Bijbel in Gewone Taal (BGT)
19

Spreuken over eerlijk leven

191Je kunt beter arm zijn en eerlijk, dan mensen bedriegen,

want dan ben je een dwaas.

2Het is zinloos om hard te werken zonder goed na te denken,

want als je te snel werkt, maak je fouten.

3Mensen maken fouten door hun eigen dwaasheid,

maar ze geven altijd de Heer de schuld.

4Rijke mensen hebben veel vrienden,

maar arme mensen hebben niemand.

5Als je liegt bij de rechter, word je gestraft.

Als je dan leugens vertelt, word je veroordeeld.

6Iedereen wil bevriend zijn met belangrijke mensen,

iedereen is graag bij mensen die cadeaus uitdelen.

7Als je arm bent, wil je familie je niet graag zien,

en ook je vrienden laten je in de steek.

Als je hun om hulp vraagt, doen ze niets.

8Het is goed voor je om je verstand te gebruiken.

Als je inzicht hebt, word je gelukkig.

9Als je liegt bij de rechter, word je gestraft.

Als je dan leugens vertelt, loopt het slecht met je af.

10Het is vreemd als een dwaas rijk is,

maar het is nog vreemder als een slaaf heerst over leiders.

Spreuken over boosheid

11Verstandige mensen worden niet snel boos.

Mensen die fouten van anderen vergeven, krijgen respect.

12Een woedende koning is gevaarlijk,

net zo gevaarlijk als een brullende leeuw.

Maar een vriendelijke koning is goed voor zijn volk,

net zoals regen goed is voor de akkers.

Spreuken over kinderen en ouders

13Een dwaas kind is een ramp voor zijn ouders.

En een vrouw die ruziemaakt, geeft veel ellende,

net als een dak dat altijd lekt.

14Een huis en een erfenis krijg je van je ouders,

maar een wijze vrouw krijg je van de Heer.

15Luie mensen slapen te lang.

Daarom lijden ze honger.

16Als je je houdt aan de wetten van de Heer, zul je leven,

maar als je dat niet doet, zul je sterven.

17Als je zorgt voor arme mensen, ben je goed voor de Heer.

Hij zal je daarvoor belonen.

18Als je je kinderen straft, komt het goed met hen,

maar je moet hen niet mishandelen.

Spreuken over goede raad

19Mensen die ineens woedend worden, moeten gestraft worden.

Anders worden ze alleen maar bozer.

20Luister naar goede raad en waarschuwingen.

Alleen dan zul je wijs worden.

21Mensen bedenken zelf wat ze willen doen,

maar de Heer bepaalt wat er gebeurt.

22Mensen willen graag betrouwbaar zijn.

Je kunt beter arm zijn dan onbetrouwbaar.

23Als je eerbied hebt voor de Heer, ben je veilig.

Je kunt rustig gaan slapen, want er zal je geen kwaad overkomen.

24Luie mensen scheppen het eten wel uit de pan,

maar ze zijn te lui om het in hun mond te stoppen.

25Als je slechte mensen straft, leren ze daarvan.

Als je boos wordt op wijze mensen, dan worden ze nog wijzer.

Spreuken over slechte kinderen

26Kinderen die hun ouders mishandelen, zijn slecht.

Kinderen die hun ouders wegjagen, moeten zich schamen.

27Luister maar niet naar wijze lessen als je er toch niets mee doet.

Spreuken over onbetrouwbare mensen

28Onbetrouwbare mensen spotten met wetten en rechters,

slechte mensen doen alleen maar onrecht.

29Mensen die spotten met anderen, worden veroordeeld.

Alle dwaze mensen worden gestraft.

20

201Van veel wijn en bier worden mensen onbetrouwbaar.

Ze verliezen hun verstand en roepen domme dingen.

Spreuken over betrouwbare mensen

2Een woedende koning is gevaarlijk,

net zo gevaarlijk als een brullende leeuw.

Dus als je de koning kwaad maakt,

breng je je leven in gevaar.

3Als je rustig blijft bij een ruzie, krijg je waardering,

maar als je gaat schreeuwen, ben je een dwaas.

4Als je te lui bent om op het land te werken,

moet je niet verwachten dat je kunt oogsten.

5Wijze mensen komen te weten wat iemand denkt,

ook al zijn die gedachten goed verborgen.

6Veel mensen vinden zichzelf betrouwbaar,

maar niemand is dat echt.

7Eerlijke mensen leiden een goed leven.

Ook hun kinderen zullen gelukkig zijn.

8Als een koning rechtvaardig is,

verjaagt hij met zijn strenge blik alle slechte mensen.

9Niemand kan zeggen: ‘Ik heb nooit iets fout gedaan!’

Niemand kan zeggen: ‘Ik ben helemaal eerlijk!’

Spreuken over de Heer

10De Heer heeft een hekel aan mensen die oneerlijk zakendoen,

hij vindt het afschuwelijk als mensen anderen bedriegen.

11Bij kinderen weet je al of ze goed en eerlijk zijn.

Dat zie je aan hun gedrag.

12De Heer heeft ons ogen gegeven om te zien,

hij heeft ons oren gegeven om te horen.

Spreuken over eerlijk leven

13Slaap niet te veel, anders word je arm.

Sta vroeg op, dan heb je genoeg te eten.

14Een koper zal altijd zeggen: ‘Het is te duur!’

Als hij dan minder hoeft te betalen, is hij tevreden.

15Goud en edelstenen kun je overal vinden,

maar wijze woorden vind je bijna nergens.

16Wees niet zo dom om geld te lenen aan een onbekende,

ook al geeft hij je een bewijs van zijn schuld.

Aan dat bewijs heb je niets,

je ziet je geld toch nooit meer terug.

17Gestolen eten smaakt eerst heerlijk,

maar na een tijd lijkt je mond vol te zitten met stenen.

18Plannen slagen alleen door goed overleg.

Dus als je een oorlog wilt voeren, moet je die goed voorbereiden.

19Mensen die veel kletsen, kunnen geen geheim bewaren.

Blijf daarom bij zulke mensen uit de buurt.

20Kinderen die hun ouders mishandelen, zullen sterven.

Er komt een eind aan hun leven voordat ze oud zijn.

21Als je op een oneerlijke manier rijk geworden bent,

zul je niet gelukkig zijn.

Spreuken over de Heer

22Straf nooit zelf iemand, maar vertrouw op de Heer.

Hij zal je helpen.

23De Heer heeft een hekel aan mensen die oneerlijk zakendoen,

hij vindt het afschuwelijk als mensen anderen bedriegen.

24Mensen weten nooit wat er met hen zal gebeuren,

want de Heer bepaalt hoe hun leven zal gaan.

25Denk goed na voordat je iets aan God belooft,

want als je je niet aan die belofte houdt, krijg je ellende.

Spreuken over de koning

26Een wijze koning ziet welke mensen slecht zijn.

Hij straft hen streng.

27De Heer ziet wat mensen denken,

hij kent hun diepste gedachten.

28Liefde en trouw beschermen de koning.

Alleen een goede koning blijft lang heersen.

29Jonge mensen worden bewonderd om hun kracht,

oude mensen worden bewonderd om hun wijsheid.

30Als je mensen streng straft, verdwijnt het kwaad.

Als je hen slaat, worden ze daar beter van.

21

211De Heer bepaalt wat een koning doet,

net zoals hij bepaalt hoe een rivier stroomt.

Spreuken over de Heer

2Mensen denken altijd van zichzelf dat ze goed leven,

maar de Heer kijkt of ze echt eerlijk zijn.

3De Heer heeft liever dat je goed en eerlijk leeft,

dan dat je offers aan hem brengt.

Spreuken over slecht leven

4Slechte mensen lopen trots rond,

ze vinden zichzelf veel beter dan anderen.

5Als je hard werkt, zul je rijk worden,

maar als je snel en slordig werkt, word je arm.

6Als je op een oneerlijke manier rijk geworden bent,

verdwijnt je bezit als stof in de wind,

en jij zult sterven.

7Slechte mensen weigeren om goede dingen te doen.

Door hun slechte gedrag zullen ze sterven.

8Mensen die anderen bedriegen, leven oneerlijk,

maar eerlijke mensen leven goed.

9Je kunt beter op een hoekje van het dak wonen,

dan in een huis met een vrouw die ruzie zoekt.

10Slechte mensen willen alleen maar kwaad doen.

Ze hebben met niemand medelijden.

11Als je slechte mensen straft, leren ze daarvan.

Als je boos wordt op wijze mensen, worden ze nog wijzer.

12De rechtvaardige God ziet precies wat slechte mensen doen.

Hij zorgt ervoor dat het slecht met hen afloopt.

Spreuken over bezit

13Help arme mensen als ze om hulp roepen.

Anders zal niemand luisteren als jij zelf om hulp vraagt.

14Als iemand woedend op je is,

geef hem dan in het geheim een cadeau.

Dan wordt hij weer rustig.

15Goede mensen doen graag goede dingen,

maar slechte mensen vinden dat verschrikkelijk.

16Mensen die hun verstand niet gebruiken,

zullen eindigen in het land van de dood.

17Mensen die te veel feestvieren, worden arm.

Mensen die alleen maar eten en drinken, worden nooit rijk.

18Slechte mensen zullen in de problemen komen.

Ze krijgen dezelfde ellende die ze anderen aandoen.

19Je kunt beter in je eentje in de woestijn wonen,

dan leven met een zeurende vrouw die ruzie zoekt.

20Wijze mensen zijn zuinig op hun kostbare olie,

maar de olie van dwaze mensen is snel op.

21Als je eerlijk en trouw bent, zul je leven.

En andere mensen zullen goed voor jou zijn.

Spreuken over wijsheid

22Wijze mensen kunnen een sterke stad veroveren.

Ze breken de muren af waarop de inwoners vertrouwden.

23Als je nadenkt voordat je iets zegt,

bescherm je jezelf tegen veel ellende.

24Mensen die trots en brutaal zijn, maken alles belachelijk.

Ze vinden zichzelf veel beter dan alle andere mensen.

Spreuken over goed leven

25Als je iets wilt hebben, moet je ervoor werken.

Anders ben je lui, en zul je sterven.

26Veel mensen willen steeds meer hebben,

maar goede mensen geven alles weg.

27De Heer vindt offers van slechte mensen afschuwelijk,

vooral als die offers met slechte bedoelingen gebracht zijn.

28Het loopt slecht af met mensen die oneerlijk zijn bij de rechter,

maar mensen die de waarheid vertellen, mogen alles zeggen.

29Slechte mensen doen alsof ze eerlijk zijn,

maar goede mensen leven echt eerlijk.

Spreuken over de Heer

30De Heer is wijzer dan alle mensen,

hij heeft hun plannen en goede raad niet nodig.

31Mensen bereiden zich op een oorlog voor,

maar het is de Heer die voor de overwinning zorgt.

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]