Bijbel in Gewone Taal (BGT)
2

Behandel alle mensen goed

21Vrienden, jullie geloven in Jezus Christus, onze Heer, die redding brengt. Daarom moeten jullie alle mensen op dezelfde manier behandelen.

2Stel dat jullie als christenen bij elkaar zijn, en dat er dan twee mensen binnenkomen. De één is een rijke man, met een prachtige mantel aan en met gouden ringen aan zijn vingers. De ander is arm en draagt vieze, oude kleren. 3En stel dat jullie dan die rijke man met veel respect behandelen, en zeggen: ‘Kijk, hier is een heel mooie plaats voor u. Gaat u alstublieft zitten.’ Maar dat jullie tegen die arme man zeggen: ‘Blijf jij maar staan, of ga maar op de grond zitten.’

4Stel dat jullie zoiets doen, dan behandelen jullie de één beter dan de ander. Dan beoordelen jullie mensen op een heel verkeerde manier.

Behandel arme mensen met respect

5Vrienden, luister! Wie zijn er door God uitgekozen? Juist de mensen die in deze wereld arm genoemd worden. Zij zijn door hun geloof rijk geworden: Gods nieuwe wereld is voor hen! Want God heeft de nieuwe wereld beloofd aan de mensen die van hem houden.

6Jullie behandelen arme mensen zonder respect. Maar vertel eens, door wie worden jullie onderdrukt? En door wie worden jullie voor de rechter gebracht? Door de rijke mensen! 7Door wie wordt Jezus Christus beledigd? En door wie worden jullie als christenen belachelijk gemaakt? Door de rijke mensen!

Houd je aan de wet van God

8Doe wat God in zijn volmaakte wet van je vraagt. Zo staat het in de heilige boeken: «Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf.» Als je dat doet, dan leef je goed.

9Maar als je sommige mensen beter behandelt dan andere mensen, doe je het verkeerd. Dan is het duidelijk dat je je niet aan Gods wet houdt. 10Want je moet alles doen wat er in de wet staat. Als je zondigt tegen één regel uit de wet, zondig je tegen de hele wet. 11God zegt in de heilige boeken: «Ga niet vreemd.» Maar hij zegt ook: «Vermoord niemand.» Als je je wel houdt aan de ene regel maar niet aan de andere, houd je je niet aan de wet.

12Spreek en leef dus zoals God het van jullie vraagt. Want hij zal jullie beoordelen. Hij zal kijken of je geleefd hebt volgens zijn wet, die vrijheid geeft. 13Als je niet goed bent voor anderen, zal God niet goed zijn voor jou. Wees dus goed voor anderen. Dan hoef je niet bang te zijn voor het oordeel van God.

Je moet geloven, maar ook doen

14Vrienden, stel dat iemand zegt dat hij gelooft, maar hij doet niet wat God van hem vraagt. Dan is zijn geloof zinloos, want hij zal niet gered worden.

15Stel dat een gelovige geen kleren heeft, en te weinig eten heeft. 16En stel dat jullie dan tegen hem zeggen: ‘Het beste ermee! Trek maar warme kleren aan, en ga maar lekker eten!’ Als je dat zegt zonder hem echt te helpen, zijn je woorden zinloos. Je moet zo iemand natuurlijk ook geven wat hij nodig heeft.

17Zo is het ook met het geloof. Als iemand gelooft, maar niet doet wat God van hem vraagt, is zijn geloof waardeloos.

Alleen geloven is niet genoeg

18Iemand zou kunnen zeggen: ‘Sommige christenen geloven alleen maar, en anderen doen ook nog goede dingen. Dat is allebei prima!’ Maar dan zeg ik: Nee! Iemand die geen goede dingen doet, heeft geen echt geloof. Alleen iemand die ook goede dingen doet, laat zien dat hij echt gelooft.

19Stel dat je gelooft dat onze God de enige God is. Dat is natuurlijk goed, maar dat is niet genoeg. Want dat geloven de kwade geesten ook! Daarom zijn ze zo vreselijk bang voor God.

Een volmaakt geloof

20Gebruik je verstand! Als je gelooft, maar geen goede dingen doet, dan is je geloof zinloos.

Luister! 21Onze voorvader Abraham deed wat God van hem vroeg. Hij stond klaar om zijn zoon Isaak te offeren. En daarom zag God hem als een goed mens. 22Abraham geloofde in God, en tegelijk deed hij ook wat God van hem vroeg. Zo werd Abrahams geloof volmaakt. 23Toen gebeurde er wat in de heilige boeken staat: «Abraham geloofde in God, en daarom zag God hem als een goed mens.» Ja, God noemde Abraham zelfs zijn vriend.

24Jullie begrijpen dus dat je niet alleen maar moet geloven. Je moet ook doen wat God van je vraagt. Alleen dan ziet God je als een goed mens.

25Ook de hoer Rachab deed wat God wilde. Zij liet de spionnen binnen in haar huis, en liet hen later langs een andere weg weer vertrekken. Door wat zij deed, zag God haar als een goed mens.

26Als je gelooft, maar geen goede dingen doet, dan is je geloof waardeloos. Het is dan net zo dood als een mens die niet meer ademt.

3

Let op je woorden

Denk na voordat je iets zegt

31Vrienden, in de kerk moet niet iedereen leraar willen zijn. Jullie weten dat de leraren door God extra streng gestraft worden als ze verkeerde dingen doen. 2En verkeerde dingen doen we allemaal. Alleen als je nooit iets verkeerds zegt, ben je volmaakt. Want als je de baas bent over je tong, waarmee je spreekt, dan ben je de baas over je hele lichaam. 3De teugels van een paard zijn maar dun. Maar met die teugels kun je dat grote paard laten doen wat je wilt. 4Het roer van een schip is maar klein. Maar met dat kleine roer kan de stuurman het schip alle kanten op laten gaan. Ook als het schip heel groot is, ook als het heel hard waait.

5Net zo heeft ook onze tong veel invloed. De tong is maar een heel klein deel van ons lichaam. Maar o, wat heeft die tong van ons veel praatjes!

Woorden maken veel kapot

Luister! Door een klein vlammetje kan een heel bos afbranden. 6Onze tong lijkt op een vlammetje, maar dan een vlammetje van het vuur van de hel! Want onze tong doet veel verkeerd. Met dat kleine deel van ons lichaam maken we grote fouten. De slechtheid van onze tong maakt ons hele lichaam slecht. Het hele leven wordt erdoor verwoest.

7Mensen zijn de baas over alle dieren: over grote en kleine dieren, over vogels en vissen. 8Maar niemand van ons is de baas over zijn tong. Want steeds weer zeggen we verkeerde dingen. Ja, met onze woorden kunnen we zelfs mensen doden!

Zeg alleen maar goede dingen

9We gebruiken onze tong om God, onze Vader, te danken. Maar we gebruiken onze tong ook om andere mensen te vervloeken. En die mensen zijn ook door God gemaakt, en ze lijken op God, net als wij! 10Uit één mond komen dus mooie woorden, maar ook afschuwelijke woorden. Dat is niet goed, vrienden!

11Uit een bron stroomt nooit de ene keer zoet water en de andere keer bitter water. 12Uit een bron met zout water kan nooit zoet water stromen. Van een vijgenboom komen geen olijven, en van een druivenplant komen geen vijgen. Nee, vrienden, dat kan niet!

Leven zoals God het wil

Echte wijsheid

13Wie van jullie zijn er wijs en verstandig? Dat zijn de mensen die zich altijd goed gedragen, en vriendelijk zijn tegenover iedereen. Die mensen zijn wijs!

14Maar mensen die altijd maar jaloers zijn of zichzelf beter vinden dan anderen, moeten zich schamen. Als zij denken dat ze wijs zijn, houden ze zichzelf voor de gek! 15-17Want zulke wijsheid is alleen maar menselijke, aardse wijsheid. Het is wijsheid die komt van de kwade geesten. Wie jaloers is of zichzelf beter vindt dan anderen, leeft helemaal verkeerd, en zorgt overal voor onrust.

Nee, echte wijsheid krijg je van onze God. Je laat zien dat je wijs bent als je leeft zoals God het wil. Wijze mensen leven namelijk in vrede met iedereen. Ze zijn geduldig en gehoorzaam. Ze zijn goed voor anderen. Ze behandelen alle mensen gelijk, en ze zijn altijd eerlijk. Ze doen alleen maar goede dingen.

18Mensen die goede dingen doen en in vrede leven met iedereen, zorgen overal voor recht en vrede.

4

Slechte verlangens zijn gevaarlijk

41Jullie hebben felle discussies en maken steeds ruzie met elkaar. Weten jullie hoe dat komt? Dat komt doordat jullie luisteren naar je eigen slechte verlangens.

2Alles wat een ander heeft, willen jullie ook hebben. Jullie zijn jaloers, zo jaloers dat je die ander wel zou willen doden. Dan zoeken jullie ruzie en strijd. Maar het levert niets op, jullie krijgen niets. Want als je iets wilt hebben, moet je God erom vragen, en dat doen jullie niet. 3Trouwens, als jullie God iets zouden vragen, zouden jullie het toch niet krijgen. Want jullie zouden het met een verkeerde bedoeling vragen, alleen maar voor je eigen plezier.

4Jullie zijn God ontrouw geworden. Omdat jullie luisteren naar je slechte verlangens, zijn jullie vrienden van deze wereld geworden. Maar een vriend van deze wereld is een vijand van God! 5In de heilige boeken staat: «God heeft ons het leven gegeven. Daarom moeten we hem trouw blijven, anders wordt hij jaloers.» En dat staat er echt niet voor niets!

Maak jezelf niet belangrijk

6God is goed voor mensen die hem trouw zijn. Daarom staat er ook in de heilige boeken: «God straft mensen die zichzelf belangrijker vinden dan anderen. Maar hij is goed voor mensen die zichzelf onbelangrijk vinden.»

7-8Wees dus gehoorzaam aan God. Blijf dicht bij God. Dan zal God dicht bij jullie blijven. En verzet je tegen de duivel. Dan zal de duivel jullie met rust laten.

Luister goed, jullie slechte mensen, jullie die twijfelen aan Gods macht! Doe het kwaad weg uit je hart, en ga een heilig leven leiden.

9O, wat zijn jullie vrolijk, wat genieten jullie van het leven! Maar denk erom: jullie kunnen maar beter huilen, jammeren en droevig zijn! 10Laat aan God zien dat je jezelf onbelangrijk vindt. Dan zal hij je later belangrijk maken.

Oordeel niet over andere mensen

11Vrienden, vertel geen slechte dingen over elkaar. Want als je slechte dingen vertelt over een ander, zeg je slechte dingen over de wet. Als je kritiek hebt op een ander, heb je kritiek op de wet. En dan doe je natuurlijk zelf niet wat er in de wet staat. Nee, dan doe je alsof je een rechter bent, die een oordeel over de wet mag uitspreken.

12Maar er is er maar één die wetten maakt en als rechter een oordeel uitspreekt, en dat is God. Hij beslist over leven en dood. Wie zijn jullie dan, dat jullie oordelen over anderen en kritiek hebben op hun gedrag?

Praat niet te veel over morgen

13Er zijn bij jullie mensen die zeggen: ‘Binnenkort gaan we naar die en die stad. Daar blijven we een jaar om zaken te doen en geld te verdienen.’

14Zeg dat toch niet! Jullie weten niet wat er morgen gebeurt. Jullie weten zelfs niet of jullie dan nog wel leven! Want het leven is maar kort. Het is als rook, die er heel even is, en meteen weer verdwijnt.

15Jullie kunnen beter zeggen: ‘Als de Heer het goedvindt, blijven we leven en kunnen we dit of dat doen.’ 16Maar nee, jullie zijn te trots om dat te zeggen. En dat jullie zo trots zijn, is slecht.

17Je moet niet alleen weten wat God van je vraagt, maar je moet het ook doen. Anders leef je helemaal verkeerd.