Bijbel in Gewone Taal (BGT)

Spreuken over eerlijk leven

191Je kunt beter arm zijn en eerlijk, dan mensen bedriegen,

want dan ben je een dwaas.

2Het is zinloos om hard te werken zonder goed na te denken,

want als je te snel werkt, maak je fouten.

3Mensen maken fouten door hun eigen dwaasheid,

maar ze geven altijd de Heer de schuld.

4Rijke mensen hebben veel vrienden,

maar arme mensen hebben niemand.

5Als je liegt bij de rechter, word je gestraft.

Als je dan leugens vertelt, word je veroordeeld.

6Iedereen wil bevriend zijn met belangrijke mensen,

iedereen is graag bij mensen die cadeaus uitdelen.

7Als je arm bent, wil je familie je niet graag zien,

en ook je vrienden laten je in de steek.

Als je hun om hulp vraagt, doen ze niets.

8Het is goed voor je om je verstand te gebruiken.

Als je inzicht hebt, word je gelukkig.

9Als je liegt bij de rechter, word je gestraft.

Als je dan leugens vertelt, loopt het slecht met je af.

10Het is vreemd als een dwaas rijk is,

maar het is nog vreemder als een slaaf heerst over leiders.

Spreuken over boosheid

11Verstandige mensen worden niet snel boos.

Mensen die fouten van anderen vergeven, krijgen respect.

12Een woedende koning is gevaarlijk,

net zo gevaarlijk als een brullende leeuw.

Maar een vriendelijke koning is goed voor zijn volk,

net zoals regen goed is voor de akkers.

Spreuken over kinderen en ouders

13Een dwaas kind is een ramp voor zijn ouders.

En een vrouw die ruziemaakt, geeft veel ellende,

net als een dak dat altijd lekt.

14Een huis en een erfenis krijg je van je ouders,

maar een wijze vrouw krijg je van de Heer.

15Luie mensen slapen te lang.

Daarom lijden ze honger.

16Als je je houdt aan de wetten van de Heer, zul je leven,

maar als je dat niet doet, zul je sterven.

17Als je zorgt voor arme mensen, ben je goed voor de Heer.

Hij zal je daarvoor belonen.

18Als je je kinderen straft, komt het goed met hen,

maar je moet hen niet mishandelen.

Spreuken over goede raad

19Mensen die ineens woedend worden, moeten gestraft worden.

Anders worden ze alleen maar bozer.

20Luister naar goede raad en waarschuwingen.

Alleen dan zul je wijs worden.

21Mensen bedenken zelf wat ze willen doen,

maar de Heer bepaalt wat er gebeurt.

22Mensen willen graag betrouwbaar zijn.

Je kunt beter arm zijn dan onbetrouwbaar.

23Als je eerbied hebt voor de Heer, ben je veilig.

Je kunt rustig gaan slapen, want er zal je geen kwaad overkomen.

24Luie mensen scheppen het eten wel uit de pan,

maar ze zijn te lui om het in hun mond te stoppen.

25Als je slechte mensen straft, leren ze daarvan.

Als je boos wordt op wijze mensen, dan worden ze nog wijzer.

Spreuken over slechte kinderen

26Kinderen die hun ouders mishandelen, zijn slecht.

Kinderen die hun ouders wegjagen, moeten zich schamen.

27Luister maar niet naar wijze lessen als je er toch niets mee doet.

Spreuken over onbetrouwbare mensen

28Onbetrouwbare mensen spotten met wetten en rechters,

slechte mensen doen alleen maar onrecht.

29Mensen die spotten met anderen, worden veroordeeld.

Alle dwaze mensen worden gestraft.