Bijbel in Gewone Taal (BGT)
3

Let op je woorden

Denk na voordat je iets zegt

31Vrienden, in de kerk moet niet iedereen leraar willen zijn. Jullie weten dat de leraren door God extra streng gestraft worden als ze verkeerde dingen doen. 2En verkeerde dingen doen we allemaal. Alleen als je nooit iets verkeerds zegt, ben je volmaakt. Want als je de baas bent over je tong, waarmee je spreekt, dan ben je de baas over je hele lichaam. 3De teugels van een paard zijn maar dun. Maar met die teugels kun je dat grote paard laten doen wat je wilt. 4Het roer van een schip is maar klein. Maar met dat kleine roer kan de stuurman het schip alle kanten op laten gaan. Ook als het schip heel groot is, ook als het heel hard waait.

5Net zo heeft ook onze tong veel invloed. De tong is maar een heel klein deel van ons lichaam. Maar o, wat heeft die tong van ons veel praatjes!

Woorden maken veel kapot

Luister! Door een klein vlammetje kan een heel bos afbranden. 6Onze tong lijkt op een vlammetje, maar dan een vlammetje van het vuur van de hel! Want onze tong doet veel verkeerd. Met dat kleine deel van ons lichaam maken we grote fouten. De slechtheid van onze tong maakt ons hele lichaam slecht. Het hele leven wordt erdoor verwoest.

7Mensen zijn de baas over alle dieren: over grote en kleine dieren, over vogels en vissen. 8Maar niemand van ons is de baas over zijn tong. Want steeds weer zeggen we verkeerde dingen. Ja, met onze woorden kunnen we zelfs mensen doden!

Zeg alleen maar goede dingen

9We gebruiken onze tong om God, onze Vader, te danken. Maar we gebruiken onze tong ook om andere mensen te vervloeken. En die mensen zijn ook door God gemaakt, en ze lijken op God, net als wij! 10Uit één mond komen dus mooie woorden, maar ook afschuwelijke woorden. Dat is niet goed, vrienden!

11Uit een bron stroomt nooit de ene keer zoet water en de andere keer bitter water. 12Uit een bron met zout water kan nooit zoet water stromen. Van een vijgenboom komen geen olijven, en van een druivenplant komen geen vijgen. Nee, vrienden, dat kan niet!

Leven zoals God het wil

Echte wijsheid

13Wie van jullie zijn er wijs en verstandig? Dat zijn de mensen die zich altijd goed gedragen, en vriendelijk zijn tegenover iedereen. Die mensen zijn wijs!

14Maar mensen die altijd maar jaloers zijn of zichzelf beter vinden dan anderen, moeten zich schamen. Als zij denken dat ze wijs zijn, houden ze zichzelf voor de gek! 15-17Want zulke wijsheid is alleen maar menselijke, aardse wijsheid. Het is wijsheid die komt van de kwade geesten. Wie jaloers is of zichzelf beter vindt dan anderen, leeft helemaal verkeerd, en zorgt overal voor onrust.

Nee, echte wijsheid krijg je van onze God. Je laat zien dat je wijs bent als je leeft zoals God het wil. Wijze mensen leven namelijk in vrede met iedereen. Ze zijn geduldig en gehoorzaam. Ze zijn goed voor anderen. Ze behandelen alle mensen gelijk, en ze zijn altijd eerlijk. Ze doen alleen maar goede dingen.

18Mensen die goede dingen doen en in vrede leven met iedereen, zorgen overal voor recht en vrede.

4

Slechte verlangens zijn gevaarlijk

41Jullie hebben felle discussies en maken steeds ruzie met elkaar. Weten jullie hoe dat komt? Dat komt doordat jullie luisteren naar je eigen slechte verlangens.

2Alles wat een ander heeft, willen jullie ook hebben. Jullie zijn jaloers, zo jaloers dat je die ander wel zou willen doden. Dan zoeken jullie ruzie en strijd. Maar het levert niets op, jullie krijgen niets. Want als je iets wilt hebben, moet je God erom vragen, en dat doen jullie niet. 3Trouwens, als jullie God iets zouden vragen, zouden jullie het toch niet krijgen. Want jullie zouden het met een verkeerde bedoeling vragen, alleen maar voor je eigen plezier.

4Jullie zijn God ontrouw geworden. Omdat jullie luisteren naar je slechte verlangens, zijn jullie vrienden van deze wereld geworden. Maar een vriend van deze wereld is een vijand van God! 5In de heilige boeken staat: «God heeft ons het leven gegeven. Daarom moeten we hem trouw blijven, anders wordt hij jaloers.» En dat staat er echt niet voor niets!

Maak jezelf niet belangrijk

6God is goed voor mensen die hem trouw zijn. Daarom staat er ook in de heilige boeken: «God straft mensen die zichzelf belangrijker vinden dan anderen. Maar hij is goed voor mensen die zichzelf onbelangrijk vinden.»

7-8Wees dus gehoorzaam aan God. Blijf dicht bij God. Dan zal God dicht bij jullie blijven. En verzet je tegen de duivel. Dan zal de duivel jullie met rust laten.

Luister goed, jullie slechte mensen, jullie die twijfelen aan Gods macht! Doe het kwaad weg uit je hart, en ga een heilig leven leiden.

9O, wat zijn jullie vrolijk, wat genieten jullie van het leven! Maar denk erom: jullie kunnen maar beter huilen, jammeren en droevig zijn! 10Laat aan God zien dat je jezelf onbelangrijk vindt. Dan zal hij je later belangrijk maken.

Oordeel niet over andere mensen

11Vrienden, vertel geen slechte dingen over elkaar. Want als je slechte dingen vertelt over een ander, zeg je slechte dingen over de wet. Als je kritiek hebt op een ander, heb je kritiek op de wet. En dan doe je natuurlijk zelf niet wat er in de wet staat. Nee, dan doe je alsof je een rechter bent, die een oordeel over de wet mag uitspreken.

12Maar er is er maar één die wetten maakt en als rechter een oordeel uitspreekt, en dat is God. Hij beslist over leven en dood. Wie zijn jullie dan, dat jullie oordelen over anderen en kritiek hebben op hun gedrag?

Praat niet te veel over morgen

13Er zijn bij jullie mensen die zeggen: ‘Binnenkort gaan we naar die en die stad. Daar blijven we een jaar om zaken te doen en geld te verdienen.’

14Zeg dat toch niet! Jullie weten niet wat er morgen gebeurt. Jullie weten zelfs niet of jullie dan nog wel leven! Want het leven is maar kort. Het is als rook, die er heel even is, en meteen weer verdwijnt.

15Jullie kunnen beter zeggen: ‘Als de Heer het goedvindt, blijven we leven en kunnen we dit of dat doen.’ 16Maar nee, jullie zijn te trots om dat te zeggen. En dat jullie zo trots zijn, is slecht.

17Je moet niet alleen weten wat God van je vraagt, maar je moet het ook doen. Anders leef je helemaal verkeerd.

5

Pas op voor Gods straf

Rijke mensen zullen gestraft worden

51Tegen rijke mensen wil ik nog dit zeggen: Begin maar vast te huilen en te jammeren! Want het zal slecht met jullie aflopen.

2-3Jullie geven niets van al jullie rijkdom aan arme mensen. Jullie laten je goud en zilver liever wegrotten. Jullie laten je kleren liever door insecten opvreten. Jullie willen alleen maar zo veel mogelijk geld hebben.

Maar jullie vergeten dat het einde van de tijd dichtbij is. Dan zal duidelijk worden dat jullie niets van al jullie rijkdom weggegeven hebben. En dan zullen jullie vernietigd worden. Er zal niets van jullie overblijven.

4Jullie hebben de mensen die op jullie akkers werken en de oogst binnenhalen, niet voor hun werk betaald. Zij klagen bij God en smeken hem om hulp. En jullie kunnen er zeker van zijn dat onze machtige God hen hoort!

5-6Jullie hebben het hier op aarde altijd heel goed gehad. Jullie maakten je nergens druk om. Jullie veroordeelden onschuldige mensen. Jullie lieten hen zelfs doden, want ze konden zich toch niet tegen jullie verzetten. Maar het moment dat God jullie zal straffen, is dichtbij gekomen. Dan worden jullie gedood als schapen die geslacht worden!

Heb geduld

7Vrienden, heb geduld, en wacht op de dag dat de Heer terugkomt. Luister! In de lente en in de herfst wacht een boer tot het gaat regenen. Dan gaat alles groeien, en dan kan hij een grote oogst van het land binnenhalen. Maar tot die tijd heeft hij geduld. 8Heb geduld, net als die boer, en houd vol! Want de dag dat de Heer terugkomt, is dichtbij.

9Vrienden, mopper niet zo op elkaar. Anders zal God jullie straffen. Bedenk dat het niet lang meer zal duren voordat hij zijn oordeel uitspreekt.

10-11Denk eens aan de profeten van vroeger, die de mensen Gods boodschap vertelden. Ze moesten veel lijden, maar ze hadden geduld en ze hielden vol. Wij geloven dat God zulke mensen gelukkig maakt.

En denk ook eens aan Job. Jullie weten hoeveel geduld hij had. En jullie weten hoe goed het met hem afgelopen is. De Heer liet hem niet in de steek. Want de Heer is goed en vol liefde.

Vrienden, al die mensen moeten een voorbeeld voor jullie zijn!

Wees voorzichtig met je woorden

12Vrienden, weten jullie wat het allerbelangrijkste is? Dat jullie nooit zeggen over iets: ‘Dat is zo zeker als de Heer leeft!’ En zeg ook nooit over iets: ‘Dat is zo zeker als de hemel bestaat’, of: ‘Dat is zo zeker als de aarde bestaat’. Zeg ja als het ja is en zeg nee als het nee is. Anders zal God jullie straffen.

Bidden en elkaar helpen

Bid voor elkaar

13Als je het moeilijk hebt, bid dan tot God en vraag hem om hulp. En als je vrolijk bent, zing dan een lied om God te eren.

14Als je ziek bent, roep dan de leiders van de kerk bij je. Zij moeten voor je bidden, en wat olie over je heen gieten. Daarbij moeten ze de naam van onze Heer Jezus Christus uitspreken. 15Dankzij hun geloof en hun gebed zul je gered worden. De Heer zal je beter maken. En als je verkeerde dingen gedaan hebt, zal God je vergeven.

16Vertel elkaar wat je verkeerd gedaan hebt. En bid voor elkaar. Dan zullen jullie gered worden. Want als goede en eerlijke mensen tot God bidden en hem om iets vragen, zullen ze het zeker krijgen.

17Denk eens aan de profeet Elia. Hij was maar een gewoon mens, net als wij. Ooit vroeg hij aan God om het niet meer te laten regenen. En door zijn gebed regende het drieënhalf jaar niet. Er groeide niets meer op het land. 18Daarna vroeg Elia aan God om het wel te laten regenen. Toen kwam er weer regen uit de hemel, en alles op het land begon weer te groeien.

Help elkaar

19Vrienden, stel dat iemand van jullie niet meer leeft zoals God het wil. Zeg hem dan dat hij moet ophouden met zijn slechte gedrag. 20En stel dat hij luistert, en weer gaat leven zoals God het wil. Weet je wat er dan gebeurt? Dan zal God hem redden, en hem al zijn zonden vergeven. En dat gebeurt omdat jij hem gewaarschuwd hebt!

Door deze website verder te gebruiken ga je akkoord met plaatsing en gebruik van cookies door het NBG en derden conform onze privacyverklaring.[bericht verbergen]