Bijbel in Gewone Taal (BGT)
11

Jezus legt uit hoe je moet bidden

111Op een keer was Jezus aan het bidden. Toen hij klaar was, zei één van zijn leerlingen tegen hem: ‘Heer, leer ons hoe we moeten bidden. Want ook Johannes heeft zijn leerlingen leren bidden.’ 2En Jezus zei: ‘Zo moeten jullie bidden:

Vader,

laat iedereen u eren.

Laat uw nieuwe wereld komen.

3Geef ons elke dag het eten dat we nodig hebben.

4En vergeef ons wat we fout gedaan hebben,

want wij vergeven ook andere mensen hun fouten.

Help ons om nooit tegen u te kiezen.’

Een vraag in de nacht

5Daarna zei Jezus: ‘Stel dat je midden in de nacht naar het huis van een vriend gaat en roept: ‘Kan ik drie broden van je lenen? 6Want ik heb plotseling bezoek gekregen. Het is een vriend van me, die op reis is. Maar ik heb geen eten voor hem in huis.’

7Wat denk je dat er dan gebeurt? Zal je vriend binnenblijven en roepen: ‘Laat me met rust! De deur is allang op slot, de kinderen en ik liggen al in bed. Ik kan nu niet opstaan om je iets te geven’? 8Nee! Luister naar mijn woorden: Je vriend zal opstaan en je alles geven wat je nodig hebt. Niet alleen omdat hij je vriend is. Maar vooral omdat jij zo onbeleefd was om het te vragen.

Als je iets vraagt, zul je het krijgen

9Luister daarom naar mijn woorden: Als je iets vraagt, zul je het krijgen. Als je iets zoekt, zul je het vinden. Als je op de deur klopt, wordt er voor je opengedaan. 10Want iedereen die om iets vraagt, zal het krijgen. En iedereen die iets zoekt, zal het vinden. En voor iedereen die klopt, wordt de deur opengedaan.

11Niemand geeft zijn kind een slang als het om een vis vraagt. 12Of een giftige spin als het om een ei vraagt. 13Jullie zorgen goed voor je kinderen, ook al zijn jullie slechte mensen. Dan zal jullie hemelse Vader zeker goed voor jullie zorgen. Hij geeft de heilige Geest aan mensen die daarom vragen.’

Verbazing en ongeloof

14Jezus jaagde een kwade geest weg uit een man die niet kon praten. Toen de geest weg was, kon de man praten. De mensen waren verbaasd.

15Maar sommigen zeiden: ‘Jezus kan kwade geesten wegjagen omdat Satan hem helpt. Want Satan is de leider van de kwade geesten.’ 16En anderen zeiden tegen Jezus: ‘Bewijs maar eens met een teken dat u door God gestuurd bent.’ Ze wilden laten zien dat Jezus dat niet kon.

Jezus krijgt geen hulp van Satan

17Jezus wist wat de mensen dachten. Hij zei: ‘Een land dat oorlog voert tegen zichzelf, wordt leeg en verlaten. Daar storten alle huizen in.

18-19Met Satan is het net zo. Want als ik kwade geesten wegjaag met hulp van Satan, dan vecht Satan tegen zichzelf. En dan vernietigt hij zijn eigen macht.

Jullie beweren dat ik kwade geesten wegjaag met hulp van Satan. Maar jullie eigen mensen jagen ook kwade geesten weg. Dat doen ze toch ook niet met hulp van Satan? Zij zijn dus het bewijs dat jullie ongelijk hebben.

20Ik jaag de kwade geesten weg met de macht van God. Daaraan kunnen jullie zien dat Gods nieuwe wereld gekomen is.

21Het huis van een sterke, gewapende man kun je niet zomaar leegroven. De man bewaakt zijn huis goed, zijn bezittingen zijn veilig. 22Totdat er iemand komt die nog sterker is dan die man, en hem verslaat. Dan verliest die man alles. Al zijn spullen worden meegenomen, ook de wapens waarop hij vertrouwde.

23Iedereen die niet voor mij kiest, is mijn vijand. Als je mij niet helpt, dan help je Satan. Ik breng mensen bij God, maar Satan houdt mensen juist bij God weg.’

Een verhaal over een kwade geest

24Jezus zei: ‘Stel je eens voor: Een kwade geest woont in een man. Op een dag gaat die kwade geest uit hem weg. De geest zwerft door de woestijn. Hij zoekt een plek om te rusten, maar vindt die niet. Dan denkt hij: Ik ga terug naar huis, naar de man in wie ik eerst woonde.

25De kwade geest komt terug en ziet dat zijn huis schoon is. Het is klaar om in te wonen. 26Dan roept hij er zeven andere geesten bij, die nog erger zijn dan hijzelf. En allemaal gaan ze in die man wonen. Dan gaat het met hem nog slechter dan daarvoor.’

Jezus zegt voor wie het echte geluk is

27Terwijl Jezus nog aan het praten was, riep een vrouw: ‘Een vrouw die een zoon krijgt zoals u, heeft geluk!’ 28Maar Jezus zei: ‘Het echte geluk is voor mensen die luisteren naar God, en doen wat hij wil.’

Jezus geeft het voorbeeld van Jona

29Er kwamen steeds meer mensen naar Jezus toe. Jezus zei tegen hen: ‘Jullie zijn slechte mensen. Jullie vragen om een teken. Maar het enige teken dat jullie krijgen, is het voorbeeld van de profeet Jona. 30Jona was een teken voor de inwoners van de stad Nineve. Net zo zal de Mensenzoon een teken zijn voor jullie.’

31En Jezus zei verder: ‘Op een dag zal God rechtspreken over de wereld. Dan zullen jullie voor hem staan, samen met de koningin van het Zuiden. God zal jullie straffen, maar haar niet. Want zij kwam uit een ver land om te luisteren naar de wijsheid van koning Salomo. Nu staat hier iemand die belangrijker is dan Salomo. Maar jullie luisteren niet.

32Op een dag zal God rechtspreken over de wereld. Dan zullen jullie voor hem staan, samen met de inwoners van de stad Nineve. God zal jullie straffen, maar hen niet. Want toen de profeet Jona hen waarschuwde, hebben zij hun leven veranderd. Nu staat hier iemand die belangrijker is dan Jona. Maar jullie luisteren niet.

Je moet doen wat God wil

33Niemand zet een brandende lamp onder in een kast. Je zet een lamp juist hoog. Dan kan iedereen die binnenkomt, het licht goed zien.

34Elk mens kan licht uitstralen. Als je doet wat God wil, dan straal je licht uit. Maar als je niet doet wat God wil, dan straal je geen licht uit. 35Zorg dus dat je doet wat God wil. 36Als je dat altijd doet, dan straal je overal om je heen licht uit. Dan ben je net als een lamp.’

Kritiek op farizeeën en wetsleraren

Jezus heeft kritiek op de farizeeën

37Toen Jezus uitgesproken was, kwam er een farizeeër naar hem toe. Die nodigde hem uit om bij hem thuis te komen eten. Jezus ging mee, en hij ging meteen aan tafel. 38De farizeeër was verbaasd dat Jezus zich niet eerst waste voor het eten.

39Toen zei de Heer tegen hem: ‘Jullie farizeeën vinden het belangrijk om dingen aan de buitenkant schoon te maken. Maar het is veel belangrijker hoe je van binnen bent. En van binnen zitten jullie vol met slechte dingen! 40Jullie begrijpen er niets van. God heeft niet alleen de buitenkant gemaakt, maar ook de binnenkant. 41Je moet goed zijn voor arme mensen. Dan ben je van binnen goed, en dat is voor God het belangrijkste.’

De farizeeën zijn van binnen slecht

42Jezus zei ook tegen de farizeeën: ‘Jullie houden je aan de kleinste regeltjes. Jullie betalen zelfs belasting over alle kruiden in je tuin. Maar dat is niet genoeg. Je moet andere mensen goed behandelen, en God liefhebben. Maar dat doen jullie niet. Daarom zullen jullie gestraft worden.

43Jullie willen de beste plaatsen hebben in de synagoge. En jullie willen beleefd gegroet worden op straat. Daarom zullen jullie gestraft worden.

44De mensen weten niet dat jullie van binnen slecht zijn. En doordat ze naar jullie luisteren, worden ze zelf ook slecht. Daarom zullen jullie gestraft worden.’

Jezus heeft kritiek op de wetsleraren

45Eén van de wetsleraren zei tegen Jezus: ‘Meester, u zegt dat tegen de farizeeën. Maar daarmee beledigt u ons ook.’ 46Jezus antwoordde: ‘Wetsleraren, ook jullie zullen gestraft worden. Want jullie geven de mensen moeilijke regels. Maar zelf houden jullie je aan geen enkele regel.’

Straf voor de mensen die nu leven

47Jezus zei tegen de wetsleraren: ‘Jullie maken prachtige monumenten voor de profeten van vroeger. Maar jullie eigen voorouders hebben hen gedood! 48Zij hebben de profeten gedood, en nu maken jullie monumenten voor de dode profeten. Daarmee laten jullie zien dat je het eens bent met je voorouders. En daarom zullen jullie gestraft worden.

49-50Nu volgt het wijze plan van God. God zegt: ‘Ik zal profeten en apostelen sturen naar de mensen die nu leven. Zij zullen sommige profeten vermoorden, en andere mishandelen. En dan zal ik de mensen die nu leven, straffen voor hun slechtheid. Ik ga hen straffen voor alle profeten die vermoord zijn, vanaf het begin van de wereld tot nu. 51Van de moord op Abel tot de moord op Zecharja, die werd vermoord bij het altaar in de tempel. Ja, luister naar mijn woorden: De mensen die nu leven, zullen voor al die moorden gestraft worden.’’

Nog meer kritiek op de wetsleraren

52Jezus zei ook tegen de wetsleraren: ‘Jullie weten hoe je goed moet leven, maar jullie doen het niet. En jullie houden de mensen tegen die wel proberen om goed te leven. Daarom zullen jullie gestraft worden.’ 53-54Toen ging Jezus weg.

De wetsleraren en de farizeeën waren woedend op Jezus. Vanaf toen gingen ze hem allerlei vragen stellen. Ze hoopten dat hij iets strafbaars zou zeggen. Want dan konden ze hem gevangen laten nemen.

12

Jezus waarschuwt voor de farizeeën

121Intussen waren er duizenden mensen naar Jezus toe gekomen. Het was zo druk dat de mensen tegen elkaar aan stonden te duwen.

Jezus begon eerst tegen zijn leerlingen te spreken. Hij zei: ‘Pas op voor de gevaarlijke invloed van de farizeeën. Zij zijn schijnheilig. Pas op dat jullie dat niet worden. 2Want alles wat verborgen is, zal zichtbaar worden. En alles wat geheim is, zal bekend worden. 3Nu is alles waarover jullie praten, nog geheim. Maar straks zal iedereen het te horen krijgen.’

De leerlingen moeten niet bang zijn

4Jezus zei verder: ‘Vrienden, jullie moeten niet bang zijn voor mensen. Ze kunnen je doden, maar daarna kunnen ze je niets meer doen. 5Jullie moeten bang zijn voor God, want hij kan je doden en je daarna in de hel gooien.

6Mussen kosten bijna niets. Je hebt er al vijf voor een paar cent. En toch vergeet God geen enkele mus. 7Jullie zijn voor God veel belangrijker dan mussen. God weet zelfs hoeveel haren jullie op je hoofd hebben. Je hoeft dus niet bang te zijn.

De leerlingen moeten zeggen dat ze bij Jezus horen

8Luister naar mijn woorden: Jullie moeten aan de mensen vertellen dat je bij mij hoort. Dan zal ik ook tegen de engelen van God zeggen dat jullie bij mij horen. 9Maar stel dat jullie tegen de mensen zeggen: ‘Ik ken Jezus niet.’ Dan zal ik ook tegen de engelen zeggen dat ik jullie niet ken.

10Als iemand slechte dingen zegt over de Mensenzoon, kan hij vergeving krijgen. Maar als iemand de heilige Geest beledigt, kan hij geen vergeving krijgen.

11Stel dat ze jullie naar een synagoge brengen, of naar een bestuurder of machthebber. Maak je dan geen zorgen over wat je moet zeggen, of hoe je het moet zeggen. 12Want als het zover is, zal de heilige Geest jullie de juiste woorden geven.’

Geld is niet belangrijk

Het voorbeeld van de rijke man

13Daarna zei iemand uit de groep mensen tegen Jezus: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen.’ 14Maar Jezus zei: ‘Het is niet mijn taak om te beslissen over dat soort dingen.’ 15Ook zei hij: ‘Pas op voor het verlangen naar steeds meer bezit. Kijk daarvoor uit. Je kunt heel veel bezitten, maar je leven kun je nooit bezitten.’

16Toen gaf Jezus de mensen dit voorbeeld: ‘Een rijke man heeft een groot stuk land dat vol staat met koren. 17Hij denkt: Wat moet ik doen? In mijn schuren is niet genoeg plaats voor al het graan. 18Dan denkt de man: Weet je wat? Ik breek mijn oude schuren af en ik bouw nieuwe schuren die veel groter zijn. Daarin bewaar ik dan het graan en al mijn bezit. 19Dan kan ik tegen mezelf zeggen: Zo, nu ben ik rijk. Ik heb genoeg om jaren van te leven! Ik ga nu lekker uitrusten, eten, drinken en feestvieren.

20Maar God zegt tegen hem: ‘Je bent een domme man. Want vannacht zul je sterven. En voor wie is dan je rijkdom?’’

21Toen zei Jezus: ‘Zo loopt het af met iemand die alleen maar leeft om rijk te worden. Want zo iemand heeft wel heel veel bezit, maar bij God heeft hij bijna niets.’

Je moet je geen zorgen maken

22-23Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Luister naar mijn woorden: Maak je geen zorgen over eten. Want je leven is veel belangrijker dan eten. En maak je geen zorgen over kleren. Want je lichaam is veel belangrijker dan kleren.

24Kijk eens naar de vogels. Ze werken niet op het land en ze hebben geen kelder of schuur. God geeft ze te eten. En jullie zijn voor hem veel belangrijker dan de vogels. 25Maak je dus geen zorgen. Dat heeft geen zin. Je blijft er geen dag langer door leven. 26En als dat je al niet lukt, waarom zou je je dan nog zorgen maken over de rest?

27Kijk eens naar de bloemen. Ze werken niet en ze maken geen kleren. Toch zijn ze prachtig. Ja, zelfs nog mooier dan koning Salomo in zijn mooiste kleren. 28Het gras dat vandaag op het veld staat, wordt morgen gebruikt om een vuur te maken. En toch versiert God het gras met prachtige bloemen. Dan zal God zeker voor jullie zorgen! Waarom vertrouwen jullie dan niet op hem?

29Maak je dus geen zorgen. Vraag niet: ‘Hoe komen we aan eten?’ of: ‘Hoe komen we aan drinken?’ 30Met die dingen houden de mensen zich bezig die God niet kennen. Je Vader weet echt wel dat je die dingen nodig hebt. 31Houd je bezig met Gods nieuwe wereld. Dan zal God je die andere dingen ook geven.

32Wees niet bang, ook al zijn jullie maar met weinig gelovigen. Want de nieuwe wereld is voor jullie. Zo wil God dat.’

Je moet je bezit verkopen

33Jezus zei verder: ‘Verkoop je bezit en geef het geld aan de armen. Zorg dat je rijk wordt in de hemel. Want in de hemel raakt je geld nooit op. Je zult het daar ook nooit verliezen, en het zal er nooit gestolen worden. 34Leef daarom op zo’n manier dat je rijk wordt in de hemel.’

De Mensenzoon komt onverwacht

Blijf goed opletten

35Jezus zei: ‘Zorg dat je klaarstaat en goed oplet. 36Net zoals knechten die wachten op hun heer. Hij komt laat thuis van een feest. Maar als hij op de deur klopt, doen de knechten meteen open.

37-38Het echte geluk is voor zulke knechten. Knechten die wakker zijn als hun heer komt, zelfs al is het midden in de nacht. Luister goed naar mijn woorden: De heer zal voor die knechten klaarstaan. Hij zal hen behandelen als belangrijke gasten, en hij zal zelf hun eten komen brengen.

39-40Stel dat je van tevoren weet wanneer er een dief komt. Dan zorg je ervoor dat die dief niet bij je kan inbreken. Maar jullie weten niet wanneer de Mensenzoon komt. Dus moeten jullie altijd klaarstaan. Onthoud dat goed!’

Het voorbeeld van de twee dienaren

41Toen vroeg Petrus: ‘Heer, was dat voorbeeld bedoeld voor iedereen? Of alleen voor ons?’ 42De Heer antwoordde: ‘Wat doet een dienaar die trouw en verstandig is? Stel dat zijn heer op reis gaat. Hij geeft zijn dienaar de opdracht om goed te zorgen voor al het personeel. 43-44Op een dag komt de heer terug. En hij ziet dat de dienaar inderdaad goed zorgt voor het personeel. Luister goed naar mijn woorden: Die dienaar krijgt een beloning! De heer zal hem verantwoordelijk maken voor zijn hele bezit.

45Maar stel dat die dienaar denkt: Mijn heer komt voorlopig niet terug. En hij begint het personeel te slaan. Hij eet zich vol en wordt dronken. 46Stel dat de heer dan terugkomt op een moment dat de dienaar hem helemaal niet verwacht. Dan zal de heer hem de zwaarste straf geven. Net zo’n zware straf als de ongelovige mensen zullen krijgen.

Wie veel krijgt, moet ook veel geven

47Stel dat een dienaar weet wat zijn heer wil, maar het niet doet. Dan zal hij zwaar gestraft worden. 48Maar stel dat een dienaar niet weet wat zijn heer wil, en dan iets verkeerds doet. Dan zal hij minder zwaar gestraft worden.

Want als God je veel geeft, dan vraagt hij er ook veel voor terug. En als je veel voor God mag doen, dan zal hij ook veel van je verwachten.’

Jezus brengt geen vrede

49Jezus zei: ‘Ik ben gekomen om vuur op aarde te brengen. Wat zou ik graag willen dat het vuur al brandde! 50Ik zal zwaar moeten lijden. Wat zou ik graag willen dat het al gebeurd was!

51Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Nee, ik breng helemaal geen vrede. Door mij worden mensen juist vijanden van elkaar. 52Vanaf nu komt er in elke familie ruzie. 53Vaders en zonen krijgen ruzie met elkaar. Moeders en dochters krijgen ruzie met elkaar. En ook schoonmoeders en schoondochters krijgen ruzie met elkaar.’

Het gaat om de juiste beslissing

54Jezus zei tegen de mensen: ‘Als jullie een wolk zien in het westen, dan zeggen jullie meteen: ‘Er komt regen.’ En dat gebeurt dan ook. 55En als het waait vanuit het zuiden, dan zeggen jullie: ‘Het wordt warm vandaag.’ En ook dat gebeurt. 56Wat zijn jullie schijnheilig! Alle gewone gebeurtenissen begrijpen jullie precies. Maar wat er op dit moment voor bijzonders gebeurt, dat willen jullie niet begrijpen!

57Bedenk wat goed is om te doen en neem een beslissing. Er is niet veel tijd meer. 58Het is alsof je op weg bent naar de rechter, samen met de man aan wie je geld schuldig bent. Probeer het onderweg met hem op te lossen. Want anders is het te laat en brengt hij je voor de rechter. En de rechter zorgt ervoor dat je wordt opgesloten in de gevangenis.

59Luister naar mijn woorden: Je komt die gevangenis pas uit als je je schuld helemaal betaald hebt.’

13

Leef zoals God het wil

De mensen moeten hun leven veranderen

131Op dat moment kwam er een groepje mensen naar Jezus toe. Ze hadden een bericht over Pilatus. Hij had een groep mensen uit Galilea vermoord in de tempel, terwijl zij offers aan het brengen waren. 2Toen zei Jezus: ‘Denken jullie dat die mensen slechter waren dan alle andere mensen uit Galilea? Omdat ze op zo’n manier gestorven zijn? 3Nee, dat is echt niet zo. Jullie moeten je leven veranderen. Anders zullen jullie allemaal op die manier sterven.

4Laatst gingen er achttien mensen dood toen de Siloam-toren instortte. Denken jullie dat die mensen slechter waren dan alle andere mensen in Jeruzalem? 5Nee, dat is echt niet zo. Jullie moeten je leven veranderen. Anders zullen jullie allemaal op die manier sterven.’

Het voorbeeld van de vijgenboom

6Toen gaf Jezus dit voorbeeld: ‘Iemand heeft een vijgenboom in zijn tuin geplant. Elk jaar gaat hij kijken of er vijgen aan de boom zitten. Maar hij vindt er nooit één. 7Daarom zegt hij tegen de tuinman: ‘Ik kom nu al drie jaar bij die boom kijken. Maar er zitten nog steeds geen vijgen aan. Hak de boom maar om, want zo wordt de grond niet goed gebruikt.’

8Maar de tuinman antwoordt: ‘Heer, laat de boom dit jaar nog staan. Ik zal er extra goed voor zorgen. 9Misschien zijn er dan volgend jaar vijgen. Als dat niet zo is, dan kunt u hem volgend jaar omhakken.’’

Jezus maakt een vrouw beter op sabbat

10Op een sabbat gaf Jezus in de synagoge uitleg over God. 11Daar was ook een vrouw die een kwade geest in zich had. Die geest maakte haar al achttien jaar ziek. De vrouw was helemaal krom, ze kon niet meer rechtop staan. 12Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei: ‘Je bent bevrijd van je ziekte.’ 13Toen legde hij zijn handen op de vrouw, en meteen kon ze weer rechtop staan. En de vrouw dankte God.

14Maar de leider van de synagoge was kwaad, omdat Jezus de vrouw beter gemaakt had op sabbat. De leider zei tegen de mensen: ‘Er zijn zes dagen waarop we moeten werken. Op die dagen mag je komen om te worden genezen. Maar niet op sabbat.’

15Maar de Heer antwoordde: ‘Wat zijn jullie schijnheilig! Als je koe of je ezel wil drinken, dan geven jullie hem te drinken. Ook al is het sabbat. 16Maar jullie willen niet dat deze vrouw op sabbat geholpen wordt. Terwijl ze bij het volk van Abraham hoort, en al achttien jaar in de macht van Satan was.’

17Toen Jezus dat zei, schaamden zijn tegenstanders zich. En alle andere mensen waren blij met de geweldige dingen die hij deed.

Jezus vertelt over Gods nieuwe wereld

18Daarna zei Jezus: ‘Waarmee zal ik Gods nieuwe wereld vergelijken? Waar lijkt die wereld op? 19Gods nieuwe wereld lijkt op een mosterdzaadje. Iemand zaait zo’n klein zaadje in zijn tuin. Het zaadje groeit en wordt een boom. En in de takken van de boom bouwen vogels hun nest.’

20Jezus zei weer: ‘Waar lijkt Gods nieuwe wereld op? 21Gods nieuwe wereld lijkt op gist. Een vrouw doet een klein beetje gist bij een grote zak meel. Daardoor verandert al het meel.’

Jezus is op weg naar Jeruzalem

Het is moeilijk om in Gods nieuwe wereld te komen

22Jezus reisde verder naar Jeruzalem. Onderweg kwam hij langs steden en dorpen. Daar gaf hij de mensen uitleg over God. 23Iemand vroeg: ‘Heer, is het waar dat er maar weinig mensen gered worden?’ Jezus antwoordde: 24‘Luister naar mijn woorden: De deur naar Gods nieuwe wereld is klein. Dus je moet erg je best doen om binnen te komen. Er zullen veel mensen zijn die het proberen, zonder dat het ze lukt.

25Op een keer zal de heer van het huis besluiten om de deur dicht te doen. Dan staan jullie buiten en kloppen jullie op de deur. En dan zeggen jullie: ‘Heer, doe open!’ Maar de heer zal antwoorden: ‘Ik ken jullie niet.’ 26Dan roepen jullie: ‘Maar we hebben samen met u gegeten en gedronken. En u hebt in onze stad uitleg gegeven over God!’ 27Maar de heer zal zeggen: ‘Ik ken jullie niet. Jullie hebben steeds maar weer gedaan wat God niet wil. Ik wil jullie niet meer zien!’

28Dan zullen jullie huilen van ellende en spijt. Want jullie zullen zien dat Abraham, Isaak en Jakob in Gods nieuwe wereld zijn. Samen met alle profeten. Maar zelf moeten jullie buiten blijven! 29Mensen uit alle landen zullen in Gods nieuwe wereld komen. En ze zullen er feestvieren.

30Luister! De belangrijkste mensen zullen achteraankomen. En de onbelangrijkste mensen komen vooraan te staan.’

Jezus vertelt dat hij gaat sterven

31Op dat moment kwamen er een paar farizeeën naar Jezus toe. Ze zeiden: ‘U kunt hier beter weggaan, want Herodes wil u doden.’ 32Maar Jezus zei: ‘Herodes lijkt op een vos die aan het jagen is. Ga naar hem toe en zeg hem dat ik vandaag en morgen nog aan het werk ben. Ik jaag kwade geesten weg en ik maak mensen beter. Op de derde dag is mijn werk afgelopen. Dan zal ik hier weggaan. 33Ik moet vandaag, morgen en overmorgen nog verder reizen. Want een profeet hoort te sterven in Jeruzalem.’

34Daarna zei Jezus: ‘Jeruzalem, Jeruzalem! Jouw inwoners hebben de profeten gedood. Ze hebben de dienaren die God stuurde, met stenen doodgegooid.

Inwoners van Jeruzalem, telkens probeerde ik jullie te beschermen. Net zoals een vogel haar jongen beschermt onder haar vleugels. Maar jullie wilden niet door mij beschermd worden. 35Daarom zal de tempel leeg achterblijven.

Luister naar mijn woorden: Jullie zien mij nu voor het laatst. Jullie zullen mij pas weer zien als de nieuwe wereld komt. Dan zullen jullie zeggen: ‘Leve de man die door God gestuurd is!’’

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]