Bijbel in Gewone Taal (BGT)

De Heer komt onverwacht

51Vrienden, ik hoef jullie niet te schrijven wanneer die dingen zullen gebeuren. 2De dag dat de Heer terugkomt, komt onverwacht. Net zo onverwacht als een dief die ’s nachts komt stelen. Dat weten jullie heel goed.

3De mensen zullen denken dat er vrede is, en dat ze veilig zijn. Maar dan opeens zal de Heer komen, net zoals opeens de weeën beginnen bij een vrouw die gaat bevallen. Opeens zal er ellende en verwoesting zijn, en niemand zal kunnen vluchten.

4-7Maar, vrienden, jullie zullen niet plotseling overvallen worden door de komst van de Heer. Want jullie geloven in hem. Jullie horen bij het licht, niet bij het donker.

Wees klaar voor de komst van de Heer

Wij horen niet bij de nacht en het donker, wij horen bij de dag. We moeten dus dingen doen die passen bij de dag. We moeten goed opletten en helder blijven denken. Andere mensen horen bij de nacht. Zij denken niet aan wat er gaat gebeuren. Het lijkt alsof ze slapen, of dronken zijn.

8-9Maar wij horen bij de dag. We moeten dus helder blijven denken. En we moeten op alles voorbereid zijn, net als soldaten die een harnas en een helm dragen. Ons harnas, dat is ons geloof en onze liefde voor elkaar. En onze helm, dat is ons vertrouwen. Want we vertrouwen erop dat we gered worden door onze Heer Jezus Christus. God wil ons niet straffen, maar redden!

10Jezus is voor ons gestorven. Daarom zullen we voor altijd bij hem zijn, nadat hij uit de hemel gekomen is. En het maakt niet uit of we dan dood zijn of nog leven. 11Blijf elkaar daarom moed inspreken, en blijf elkaar helpen.

Slot van de brief

Ga goed met elkaar om

12-13Vrienden, luister naar jullie leiders, ook als zij vertellen wat je fout doet. De Heer Jezus wil dat ze dat doen. Ze doen hun werk voor jullie. Daarom moeten jullie hen met veel respect en liefde behandelen. Leef in vrede met elkaar.

14Vrienden, ik wil dat jullie gewoon je dagelijkse werk blijven doen. Als iemand dat niet doet, zeg er dan iets van. Als mensen het moeilijk hebben, spreek hun dan moed in. Steun de zwakken, en heb geduld met iedereen.

15Als iemand je kwaad doet, doe hem dan geen kwaad terug. Maar wees goed voor elkaar en voor iedereen. 16En wees altijd blij!

17Blijf altijd bidden. 18En dank God altijd, wat er ook gebeurt. Want dat wil God van jullie, omdat jullie bij Jezus Christus horen.

19Houd het werk van Gods Geest niet tegen. 20Als iemand een bijzondere boodschap van God vertelt, luister dan goed. 21-22Onderzoek alle dingen, en kijk of iets goed of slecht is. Ga dan verder met het goede, en houd je niet bezig met het slechte.

Groeten van Paulus

23Ik bid dat de God van de vrede jullie hele leven heilig maakt. Zodat jullie geest, jullie ziel, en jullie lichaam zuiver blijven. Dan zullen jullie volmaakt zijn als onze Heer Jezus Christus terugkomt. 24God wil dat jullie bij hem horen. Hij is trouw, en hij doet wat hij belooft.

25Vrienden, bid ook voor mij. 26Groet de andere christenen met een heilige kus. 27Lees deze brief aan hen voor. Dat is een opdracht van de Heer Jezus.

28Ik wens jullie toe dat onze Heer Jezus Christus goed voor jullie is.