen anderen bedriegen.

24Mensen weten nooit wat er met hen zal gebeuren,

want de Heer bepaalt hoe hun leven zal gaan.

25Denk goed na voordat je iets aan God belooft,

want als je je niet aan die belofte houdt, krijg je ellende.

Spreuken over de koning

26Een wijze koning ziet welke mensen slecht zijn.

Hij straft hen streng.

27De Heer ziet wat mensen denken,

hij kent hun diepste gedachten.

28Liefde en trouw beschermen de koning.

Alleen een goede koning blijft lang heersen.

29Jonge mensen worden bewonderd om hun kracht,

oude mensen worden bewonderd om hun wijsheid.

30Als je mensen streng straft, verdwijnt het kwaad.

Als je hen slaat, worden ze daar beter van.

21

211De Heer bepaalt wat een koning doet,

net zoals hij bepaalt hoe een rivier stroomt.

Spreuken over de Heer

2Mensen denken altijd van zichzelf dat ze goed leven,

maar de Heer kijkt of ze echt eerlijk zijn.

3De Heer heeft liever dat je goed en eerlijk leeft,

dan dat je offers aan hem brengt.

Spreuken over slecht leven

4Slechte mensen lopen trots rond,

ze vinden zichzelf veel beter dan anderen.

5Als je hard werkt, zul je rijk worden,

maar als je snel en slordig werkt, word je arm.

6Als je op een oneerlijke manier rijk geworden bent,

verdwijnt je bezit als stof in de wind,

en jij zult sterven.

7Slechte mensen weigeren om goede dingen te doen.

Door hun slechte gedrag zullen ze sterven.

8Mensen die anderen bedriegen, leven oneerlijk,

maar eerlijke mensen leven goed.

9Je kunt beter op een hoekje van het dak wonen,

dan in een huis met een vrouw die ruzie zoekt.

10Slechte mensen willen alleen maar kwaad doen.

Ze hebben met niemand medelijden.

11Als je slechte mensen straft, leren ze daarvan.

Als je boos wordt op wijze mensen, worden ze nog wijzer.

12De rechtvaardige God ziet precies wat slechte mensen doen.

Hij zorgt ervoor dat het slecht met hen afloopt.

Spreuken over bezit

13Help arme mensen als ze om hulp roepen.

Anders zal niemand luisteren als jij zelf om hulp vraagt.

14Als iemand woedend op je is,

geef hem dan in het geheim een cadeau.

Dan wordt hij weer rustig.

15Goede mensen doen graag goede dingen,

maar slechte mensen vinden dat verschrikkelijk.

16Mensen die hun verstand niet gebruiken,

zullen eindigen in het land van de dood.

17Mensen die te veel feestvieren, worden arm.

Mensen die alleen maar eten en drinken, worden nooit rijk.

18Slechte mensen zullen in de problemen komen.

Ze krijgen dezelfde ellende die ze anderen aandoen.

19Je kunt beter in je eentje in de woestijn wonen,

dan leven met een zeurende vrouw die ruzie zoekt.

20Wijze mensen zijn zuinig op hun kostbare olie,

maar de olie van dwaze mensen is snel op.

21Als je eerlijk en trouw bent, zul je leven.

En andere mensen zullen goed voor jou zijn.

Spreuken over wijsheid

22Wijze mensen kunnen een sterke stad veroveren.

Ze breken de muren af waarop de inwoners vertrouwden.

23Als je nadenkt voordat je iets zegt,

bescherm je jezelf tegen veel ellende.

24Mensen die trots en brutaal zijn, maken alles belachelijk.

Ze vinden zichzelf veel beter dan alle andere mensen.

Spreuken over goed leven

25Als je iets wilt hebben, moet je ervoor werken.

Anders ben je lui, en zul je sterven.

26Veel mensen willen steeds meer hebben,

maar goede mensen geven alles weg.

27De Heer vindt offers van slechte mensen afschuwelijk,

vooral als die offers met slechte bedoelingen gebracht zijn.

28Het loopt slecht af met mensen die oneerlijk zijn bij de rechter,

maar mensen die de waarheid vertellen, mogen alles zeggen.

29Slechte mensen doen alsof ze eerlijk zijn,

maar goede mensen leven echt eerlijk.

Spreuken over de Heer

30De Heer is wijzer dan alle mensen,

hij heeft hun plannen en goede raad niet nodig.

31Mensen bereiden zich op een oorlog voor,

maar het is de Heer die voor de overwinning zorgt.

22

Spreuken over rijkdom

221Je hebt meer aan waardering dan aan rijkdom,

je hebt meer aan respect dan aan geld.

2Rijke en arme mensen zijn gelijk,

want de Heer heeft ze allemaal gemaakt.

3Verstandige mensen beschermen zichzelf tegen gevaar,

maar onverstandige mensen zien geen gevaar en worden gestraft.

4Als je bescheiden bent en eerbied hebt voor de Heer,

krijg je waardering, rijkdom en een lang leven.

5Mensen die verkeerd leven, komen steeds in de problemen.

Dus blijf uit hun buurt als je veilig wilt zijn.

6Leer jonge kinderen al om goed te leven.

Dan zullen ze later ook een goed leven leiden.

7Rijke mensen hebben macht over arme mensen.

Mensen die geld uitlenen, zijn machtiger

dan mensen die zelf geld van iemand lenen.

8Als je ellende veroorzaakt, krijg je zelf ellende.

Het kwaad dat je anderen aandoet, komt bij jezelf terug.

9Met vriendelijke mensen zal het goed gaan,

omdat ze hun eten delen met arme mensen.

10Als je een ruziezoeker wegjaagt, stopt de ruzie.

Dan houdt het vechten en schelden op.

Spreuken over goede woorden

11Als je eerlijk en vriendelijk bent,

zal de koning je vriend zijn.

12De Heer beschermt mensen die de waarheid spreken,

maar de plannen van bedriegers laat hij mislukken.

13Luie mensen bedenken van alles om niet te hoeven werken.

Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘Het is te gevaarlijk op straat!’

14Laat je niet verleiden door slechte vrouwen.

De Heer gebruikt hen om mensen te straffen.

15Kinderen doen snel domme dingen.

Je moet ze straffen, dan leren ze van hun fouten.

16Steel niet van arme mensen,

en geef geen geld aan rijke mensen.

Anders loopt het slecht met je af!

Spreuken van wijze mensen

Luister naar wijze lessen

17-19Luister goed naar de woorden van wijze mensen. Luister aandachtig naar hun wijze lessen. Dan zul je vertrouwen op de Heer. Vergeet die lessen niet, zodat je ze altijd kunt gebruiken.

20Hier volgen spreuken vol wijsheid en goede raad. 21Ze zijn bedoeld om te leren wat waarheid is. Het zijn goede adviezen, zodat je de goede dingen kunt zeggen op het juiste moment.

Spreuken over het omgaan met anderen

22Steel niet van arme mensen, zij zijn al arm genoeg.

Spreek eerlijk recht over zwakke mensen.

23Want de Heer verdedigt arme en zwakke mensen.

Hij zal iedereen doden die hun kwaad wil doen.

24Ga niet om met mensen die snel kwaad worden,

sluit geen vriendschap met ruziezoekers.

25Want dan word je net zo slecht als zij,

en dan loopt het verkeerd met je af.

26Beloof niet om de schulden van een ander te betalen.

27Want als jij die niet kunt betalen,

zul je al je bezit kwijtraken.

28Verander de oude grenzen van een gebied niet,

want je voorouders hebben die grenzen vastgesteld.

29Als je goed bent in je werk, zul je koningen dienen.

Je zult niet voor onbelangrijke mensen werken.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]