water
Artikel

water

Water speelt een belangrijke rol in veel Bijbelse verhalen. Het begint al bij de schepping waar God op de tweede dag de watermassa’s van elkaar scheidt:

God zei: ‘Laat er midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Zo gebeurde het. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag. (Genesis 1:6-8)

Maar ook in het verhaal over de ark van Noach speelt water een grote rol als de hele aarde onder water gezet wordt door God. Zowel de bronnen van de oervloed worden geopend, als de hemelsluizen en veertig dagen en nachten lang regent het en honderdvijftig dagen lang is de aarde bedekt.

In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet. Veertig dagen en veertig nachten lang zou het op de aarde stortregenen. (Genesis 7:11-12)

Water als teken van gastvrijheid

Water kan in de Bijbel ook een teken van gastvrijheid zijn. In de tijd van de Bijbel droegen mensen sandalen, en waren de wegen stoffig. Als je bij iemand op bezoek kwam, mocht je dus je voeten wassen. Zo biedt Abraham drie onbekende gasten water aan:

Ik zal wat water voor u laten halen zodat u uw voeten kunt wassen. Maak het u hier onder de boom intussen gemakkelijk. (Genesis 18:4)

Maar ook Jezus wast de voeten van zijn leerlingen:

Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven en dat Hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had. (Johannes 13:3-5)

Diepere betekenis van water in de Bijbel

Water kan ook een diepere betekenis hebben in de Bijbelse verhalen. Dat is bijvoorbeeld te zien in het verhaal van Jezus die over het water loopt, of in het verhaal dat Hij het water en de wind bestraffend toespreekt. En ook God heeft in het Oude Testament de macht over het water en de zee.

Levend water

Tot slot wordt in de Bijbel een aantal keer verwezen naar levend water. Zo zegt God in Jeremia 2:13:

‘Twee wandaden heeft mijn volk begaan:
het heeft Mij verlaten, de bron van levend water,
en het heeft waterkelders uitgehouwen,
kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan.’

Ook Jezus spreekt over levend water als hij in gesprek is met een Samaritaanse vrouw in Johannes 4:

Jezus antwoordde: ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat Ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ (Johannes 4:13-14).

En ook in het laatste hoofdstuk van de Bijbel, Openbaring 21, zegt Hij die op de troon zit tegen Johannes:

‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef Ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. (Openbaring 21:6)

Bijbelverzen

  • Genesis 7:11
  • Psalmen 65:8
  • Jeremia 2:13
  • Matteüs 14:25
  • Marcus 4:35
  • Johannes 4:13
  • Johannes 13:3
  • Openbaring 21:6
  • Genesis 1:6
  • Genesis 18:4