Bijbel in Gewone Taal (BGT)
1

Begin van de brief

Paulus groet de christenen in Tessalonica

11Dit is een brief van Paulus, Silvanus en Timoteüs, aan de christenen in de stad Tessalonica.

Jullie horen bij God, onze Vader, en bij de Heer Jezus Christus.

2Ik wens jullie toe dat God, onze Vader, en de Heer Jezus Christus goed voor jullie zijn en jullie vrede geven.

Paulus dankt God

3Vrienden, ik dank God altijd voor jullie. Ik kan niet anders, want er is een goede reden voor. Jullie geloof wordt namelijk steeds sterker, en jullie gaan steeds meer van elkaar houden.

4Ik spreek in alle kerken vol trots over jullie. Want jullie houden het vol om te blijven geloven, ook al worden jullie vervolgd en ook al zijn jullie in moeilijkheden.

Houd vol tot de Heer komt

De Heer komt om recht te spreken

5God heeft besloten dat jullie het waard zijn om bij zijn nieuwe wereld te horen. En jullie laten zien dat dat een juist besluit is. Want jullie houden vol, ook nu jullie moeten lijden voor zijn nieuwe wereld.

6God straft en beloont mensen op een eerlijke manier. Hij zal jullie onderdrukkers straffen. 7En hij zal jullie, die nu onderdrukt worden, samen met mij bevrijden uit alle moeilijkheden.

Dat zal gebeuren op de dag dat de Heer Jezus terugkomt uit de hemel. Hij komt met zijn leger van engelen, 8en met een groot vuur. Dan zal hij de mensen straffen die God niet kennen en het goede nieuws over onze Heer Jezus niet willen geloven. 9Die mensen worden gestraft met eeuwige pijn, ver weg van de Heer en zijn grote macht.

10Op die dag komt de Heer om geëerd en bewonderd te worden door de mensen die bij hem horen. Dat zijn alle mensen die zijn gaan geloven. Daar horen jullie ook bij, want jullie geloven wat ik aan jullie verteld heb.

11Ik bid steeds weer dat jullie blijven vasthouden aan je geloof. Onze God heeft jullie uitgekozen. Ik bid dat jullie zullen leven op een manier die daarbij past. Ik vraag God om jullie sterk te maken met zijn kracht. Want dan zullen jullie alleen nog maar goede dingen willen doen, die passen bij het geloof. 12Dan zullen jullie onze Heer Jezus eren als hij komt, en hij zal jullie eren. Zo goed is Jezus Christus, die onze Heer en God is, voor ons.

2

De Heer is nog niet gekomen

21-2Vrienden, luister goed. Op een dag komt onze Heer Jezus Christus terug, en wij zullen dan voor altijd bij hem zijn. Maar let op: sommige mensen zeggen dat het nu al zover is! Als je zoiets hoort, raak dan niet meteen in de war. Raak niet in paniek. Want het is niet waar! Ook al zeggen mensen dat het een boodschap van God zelf is, of de uitleg van een leraar, of dat het in een brief van mij staat.

Eerst komt de allerslechtste mens

3Laat je niet bedriegen, op geen enkele manier! Want voordat de Heer komt, zal er eerst nog iets anders gebeuren. De mensen zullen in opstand komen tegen God. Dat gebeurt als de slechtste van alle mensen de macht krijgt, de mens die door God zwaar gestraft zal worden.

4Die allerslechtste mens zal zich verzetten tegen alles wat goddelijk of heilig genoemd wordt. Want hij vindt alleen zichzelf belangrijk. Hij zal in de tempel op de troon van God gaan zitten, en zeggen dat hij God is.

De allerslechtste mens wil de macht

5Ik heb jullie al over de allerslechtste mens verteld toen ik bij jullie was. Dat weten jullie toch nog wel? 6-8Die allerslechtste mens is nu al in het geheim aan het werk. Maar hij kan de macht nog niet grijpen, want er is iemand die hem tegenhoudt. En jullie weten wel wie dat is. Maar straks zal degene die hem tegenhoudt, er niet meer zijn. Dan zal de allerslechtste mens de macht grijpen, op het moment dat God bepaald heeft.

Maar zodra de Heer Jezus komt, zal hij de allerslechtste mens vernietigen. De Heer hoeft alleen maar te spreken om hem te doden.

Satan stuurt de allerslechtste mens

9De komst van de allerslechtste mens is het werk van Satan. Die allerslechtste mens zal de macht hebben om wonderen en andere bijzondere dingen te doen. Zo kan hij de mensen bedriegen.

10Er zijn mensen die gered hadden kunnen worden, maar die niet in de waarheid wilden geloven. Met die mensen loopt het verkeerd af. Ze zullen verleid worden door de allerslechtste mens. 11God zorgt ervoor dat ze verkeerde ideeën krijgen en in leugens gaan geloven. 12Alle mensen die niet in de waarheid geloven, zullen veroordeeld worden. Want ze hebben gekozen voor het kwaad.

Mensen die geloven, worden gered

13Vrienden, de Heer houdt van jullie. Ik dank God altijd voor jullie, ik kan niet anders. Want God heeft jullie als eersten uitgekozen om gered te worden. Jullie worden gered door de heilige Geest en door jullie geloof in de waarheid.

14God heeft jullie uitgekozen om gered te worden. Daarom stuurde hij mij om het goede nieuws te vertellen. Jullie geloven in het goede nieuws. En daarom zullen ook jullie voor eeuwig leven, samen met onze Heer Jezus Christus.

Bid en werk

Twijfel niet

15Vrienden, twijfel niet, maar houd vast aan de juiste uitleg van het goede nieuws. Dat is de uitleg die ik gegeven heb toen ik bij jullie was, en die te vinden is in mijn brieven.

16-17God, onze Vader, houdt van ons. Hij is goed voor ons. Hij troost ons voor altijd, en hij geeft ons het vertrouwen dat het goed komt. Ik bid dat hij, en onze Heer Jezus Christus, jullie moed en kracht zullen geven. Dan kunnen jullie goede dingen blijven doen en zeggen.