Atalja
Artikel

Atalja

Atalja was koningin over het zuidelijke rijk Juda van ongeveer 845 tot 840 voor Christus. Haar regering was het gevolg van een bloedige staatsgreep. De bijbelschrijvers schetsen een negatief beeld van Atalja: ze is gewelddadig en moedigt de verering van Baäl aan.

De naam Atalja

De naam Atalja betekent ‘de Heer is verheven’ of ‘de Heer heeft weggenomen’. Atalja is afkomstig uit de familie van koning Omri van het noordelijke koninkrijk Israël. Het is niet helemaal duidelijk of zij de dochter van Omri was of van zijn zoon Achab (2 Koningen 8:26-27).
Atalja was getrouwd met koning Joram van Juda en zij was de moeder van koning Achazja.

Atalja’s staatsgreep

Als Atalja hoort dat haar zoon Achazja tijdens de machtsovername in Israël door Jehu gedood is, grijpt zij de macht in Juda. Zij zorgt ervoor dat alle jongens van de koninklijke familie worden vermoord. Alleen Joas, een zoon van Achazja wordt gered. Zijn tante houdt Joas zes jaar lang verborgen in de tempel, terwijl zijn grootmoeder Atalja het land regeert.
Na die zes jaar wordt Atalja van de troon gestoten en vermoord, tot vreugde van het hele volk (2 Koningen 11:20). De hogepriester Jojada roept Atalja’s kleinzoon Joas uit tot koning over Juda. Hij is de enige mannelijke nakomeling van de familie van David die overgebleven is.

Familie van Achab

De bijbelschrijvers vertellen niet veel over Atalja’s regering. Maar uit 2 Koningen 11:17-18 en 2 Kronieken 24:7 blijkt dat tijdens haar regering tempels en altaren voor Baäl werden gebouwd en dat haar aanhangers heilige geschenken uit de tempel weghaalden om daarmee Baäl te vereren.
Atalja’s voorliefde voor de verering van Baäl heeft een duidelijk link met haar afkomst. Net als koning Achab van Israël, moedigt zij het volk van Juda aan om ontrouw te zijn aan de God van Israël en andere goden te dienen (1 Koningen 21:25-26).

Bijbelverzen

  • 2 Koningen 11
  • 2 Kronieken 22-23
  • 2 Koningen 8:26
  • 2 Kronieken 24:7